Theater

Bambi Vernieuwd Gents Volkstoneel

Viva Vanessa!

Een roerend rouwgedicht in het Afrikaans en een klassieke koorzang vanop het hoogste balkon: niet meteen het slot dat je verwacht van een volkse komedie die anderhalf uur op de lach heeft gespeeld in onversneden Gents. ‘Bambi’ is dan ook zoveel meer dan een billenkletser. Vernieuwd Gents Volkstoneel brengt een levensbeschouwelijk karakterstuk waar het ambacht vanaf spat. Is dit echt het afscheid van Vanessa Van Durme als actrice? Dan moet iedereen haar verplicht een laatste groet gaan brengen.

Uitgelicht door Wouter Hillaert
Bambi
Wouter Hillaert Minard, Gent
22 juli 2026

Waar ergens in de Vlaamse theatergeschiedenis is het gebeurd dat de volkskomedie zonder veel ruchtbaarheid de gerenommeerde schouwburgen is uitgewerkt? Heel af en toe wordt ze daar nog wel eens terug uit de kast gehaald, maar dan vaak met de nodige ironie en met meer focus op de spelers dan op het stuk zelf. Het ontkent een eeuwenlange traditie. Een traditie die reikt van middeleeuwse kluchten tot Romain Deconinck. Een traditie van humor en dialect als de meest directe toegangspoort tot het uitkleden van ons menselijk defect, tot parler-vrai over het onvolkomen bestaan en omkering van de macht.

Vernieuwd Gents Volkstoneel toont de komedie als iets genereus én kritisch, kluchtig én met inhoud, lokaal én universeel.    

Op zeker moment – ergens rond de eeuwwisseling toen repertoiregezelschappen KNS, KVS en NTG één voor één omgeturnd werden tot eigentijdse stadstheaters? – is de gulle volkse lach gestigmatiseerd als een vorm van goedkoop consumentisme. Het ‘echte theater’ werd iets serieus, terwijl de volkskomedie bijna volledig werd verdrongen naar het amateurtoneel en het commerciële circuit, twee delen van het podiumveld met vaak minder tijd en zeker minder subsidiesteun om haar traditie even hoog(waardig) te houden.

Precies die hoogwaardigheid heeft Vernieuwd Gents Volkstoneel, in 2003 opgericht door Bob De Moor, altijd als zijn missie beschouwd. Het koos voor de komedie als iets genereus én kritisch, kluchtig én met inhoud, lokaal én universeel. Daarmee wilde het eigentijds eer betonen aan de brede aanspraak van volkstheaterboegbeeld Romain De Coninck (1915-1994) en zijn gouden jaren in de Minardschouwburg. Vooral tijdens de Gentse Feesten beleeft het gezelschap elk jaar zijn hoogtijd. Het past erbij als artisanaal bier bij bruine cafés.

Buitenverblijf in het Citadelpark

Deze zomer is er ‘Bambi’, een nieuw stuk van regisseur Frank Van Laecke en comédienne Vanessa Van Durme. Eerder werkten beiden al samen voor ‘Gardenia’ (2010), de wereldwijd gespeelde voorstelling van Les Ballets C de la B (intussen La Geste) met negen oudere travestieten en transseksuelen. Op scène wordt Van Durme, intussen 78 jaar, nu vergezeld door Bob De Moor, slechts een jaar jonger. Samen vertegenwoordigen ze bijna honderd jaar podiumervaring.

De puurste vorm van drama: twee mensen die elkaar leren kennen op een bankje.   

Met hun twee personages lijkt ‘Bambi’ wel eerder op de dieetversie van de prototypische vette komedie. Hier geen wirwar van plotlijnen, sidestory’s, situatiehumor, misverstanden en onthullingen. Wel de puurste vorm van drama: twee mensen die elkaar leren kennen op een bankje aan de vijver in het Citadelpark en ondanks (of net dankzij) hun typerende eigenheden dichter tot elkaar komen.

In een kraakhelder narratief decor op een grasgroen gazonnetje, inclusief lantaarnpaal, bouwt alle humor op wie ze zijn. Marcel (De Moor) is een gepensioneerde boekhouder en weduwnaar die mede dankzij de zwarte kas van zijn vader optrekjes bezit in Knokke en Calpe. Alleen wordt hij nu zelf belaagd door zijn dochter in Spanje, die met papa’s centen een zwembad van 150.000 euro wil installeren. Op zich heeft hij weinig te klagen, maar dat is precies wat hij doorlopend doet. Voor het minste pijntje snelt hij naar de spoed. Marcel is de hyperbool van een hypochonder.

Bambi (Van Durme) blijkt in zowat alles zijn tegendeel: weltevree met het weinige dat ze heeft, verzoend met het leven zolang het nog duurt, open voor al wie haar aanspreekt. Ooit was ze showdanseres in het Lido en de Folies Bergère in Parijs en volgde ze daarna haar liefdes naar Rio en Argentinië. Nu woont ze in een tentje in het chicste park van Gent. Ze noemt het doodgemoedereerd haar buitenverblijf en zet er elke dag fleurig haar ‘terras’ buiten. “Hoezo, precair?” Het hoogste waar ze op hoopt, is wat afgetapte ellentriek van ’t Stad. Zeker nadat ze de mannen van de groendienst heeft weten te verleiden tot een illegaal kabeltje, wordt Bambi het toppunt van geleefd contentement. Kaartenlegster, gezelschapsdame, fan van koffie met cognac.

Patine van de oude dagen

Dat hun ontmoeting grappig blijft van begin tot eind, is dankzij de knepen van het vak. Van Laecke en Van Durme schreven een stuk volgens de klassieke regels: met de curiositeit van beide personages als motor, steeds nieuwe tipjes van hun geschiedenis als leidraad en goed gevonden kwinkslagen als garnituur. Ook de humor is herkenbaar. Jolig doorprikt ze de vaste gevoelige taboes – van Marcel die stiekem opschept over zijn viriele standvastigheid in bed en maar wat blij is dat zijn vrouw dood is (“Ze is gestorven aan een vleesetende bacterie, al was ze vegetariër”), tot het cliché dat zij hem bedroog met jan en alleman en de volkswijze reactie van Bambi daarop: “Ja, hoe drukker de autostrade, hoe sneller er al eens een ongeluk gebeurt.” Hun uitgesproken Gents geeft er alleen maar meer pit aan.

Toch is veeleer de gematigdheid dan de overdrijving de grote kracht van ‘Bambi’. Steeds blijven beide personages herkenbaar realistisch, hoe typerend hun afwijkingen ook zijn. Hun grappen dienen hun onderlinge verhouding, niet hun directe relatie met de zaal ten koste van elkaar. Dat is het grote verschil met echte kluchten: beide personages hoeven elkaar niet continu de duvel aan te doen of sardonisch onder de grond te schoffelen. Voorspelbare wedijver of rivaliteit is hier niet de inzet.

Marcel en Bambi komen juist nader tot elkaar, waarbij ze gaandeweg ook steeds gevoeliger lagen aanboren. Uiteindelijk blijken het vooral twee eenzame zielen, dag per dag dichter bij de dood. Die levensvergankelijkheid maakt ‘Bambi’ zowaar ontroerend, zeker in de even surreële als poëtische epiloog. Maar ook in die emotionaliteit overdrijven de schrijvers nooit. Zowel hun humor als hun tristesse zijn doordacht, weloverwogen en perfect afgepast op de schaal van lichter en zwaarder. Je voelt hun literaire vakkundigheid in elke scène, elke zin.

Van Durme is van de klasse van Viviane De Muynck, maar zonder dezelfde erkenning. Onterecht.    

Pas echt klasse is het acteren zelf. De Moor speelt zijn rol met een net vestje, met rechte rug en af en toe zelfs wat ingehouden. Hij is de behulpzame seigneur, maar ook het mannetje dat niet doorheeft dat hij eigenlijk de clown is. Van Durme van haar kant zuigt je aandacht naar zich toe met haar uitgestreken directheid. Zwierig vanbinnen, maar met krakende gewrichten en een gekraste carrosserie, zeilt ze over het gras in steeds fleuriger gewaden, tot een sexy zomerse outfit toe. Weinig beelden zijn zo sprekend als de glimlach, de grimlach en de beloken blik van diva’s op leeftijd. Van Durme is daarin van de klasse van Viviane De Muynck, maar zonder dezelfde erkenning. Onterecht. Net als De Moor bemeestert ze haar toon en timing als een klok, zonder die ook maar ergens te gaan onderstrepen.

Misschien is dat wel het bijzonderste aan ‘Bambi’: de absolute dienstbaarheid van deze spelers aan hun tekst en personages. Je zit er met open mond en veel respect naar te kijken. Geholpen door Van Laecke, die ooit eens een prijs verdient voor de artistieke ernst waarmee hij brede scharen publiek kan doen lachen en slikken, is dit een vintage volkskomedie zoals je ze vaker zou willen zien – ook in de gerenommeerde schouwburgen. Met de patine van de oude dagen, maar zeker niet uit de tijd. Wel integendeel. De Franse chansons tussen de bedrijven door, met als apotheose 'Pour ne pas vivre seul' van Dalida, klinken nog altijd even tijdloos. 

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz