Theater

De Hyenalaan Michael Vandewalle & Marlies Tack / Theater Antigone

Ellende, overlast en idealisme

Wachtlijsten in de jeugdzorg: het is geen opwindend thema voor het theater, eerder een debatthema en een politieke prioriteit, alvast voor de betrokkenen, al volgen politici te weinig. Toch maken Michael Vandewalle en Marlies Tack met ‘De Hyenalaan’ een erg fijne, aandoenlijke en vooral confronterende voorstelling rond dat thema bij Antigone. Het gaat over idealistische jeugdwerkers, achterdochtige buurtbewoners en kinderen met een verscheurd leven. Die kinderen zijn niet te zien op het podium, maar zijn toch zéér aanwezig. Net zoals in de samenleving.

De Hyenalaan
Klaas Tindemans Theater Antigone, Kortrijk
13 maart 2026

Een komedie kan je ‘De Hyenalaan’ niet noemen, tenzij in een zeer algemene zin. Het is een toneelstuk dat gewone mensen laat zien en daarbij de subtiele machtsverhoudingen in een stukje van de samenleving blootlegt. Liefst met scherpe ironie en dubbelzinnige humor, en met figuren die af en toe karikaturaal worden, zeker als het gaat om burgers met iets meer macht (en geld), die graag tonen hoe beschaafd ze wel zijn.

Vier idealisten werken in een opvanghuis. Ze wonen er wellicht de facto ook. Eén van hen heeft een time-out nodig – “tis maar voor efkes” – weg uit de onmogelijke drukte in de ‘alternatieve zorginstelling’ Het Nest. Bart (Tom Ternest) coördineert, doet de intakes, en ‘verzint iets’ voor elke ingewikkelde nieuwkomer. Peter (Michael Vandewalle) zorgt voor een minimum aan administratieve duidelijkheid uit vrees voor de inspectie. Terecht, zo zal blijken. Hadewijch (Marlies Tack) is de praktisch ingestelde geest die alles gewoon doet omdat het gedaan moet worden. Ze houdt alle bordjes in de lucht. Lotte (Silke Thorrez) heeft een uitstekende stage gelopen, krijgt al snel een contract, en ze ziet meteen hoe idealisme niet alles oplost.

'Problematisch'

Het eigenlijke hoofdpersonage is echter Blue, een jongen uit een onleefbaar gezin, geplaatst door de jeugdrechter. Therapie is er niet: er zijn nog heel veel wachtenden voor hem. Hij is een fanatieke BMX-er. Hij fietst door de straten van de ‘betere wijk’ waarin Het Nest gevestigd is, en is bevriend met Martine, een oudere alcoholiste waar de buren op neerkijken en die dag in dag uit aan haar venster zit, kijkend naar het rumoer in Het Nest. Blue is niet per se ‘problematischer’ dan de rest, het probleem zit in de druk die op het huis weegt om alle kinderen op te vangen, hoe onduidelijk hun zichtbare en onderliggende problematiek ook is.

Bart beweert dan wel dat hij voor iedereen ‘wel iets kan verzinnen’, maar dat betekent vooral dat er meer bedden bijgezet moeten worden in overvolle kamers. En dan heeft de gemeente ook nog eens de winteropvang voor daklozen afgeschaft. De jeugdrechter is begripvol maar vooral streng (en rechtvaardig, zo vindt hij zelf), en Michael Vandewalle vertolkt die (onvermijdelijke?) janushouding door razendsnel te schakelen in stem en gestiek, gewelddadig bijna. Zoals er ook snel geschakeld moet worden in het hoofd van Blue. Alleen heeft Blue geen macht over een ander.

Breakdance voor een goed doel, een aanklacht en een kreet om erkenning.    

Blue heeft evenmin een moeder die op bezoek komt, in tegenstelling tot anderen, en dus nodigt Blue Martine uit, die zich opdirkt voor een feest dat ‘Break de stilte’ heet: breakdance voor een goed doel, een aanklacht en een kreet om erkenning. Een tijdje later, wanneer Blue weer rondfietst, zijn de gordijnen dicht bij Martine. Hij heeft haar sleutel gekregen, ze vertrouwt hem, en hij vindt haar levenloos. Hij gaat op dat moment totaal door het lint: hij valt jeugdwerkers, ambulanciers en politiemensen aan, hij verdwijnt en duikt weer op. Hij is onhandelbaar, zoals dat heet. De jeugdrechter verbant hem naar de hel – een gesloten instelling.

Ondertussen is ook de inspectie langsgekomen, en ze bezorgen Het Nest een dodelijk rapport: “ontoereikende zorgomstandigheden / ongeschikte ruimtes / onbekwaam personeel / onvoorzichtig gedrag / onvoldoende knowhow / ongestructureerd en een gebrek aan meetbare doelstellingen.” Maar voor ‘nabijheid en betrokkenheid’ halen ze wel een goede score. Meer structuur zou veel helpen, maar bij het woord ‘structuur’ gaat Bart op zijn beurt door het lint, verbaal. In een minutenlange woeste tirade, niet gespeend van enige cynisme (en wanhoop) somt hij alle problemen op waarmee de jeugdzorg kampt en komt uit bij een akelige conclusie: “it takes a village to raise a child / waar is dat dorp? / woont daar nog iemand in dat dorp? / it takes a village to raise a child / maar als dat kind overal aanbelt en niemand doet nog open?”

Lotte gaat mee in de razernij, even moe van het werk en van het systeem als Bart. Alles speelt zich af in een beweeglijk huis van plexiglas (scenografie van Giovani Vanhoenacker). Het beweegt over het podium; het toont een schimmenspel (hoe hilarisch is het om met die kinderen samen spaghetti te maken) dat én overdreven drukte én een minimum aan geborgenheid kan suggereren. De kinderen zijn nooit te zien, maar vooral Blue maar ook de anderen vullen de ruimte van de verbeelding via dat huis dat helemaal transparant zou moeten zijn, maar waar mistige muren het zicht vertroebelen.

Het koor van brave burgers

Dwars door dit trieste verhaal rond Blue loopt een andere vertelling, of eerder een (donkere) sfeerschepping, door een koor van brave burgers, de achterdochtige buren van het Nest. Ze laten hun hond uit en kankeren over Het Nest. Dat hoort toch niet in hun wijk? Het vermindert de waarde van hun huis met die kleine crimineeltjes die voor overlast zorgen – oppassen voor die BMX! – en zelfs ambulanciers aanvallen. Het onveiligheidsgevoel, quoi. Ze zeggen dingen die wij, verlichte elite in een redelijk rustige wijk, ook af en toe denken, zo niet uitspreken. Hun blik in de zaal, en de botheid van hun vooroordelen zorgen bij momenten voor een (al dan niet plaatsvervangend) schuldgevoel. Deze burgers staan dichter bij ons dan de kinderen uit precaire omgevingen. Dat is een lastig inzicht.

Michael Vandewalle en Marlies Tack hebben jarenlang gewerkt voor de sociaal-artistieke poot van Antigone: traag opgebouwde projecten, uitlopend op scherp-kritische maar ook uitbundige spektakels die kwetsbare mensen in al hun kracht toonden. Projecten die hen dicht bij precaire leefwerelden brachten, weg van de zekerheden waar wij als middenklasse (toch de meerderheid van theaterbezoekers) al te vertrouwd mee zijn. Ook Tom Ternest en Silke Thorrez hebben die ervaring, onlangs nog bij ‘De intrede’ in Roeselare, waar ze een indrukwekkende samenhorigheid in een diverse, gelaagde gemeenschap creëerden en theatraal vorm gaven rond de denkbeeldige terugkeer van Christus – een passiespel zonder kerk, als het ware.

Brave burgers laten hun hond uit, maar vermoorden wel een vos die vrij rondloopt wegens hinderlijk.    

De geloofsbrieven zijn er dus, het geloof ook in een zorgzame samenleving. Maar de ellende van de wachtlijsten, van de voorlopige, ontoereikende oplossingen is daarmee niet opgelost. “We verzinnen wel iets”, ja, maar niet eindeloos. De reactionaire onverschilligheid van de burgers in hun vrijstaande woningen – de hyena’s? – blijft hardnekkig woekeren. Ze laten hun hond uit, maar ze vermoorden wel een vos die vrij rondloopt wegens hinderlijk. Bart, na zijn uitbarsting, is zich gaan loslopen in de Hyenalaan en vindt het kadaver, in het midden van de straat. Een auto wil hem wegjagen, maar hij blijft staan, gebogen over het dode dier, tot de auto rechtsomkeer maakt. En dan rinkelt zijn telefoon, weer een smeekbede om hulp. “We verzinnen wel iets”: ik ben geneigd om dat te geloven. Nu nog de minister van welzijn en de minister(s) van justitie, zij moeten nog véél verzinnen.        

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz