Villa Europa De Warme Winkel
De hakbijl in cultuur
In 2009 ging Villa Europa van het Amsterdamse gezelschap De Warme Winkel in première. Zestien jaar later voeren ze de voorstelling opnieuw op. Reprises zijn in het Nederlandstalige theaterlandschap niet uitzonderlijk, maar zeker geen dagelijkse kost. Vaak krijgt zo’n stuk een nieuwe betekenis of actualiteitswaarde. Waarom haalt het gezelschap dan juist deze voorstelling over de joods-Oostenrijkse schrijver Stefan Zweig van stal?
De openingsscène van Villa Europa ademt alvast allesbehalve actualiteitswaarde. In gezwollen, poëtische verzen en met een nadrukkelijk melodramatische speelstijl voeren Laura De Geest (in de plaats van Mara van Vlijmen) en artistiek leider Vincent Rietveld een fragment uit Zweigs tragedie’ ‘Jeremiah’ (1917) op. Doordat beide acteurs bijna uitsluitend hartstochtelijk tekst declameren – en daarmee vooral hilariteit oproepen – is het moeilijk te volgen wat er gebeurt en waarom er zoveel tamtam is.
Zweigs waarschuwing voor morele zelfrechtvaardiging van een beschaving die zichzelf als slachtoffer ziet terwijl ze anderen vernietigt – is vandaag zeer actueel.
Een scène later volgt de ‘verklaring’: De Geest en Rietveld ontdoen zich van een deel van hun kostuums en transformeren in twee Zweig-experten, gehuld in de kleding van de schrijver en zijn vrouw. We leren dat Jeremiah het volk van Juda waarschuwt voor zijn hoogmoed, geteisterd door visioenen van de verwoesting van Jeruzalem. Zijn moeder smeekt hem zijn dromen niet te geloven en het volk is overtuigd van zijn morele gelijk, zeker van de overwinning. Zweigs profeet wordt zo het alter ego van Zweig zelf — een humanist die in zijn tijd waarschuwde voor de zelfvernietiging van Europa, verblind door nationalistische trots en het hoogmoedige geloof in de eigen onfeilbaarheid.
Die scène krijgt vandaag uiteraard een extra lading. De vernietiging die Jeremiah voorspelt en het onvermogen van een volk om naar zijn eigen schuld te kijken, roepen parallellen op met de beelden uit Oekraïne en nog meer met de oorlog in Gaza, en met de strijd om diezelfde stad die drieduizend jaar later nog steeds symbool is van machtsstrijd. Zweigs waarschuwing voor morele zelfrechtvaardiging van een beschaving die zichzelf als slachtoffer ziet terwijl ze anderen vernietigt – is inderdaad vandaag zeer actueel.
Het decor verbeeldt die thematiek met simpele en toch in het oog springende middelen. Links op het toneel ligt een monumentale stapel boeken, waarop De Geest en Rietveld zich na de eerste scène begeven. Terwijl het personage van Rietveld het publiek bijschoolt over Zweigs leven en de tijdsgeest van het fin de siècle en het interbellum, zoekt De Geest voortdurend naar tastbare bewijzen in de boeken rondom hen. Bij elke ‘match’ met het verhaal dat Rietveld vertelt, roept De Geest “tingelingeling!”, toont het boek aan het publiek, klapt het hardhandig dicht – waarna een plof klinkt. De stapel verandert in het puin van de geschiedenis. Rechts wordt dat beeld gespiegeld door een troepje verdorde planten in potten; in het midden staat een realistisch doosdecor, een reconstructie van de kamer waarin Zweig en zijn vrouw Lotte Altmann hun leven beëindigden. Overal is de dood symbolisch aanwezig. Een subtiele illustratie van wat er in ‘Villa Europa’ op het spel staat.
Op een metaniveau speelt er namelijk nog een andere pijnlijke realiteit mee. Een herneming van een stuk past binnen een afgedwongen besparingslogica.
Een groot deel van de voorstelling bestaat uit de re-enactment van die laatste momenten. Lang kijken we naar hoe de twee zich plechtig voorbereiden op het innemen van het gif. Ze doen dat tergend traag, soms bijna in slow motion, met veel show. Ze eten nog een stuk taart, drinken thee, halen herinneringen op aan een levensveranderende ontmoeting met een van Europa’s grootste beeldhouwers, Auguste Rodin. Ze tonen, met andere woorden, nog één keer dat ze, zoals in de hoogdagen van de Weense cultuur, het publiek een spiegel van welvoeglijkheid kunnen voorhouden — alvorens ze er definitief het loodje bij leggen. En stopt het dan bij deze show die deze twee figuren van hun levenseinde maken? Is dat wat we moeten meenemen van ‘Villa Europa’? Of leidt deze overdreven vormelijkheid de aandacht echt te ver af van waar het werkelijk om draait.
Op een metaniveau speelt er namelijk nog een andere pijnlijke realiteit mee. Het is immers geen publiek geheim dat De Warme Winkel dit jaar onverwacht structurele subsidies misliep. Een herneming van een stuk past binnen een afgedwongen besparingslogica. ‘Villa Europa’ levert in die zin zelfs commentaar op een Nederlands beleid dat cultuursubsidies afneemt van een gezelschap dat eerder al het profetische ‘Villa Europa’ maakte. Villa Europa houdt de politiek zo een spiegel voor: in de autobiografie van Zweig vormt zich het beeld van een samenleving die, verblind door nationalistische zelfingenomenheid, langzaam de fundamenten van haar eigen cultuur ondermijnt. Dat is misschien wel het belangrijkste statement dat De Warme Winkel maakt met de reprise van ‘Villa Europa’.
‘Villa Europa’ is minder boeiend als voorstelling dan als aanleiding.
Toch mist de voorstelling soms consistentie. Het spel levert genoeg groteske humor en ironie, en het energiepeil is hoog, maar daardoor raakt vaak ondergesneeuwd wat precies wordt getoond en hoe het gelinkt is aan de vorige scènes. Op een symbolisch niveau gebeurt er veel, maar De Warme Winkel hult zich graag in mist, in doorgedreven spelplezier en vergezochte symboliek. De opeenvolging van scènes voelt willekeurig, een bont allegaartje van stijlen en ideeën. Je krijgt de indruk dat je een redenering moet volgen die van de hak op de tak springt – en toch nét het punt mist.
‘Villa Europa’ is minder boeiend als voorstelling dan als aanleiding: ze wekt nieuwsgierigheid naar Zweigs werk, naar de tijdsgeest van de vroege 20ste eeuw en hoe die in ‘De wereld van gisteren’ geschetst wordt. De herneming dwingt je om zijn wanhoop te herlezen in het licht van onze tijd. De profeet die waarschuwt voor blind vertrouwen in het eigen gelijk resoneert nog steeds, in 1917, in 1942, in 2009 en in 2025. Dat De Warme Winkel dat stemgeluid – al is het via omwegen – opnieuw hoorbaar maakt, is misschien voor de cultuursector wel een kwestie op leven en dood.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz