Europa Wajdi Mouawad / Krzysztof Warlikowski / NowyTeatr Warszawa
Eindeloze tragedie
‘Europa’, de enscenering van ‘Le serment d’Europe’ van de Libanees-Canadese auteur Wajdi Mouawad door Krzysztof Warlikowski en zijn Nowy Teatra Warszawa, werpt een meer dan akelig licht op het geweld dat vandaag door de wereld raast. Het verschijnt daarin als een tragisch lot, een erfzonde haast, waar geen weldenkende, goedbedoelende rede vat op heeft. Geweld dat nooit meer stopt.
‘Europa’ speelt zich af in een naargeestige, enorme zaal, een ontwerp van Małgorzata Szczęśniak. Hoge grijze betonwanden, met een hoge plint van dieprode tegels bepalen de omtrek. Ramen zijn er niet, enkel roosters en een paar deuren links, en metalen hekken rechts. Een groot zwart bord op de achterwand, dat later een beeldscherm blijkt te zijn, suggereert dat dit ooit een klaslokaal was. Lessenaars en kinderstoelen in nette rijen bevestigen dat. De hekwerken rechts van het podium daarentegen spreken dat tegen: als je daarop afgaat kon ook een bezoekruimte in een gevangenis zijn. En wat betekenen de talloze foto’s aan de muur in de smalle gang achter de hekkens?
Die dubbelzinnige kwaliteit van het decor past als gegoten bij een verhaal dat zich noch qua locatie, noch qua chronologie houdt aan de klassieke eenheid van tijd en plaats. Bovendien springt het scherm achteraan geregeld bij om gebeurtenissen die zich elders afspelen - in de coulissen, achter de ijzeren hekkens of zelfs onder de vloer als video te tonen. Er komen ook een paar vooraf opgenomen video’s aan te pas.
Met zo’n video begint het stuk ook. Assia (Magdalena Celiecka), een VN diplomate vertelt op het scherm over een bezoek aan Ijsland voor een feest rond het moment dat de zon voor zes maanden achter de einder verdwijnt. Als ze zich afvraagt hoe jonge kinderen na zes maanden nog weten wat de zon is antwoorden de Ijslanders gevat dat ze daarover de hele winter verhalen vertellen. Verhalen dienen om in de verbeelding te bewaren wat anders vergeten zou worden.
Een tragedie van wraak en wederwraak die qua wreedheid de Griekse tragedies als Oidipous of de Atriden naar de kroon kan steken
Over zo’n verhaal dat anders dreigt vergeten te worden gaat ‘Europa’: een tragedie van wraak en wederwraak die qua wreedheid de Griekse tragedies als Oidipous of de Atriden naar de kroon kan steken. Ik vat het hier samen, maar in de voorstelling kom je, net als Oidipous, maar mondjesmaat achter de volledige toedracht tot die in het gezicht van de betrokkenen ontploft.
Vijfenzeventig jaar voor de gebeurtenissen in de voorstelling – ze situeren zich in 2027 – vallen ‘noorderlingen’ in de vallei van AksaÏ-Jali-Handan – een fictieve locatie– een dorp van ‘zuiderlingen’ aan. Europa, een meisje van acht dat behoort tot de ‘noorderlingen’, verklikt dat er achttien kinderen verscholen zitten in een school. De noorderlingen laten ze daarop door honden verslinden. Haar broer is daar zo door geschokt dat hij een vloek uitspreekt over zijn stam. Daarop doodt zijn vader hem, maar voor hij sterft bezweert hij Europa om boete te doen. Dat doet ze ook door het voornemen achttien kinderen te baren en vervolgens te doden. Een dode voor een dode; Alleen: na de derde kindermoord brengt ze het niet meer op en legt ze drie volgende kinderen te vondeling.
Dat weet je allemaal niet als op het scherm de mededeling verschijnt dat deze school gesloten is sinds 1952. Onmiddellijk daarna verschijnen er beelden van een kind met holle ogen, zonder oogwit, dat als een schichtige rat tussen de stellingen onder de podiumvloer heen en weer schiet, op de vlucht voor een camera die haar op de hielen zit. Het lijkt een meisje, maar zoals ze frunnikt aan haar haar met haar gehandschoende handen en soms grijpt naar haar gelaat – een masker besef je plots, vandaar die zwarte, onwerkelijke oogkassen – is ze eerder een fantoom, of een wezen dat zichzelf noch haar omgeving begrijpt. Het menselijke is haar vreemd geworden;
Menselijk masker
Dat beeld van verbijstering lijkt als twee druppels water op de filminstallatie ‘Human Mask’ (2014) van Pierre Huyghe. Die toont een aap die door een masker, een pruik en meisjeskleren sprekend lijkt op een kind dat helpt in het restaurant van zijn ouders. Dat restaurant ligt echter in Fukushima. Die aap, mogelijk ooit een mascotte van de restauranthouders, bleef alleen achter toen de eigenaars vluchtten voor de kernramp. Het is een van de sterkste beelden die ik ooit zag van een wezen dat we door zijn vermomming nog steeds als mens lezen, maar feitelijk buiten onze symbolische orde is komen te staan door een gruwelijke ramp.
Net zo is het met het kind dat we hier zien: het wordt vertolkt door danser Claude Bardouil. Als die later op het podium verschijnt rukt hij pruik, masker, handschoenen en kledij af en zie je een kaal, krampachtig wezen dat niet langer humaan is. De enige die er contact mee heeft is de ondertussen meer dan tachtigjarige Europa (vertolkt door een man, Andrzej Chyra). Het is een onthutsend beeld van een fataal moment dat als een monster blijft leven in het ondertussen stokoude lijf van Europa.
Claude Bardouil is een kaal, krampachtig wezen dat niet langer humaan is.
De handeling die volgt draait om Assia die als VN diplomaat hardnekkig speurt naar Europa om haar ertoe te brengen de waarheid op te biechten over dat bloedbad van 75 jaar geleden. Die verbetenheid verwondert, want de vrouw lijkt in haar gedrag -kauwgum kauwen is haar handelsmerk – en verschijning – geblondeerd haar, strakke leren rokjes, Louboutin pumps met naaldhakken – eerder een karikatuur van het domme blondje dan een verbeten waarheidszoeker. Pas op het einde blijkt dat ook zij, naaldhakken inbegrepen, intiem verbonden is met de slachting van 1952.
Als Europa haar belooft om te getuigen op voorwaarde dat ze haar drie dochters terug met haar verenigt verzet ze daar wel hemel en aarde voor. De drie leven immers elk op een ander continent. Wedia (Małgorzata Hajewska-Krzysztofik), de oudste, woont in Australië. Megara (Magdalena Popławska) is een overspannen medewerker van het Griekse Epidauros festival die erop moet toezien dat de monumenten geen schade lijden door spektakels. Jovette (Maja Ostaszewska) is een Canadese met Zweedse roots die vastbesloten is om medewerker te worden van een ngo en zo, ondanks haar angst voor honden, hondentrainer wordt. Warlikowski roept het allemaal in trefzekere scènes op, nog voor allen zich verenigen in één ruimte om van hun moeder – waarvan ze zich nooit eerder bewust waren – hun voorgeschiedenis vernemen.
Huis clos met naaldhakken
Eens ze zich samen bevinden in de huis clos van de scenografie blijkt pas hoezeer de vloek die Europa’s broer ooit uitsprak ook hun levens bepaalde. In prangende scènes verschijnt Wedia’s zoon Zacharias (Bartosz Gelner) voor een gerechtshof op beschuldiging van de moord op en kannibalisering van zijn vriendin, met zijn moeder tegenover hem als getuige. Wedia beseft daar en dan dat haar ook schuld treft als haar zoon zo’n wandaden pleegde, al is dat rationeel onverklaarbaar. Tragedie, noodlot, verschijnt hier in zijn zuiverste vorm: Wedia baarde een monster haars ondanks. Veel later blijkt echter ook Megara verdoemd: al haar kinderen sterven op de zevende maand van de zwangerschap. Haar naam is dan ook niet toevallig die van de vrouw van Herakles, die in een vlaag van waanzin zijn vier kinderen doodde. Jovette – een verbastering van Iovis of Zeus, die volgens de mythe Europa bezwangerde- zit dan weer met die honden die herinneren aan de slachting in 1952.
Wedia baarde een monster, haars ondanks.
Stilaan vallen alle puzzelstukken zo op hun plaats. Het laatste puzzelstuk is Assia. Zij onthult hoe ‘noorderlingen’ destijds haar moeder en andere vrouwen verplichtten pumps met naaldhakken aan te trekken. Daar geilden ze zozeer op dat ze hen meteen verkrachtten om vervolgens hun ogen uit te steken met de naaldhakken en ze tenslotte te vermoorden. Warlikowski is verstandig genoeg om dat beeld niet op te roepen. De woorden alleen al doen je huiveren. Plots begrijp je dat ook Assia niet buiten de logica van eeuwige bloedwraak staat: haar naaldhakken zijn een dubbelzinnig teken van slachtofferschap en verzet. Even dubbelzinnig is het op één na laatste beeld waarin Europa haar dochters ook naaldhakken schenkt die ze, onwennig, uitproberen.
Begint hier een ander verhaal van verzoening? Of juist een voortzetting van bloedvergieten en ellende? Komt er ooit een einde aan de ellende die aanving met het bloedbad van 1952? Dat blijft in het midden. Al geeft Wajdi Mouawad weinig hoop. De slotwoorden, uitgesproken door Aissa, die ook verschijnen op het scherm, spreken dat zeker tegen. Tragedies kennen voor haar geen oplossing. Ook de Grieken worstelden daarmee, en haalden er dan maar een deus ex machina bij: Goden die een embargo stelden aan een eindeloos voortwoekerend trauma. Maar wat als de Goden niet bestaan?
Een krankzinnig verhaal
Ik was zelden een grote fan van het werk van Warlikowski – met uitzondering dan van de ‘Lulu’ in de Munt in 2021 – maar wat hij hier doet met een erg sterke cast is buitengewoon. Op de keper beschouwd is ‘Europa’ een krankzinnig, onwaarschijnlijk verhaal. Het gaat hem dan ook niet om een ‘well made play’: het gaat Mouawad erom te tonen dat er krachten bestaan die een humanistische, psychologiserende verklaring van de ‘geworpenheid’ van de mens overstemmen. Er bestaat, zo lees ik het, een vloek, een tragische lotsbestemming die zo’n rationalisaties futiel maakt. ‘Het’ overkomt ons en dat ‘het’ zet ons buiten de symbolische orde van het menselijke. Niemand heeft ons dat echter ooit verteld, laat staan erop voorbereid. Als het ons dan overkomt, zelfs in uitgestelde orde, als ‘kinderen van’, weten we niet waarvoor we staan, in de dubbele betekenis van de uitdrukking.
Warlikowski geeft daar, mede dankzij de scenografie, op meerdere momenten gestalte aan. Het meest krasse voorbeeld is het meisje dat zich verschuilt onder het podium. Even briljant zijn echter de momenten waarop de protagonisten zich filmen terwijl ze zichzelf verrechtvaardigen. Hun uitvergrote beeld op het scherm maakt dan er dan haast een karikatuur van. De menslievendheid van Jovette wordt zo een echokamer van weldenkendheid die zichzelf niet meer bevraagt.
Het is vreemd, zelfs onheilspellend, om zo’n voorstelling te zien op de dag dat het geweld op de Westelijke Jordaanoever ongekende hoogtes bereikt.
Europa zelf is het meest intrigerende personage door de vertolking van Andrzej Chyra. Zijn replieken zijn schaars en stuurs, maar haast eindeloos staart hij, met zijn rug naar het publiek in een camera die dat publiek natuurlijk ook weer, als vage achtergrond, weerspiegelt. Hij is geen personage meer, maar een zwart gat dat alle – humane - betekenis uit de handelingen van de mensen rondom hem, en meteen ook van het publiek, wegzuigt. De enige die daaraan weerstaat is Assia, de Cassandra van dit verhaal, die alles weet en voorziet, maar ook weet dat het nergens toe zal leiden.
Het is vreemd, zelfs onheilspellend, om zo’n voorstelling te zien op de dag dat het overlijden van Ratko Mladić eindigt op lofbetuigingen aan het adres van één van de meest perfide beulen van de recente geschiedenis. Terwijl het geweld op de Westelijke Jordaanoever ongekende hoogtes bereikt. En bombardementen op Oekraïne doorgaan. Kan iemand zich voorstellen wat dat betekent voor de kinderen en kleinkinderen die hiermee verder moeten? Daarover heeft dit stuk het niet, maar toch stelt het die vraag.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz