Ongezien Dries Notelteirs
Harten troef
Goochelaars willen gezien worden met wat ze weten te verbergen. Daarom is ‘Ongezien’ van acteur Dries Notelteirs maar ten dele een goochelshow. Zijn vingervlugge kaartentrucs dienen vooral een persoonlijke vertelling die uiteindelijk afstevent op een onthulling waar geen enkele goochelaar of ontsnappingskunstenaar verhaal tegen heeft. Het leven blijft nu eenmaal een oncontroleerbaar spel met goeie en slechte kaarten. Deze ontwapenende monoloog, in regie van Dries Gijsels, weet er vooral troeven van te maken.
Toen Dries Notelteirs op de toneelschool begon, zo vertelt hij in ‘Ongezien’, stak hij als geheim wapen zijn boek kaarten in zijn achterzak. Daarmee zou hij ze daar in Brussel eens inpakken zoals hem dat ook al was gelukt in het middelbaar op Sint-Victor in Turnhout. Hij was er lang de schlemiel van de klas, tot hij in de les Nederlands eindelijk mocht showen wat hij allemaal met zijn kaarten kon. “Op drie seconden steeg mijn populariteit van nul naar honderd.” Ineens hing zelfs Emily Broeckx, de knapste griet van de school, in de fietsenrekken aan zijn lippen. Op het RITCS daarentegen, enkele jaren later, vallen zijn vingerkunsten op een koude steen. “Goochelen”, zo dondert een docent, “is de McDonalds van de podiumkunsten!”
Deze speler-goochelaar moet het vooral hebben van zijn eigen podiumpersoonlijkheid.
Notelteirs deelt zijn verhaal in ‘Ongezien’ met bijna niets in de handen of de mouwen, op een smalle speelvloer tussen twee schamele tafeltjes. Op het ene staat een flesje cola om af en toe even bij te tanken, op het andere een aftands goochelkistje met de hulpstukken van de beginner: een boek kaarten, een touw, wat kleurige doekjes. Deze speler-goochelaar moet het vooral hebben van zijn eigen podiumpersoonlijkheid: ontspannen maar ook broeierig, zowel naïef met grote ogen als steeds op vinkenslag om ons te verrassen. Slechts een handreiking is hij van ons verwijderd, in de geest van alle populaire volkskunsten. Tegelijk staat er echt een acteur, die zijn vertelling vanbuiten heeft geleerd en ze bijwijlen zelfs veeleer speelt dan vertelt.
Na ‘5 kilo Pascal’ (2021) is ‘Ongezien’ Notelteirs’ tweede eigen solocreatie, dit keer onder het toeziende oog van Dries Gijsels. Dik tien jaar na die mottige opmerking op het RITCS (hij studeerde er uiteindelijk af in 2018) maakt hij nu een meer persoonlijke synthese van zijn weg tot hier, door ook zijn twee grote kundigheden samen uit te spelen. Zijn goochelarij, zo vertelt hij ons, is de vrucht van heel wat huis-, tuin- en keukentraining met zijn broer, geprikkeld door ‘The Masked Magician’ op tv en jarenlang vervolmaakt op allerlei familie- en verjaardagsfeestjes in de wijde Kempen. Als acteur, zo leert Google, deed hij dan weer vooral ervaring op in het jeugdtheater, onder meer bij Bronks in ‘Show’ en met zijn eigen creatie ‘Mortel’ met Liesbeth De Clercq.
Vader als eerste bijrol
Hoe verenig je McDonalds met de meer verfijnde gastronomie? Notelteirs vond een simpel maar smaakvol recept: hij maakt zijn eigen ontwikkeling als goochelaar tot onderwerp van zijn theatrale vertelling. Die begint met een straffe truc met imaginaire kaarten, waaraan hij het hele publiek doet participeren om ze te schudden. Maar algauw blijkt vooral zijn eigen biografische relaas de ware leidraad van de show: een sappig verteld Bildungsverhaal waarin hij van een nitwit uitgroeit tot de dertiger met goeie kaarten die hij nu is, dankzij de kunsten.
Anekdotiek levert de mayonaise van Notelteirs’ aanschouwelijke vertelling.
Zijn vader speelt in die ontwikkeling de eerste bijrol, als zijn grootste supporter: van aan de zijlijn van het voetbalveld (waar zoonlief steeds vaker volledige matchen op de bank moet zitten niksen en zich dan maar perfectioneert tot ‘snel-omkleder’ na het laatste fluitsignaal), tot al die uren samen in de auto, waarbij vader steeds weer chauffeur speelt voor zijn ontluikende carrière als feestattractie. Hun onderling omgang is hartelijk, maar veel gevoeligs wordt er niet gedeeld. We krijgen een inkijk in een typisch Vlaams gezin.
Anekdotiek levert de mayonaise van Notelteirs’ aanschouwelijke vertelling, in de geest van Johan Petit als Klein Jowanneke of Janne Desmet in ‘Arme tante Danni’: een uitsnede uit het gewone leven in directe omgang met school, familie en vrienden. Ook goochelen wordt zo een natuurlijk geïntegreerde anekdote, zoals die ene keer op vakantie in Frankrijk toen vader honderduit aan de praat raakte met andere cafégangers en zijn zoon opvoerde als extra showelement. Notelteirs illustreert ons bijna en passant wat hij toen deed: een muntstuk van twee euro in lucht doen opgaan. Hij vond het nooit meer terug, grijnst hij.
Die eenvoudige narratieve inwerking blijkt een handige oplossing voor de moeilijkheid waar wel meer circusartiesten met theatrale ambities tegenaan lopen. Hoe haal je de pronkerige glans van je trucs, wanneer je iets kwetsbaars wil vertellen? Hoe integreer je zulke korte en in zichzelf besloten erupties in de veel bredere en tragere bedding van een vertelling, zonder dat ze er al te zeer gaan uitspringen?
Illusie en desillusie
Niet toevallig nemen Notelteirs’ goochelkunsten af naarmate zijn monoloog dieper gaat graven in wat hij echt wil vertellen. Daar zat je na een halfuurtje ook wel wat op te wachten: waar gaat dit heen? Het kantelpunt – dat voel je aan de ingehouden adem van de zaal – is een truc voor zijn vader (en dus ook voor ons) die halfweg plots afgebroken wordt: hij die altijd glunderde bij alles wat zijn zoon uit zijn mouw schudt, blijkt ineens nog maar half geïnteresseerd. Vaders verwarring wint het van zijn verwondering. Hij blijkt ziek. Iets met zijn geheugen. Een donderslag.
‘Ongezien’ wisselt daarbij ook zelf van vaatje. Notelteirs switcht van speelse verrassing en vervoering naar de gevoelige snaar. Je voelt aan alles dat hij hier niet langer een trucje opvoert, maar zijn hele monoloog precies om deze existentiële reden heeft gemaakt: de vrees dat met het geheugenverlies van zijn eerste getuige ook zijn eigen geschiedenis teloor dreigt te gaan, terwijl hij net op het punt staat om zelf vader te worden. Op slag krijgt alle anekdotiek iets universeels, met de zoetzure smaak die de eeuwige wissel der generaties bijna per definitie oproept.
Dit aardige kleinood, vol van noodzaak, verdient een even aardige tournee.
Het maakt van ‘Ongezien’ een solo met vele troeven. Zelfs al heb je het gevoel dat er met wat extra werk aan opbouw en dramaturgie nóg meer uit te halen zou zijn, toch weet Notelteirs je met zijn innemende spel makkelijk mee te voeren in zijn relaas. Zijn beide kundigheden vloeken niet, maar versterken elkaar juist. Zijn goochelarij dient als lage instap en directe contactbemiddeling met de zaal, terwijl de narratieve boog van het theater je er ook echt iets doet bij doet voelen. Ze baren één boodschap: illusie mag het leven dan wel meer doen glanzen, uiteindelijk maakt enkel directe oprechtheid het de moeite waard.
Mooi komt het allemaal samen in Notelteirs’ afsluitende nummertje, waarin hij de kaarten van het leven een laatste keer schudt, maar nu als lege betekenaars. Dit aardige kleinood, vol van noodzaak, verdient een even aardige tournee.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz