PLAY_FINAL Arthur Decock
Eindelijk nog eens een beetje gal
“Ik zou graag een kunstenaartje zijn, zoals al mijn vriendjes kunstenaartjes zijn”, zo kweelt Lasse Geudens in ‘PLAY_FINAL’ in een ballad op zijn gitaar. Naast hem ligt maker Arthur Decock met de armen wijd neergezegen ter aarde onder een schreeuwlelijk computerbeeld van gevallen gorilla’s, terwijl boven hen de bommen overvliegen als een deken over deze tijd. Nee, beide spelers zijn niet zoals hun vriendjes. Net omdat ze elke goede smaak helemaal opgegeven lijken te hebben, springt hun pre-apocalyptische kots heerlijk uit de band.
Veel theater tegenwoordig is smooth, smoothier, smoothie. ‘PLAY_FINAL’ is het tegendeel: donkergiftige koffie die moedwillig slecht geserveerd is, op een blaadje dat maar half leesbaar is. ‘Een deconstructie van het westerse theater", zo benoemen de makers hun poging zelf in hun achteraankondiging, ter promotie van hun merch. “Ook voor kinderen!” De ironie druipt ervan af, de grafiek van hun promobeeld is retro-nineties in fluogroene geblokte MS-DOS-letters. Dit is afbraaktheater in een afbraakwereld, een ruïne van samengeraapte scènes in een tijd die ook zelf enkel nog in flitsen opereert. En toch. Toch voel je iets heel gemeend onder alles. Waar is het Arthur Decock om te doen?
Kokette onaangepastheid
“Beziet hoe alles schijnt”, zo luidt een van de vreemde zinnetjes die af en toe terugkeren doorheen de mikmak van heel aparte scènes die op een uurtje voor je fronsblik passeren. Het verraadt niet alleen een onverholen weerzin tegen al wat zich tegenwoordig verkoopt in glansverpakking, niet enkel een diep gevoel van desoriëntatie in de virtuele overkill. Het verraadt ook een hooggestemde literaire adem, die Decock overhield aan zijn opleiding Woord aan het Antwerpse Conservatorium. Daar behoorde hij in 2020 tot de corona-generatie die afstudeerde op Zoom, solo op hun kamertje.
In zulke gebenedijde poëzie zwelgen wel meer momenten in ‘PLAY_FINAL’, vooral om een verloren geliefde én kameraad te betreuren. Decock zag het liefste wat hem lief was, jammerlijk teloorgaan. Landen lukt hem enkel met af en toe een ademstoot van zoete dichtkunst, maar die klinkt allesbehalve als liefdeslyriek. “Eén moment lang gaven wij licht, onder een koepel van vlees, van dat ademende barstende bubbelende vlees. Eén moment brandden wij dik en dieprood als de oneindige vlammen in kraters in het Midden-Oosten.” Is liefhebben nog wel mogelijk in een wereld die in brand staat? Duistere literaire romantiek overheerst, geschreven door een gekwetste ziel die zich afvraagt wat nog de zin is van alles.
Er lijkt geen maat te staan op de artistieke weerzin en het je m’en foutisme van beide spelers.
Andere sleutelwoorden voelen een stuk minder lyrisch. Ze staan als kleine en snelle graffiti-tags gekribbeld in de rand van een terugkerend schermbeeld dat eruitziet als een plakboek: ‘I feel miswired’, ‘poor me’, ‘Burn it all down’, naast nog een snel getekend bom-vliegtuig en een demonisch insigne. Ze vatten de plompe keerzijde van de voorstelling samen: een kladje van simpele, bijna puberale emoties die vertaald zijn in ‘weirde’ beelden en scènes, en bijna koketteren met hun eigen onaangepastheid. Het ziet er niet uit. Het wil er ook niet uitzien.
Een kleine greep: Decock als grommelende gorilla met twee te korte krukken aan zijn armen, terugkerende radiogolven met afgrijselijke bliepjes en afgekapte zinnen over een nakende totale oorlog, een soort prehistorische game over hoe je binnenraakt én afstudeert aan de toneelschool (naakt helpt!) maar dan verdrinkt in sloten koffie met programmatoren (hopen helpt niet!), een stukje originele Shakespeare uit ‘Richard II’ onder een hoedje uit de meme-cultuur, gewoon even lekker kotsen en een penis opblazen, samen Fred Astaire-gewijs tapdansen op ‘Dance yourself to death’ vóór het AI-beeld van een instortend theater, een schaduwspel met green key in een echokamer van ‘identity politics’ tot Pommelien Thijs… Er lijkt geen maat te staan op de artistieke weerzin en het je m’en foutisme van beide spelers.
Omgekieperde vuilbak
Toch is ‘PLAY_FINAL’ veel meer dan de creatieve zolderkamer van twee jongens die ook eens op het podium mogen. Er zit wel degelijk een structuur achter. Na elke scène krijgen we op het grote scherm dezelfde gifgroene boodschap in ons gezicht geblokletterd, als getypt op een aftandse computer: “Is abstract theater niet iets voor u?” Of “Is teksttheater niet iets voor u?” Of: “Is iets meer energiek niet iets voor u?” Wat Decock en Geudens serveren, zijn platte ironiseringen van de klantvriendelijke bediencultuur die ook in podiumhuizen steeds meer terrein wint. Met een bizarre mix van anti-pleasing en zelfhaat posteren ze zich op de frontlijn van artistieke autonomie, om die weer een beetje hun kant op te sleuren.
Deze voorstelling is het ware absurdisme én de ware punk anno 2026.
Ik vind ze absoluut bevrijdend, deze twee zielige nitwits met uitgestreken bakkes en hun nerveus gekwek over seks, demonische rituelen en hun eigen (podium)angsten, net als hun bewuste anti-esthetiek uit de riolen van het internet. ‘PLAY_FINAL’ is theater van de slechte smaak, maar niet zomaar uit puberale zelfprofilering. Er zit een authentieke ontreddering onder – zo leert ook een geprojecteerde bekentenisvlog van Decock zelf – over een beschaving die naar de afgrond dendert. Deze voorstelling is het ware absurdisme én de ware punk anno 2026. Als er geen zin meer is, waarom dan nog zinnig proberen zijn?
Zwart als gal, hijgerig as hell, maar ook verrassend oorspronkelijk.
Hoe banaal en belachelijk het er op scène ook uitziet, deze opgestoken middelvinger is wel door een graaibak vol culturele referenties gegaan. We zien en horen flitsen van Estragon en Vladimir van Beckett, de naargeestige schilderkunst van Caspar David Friedrich, Will Tura, de pythagoreïsche code 1378, Ruben Östlunds film ‘The Square’, het legendarische nineties computerspel ‘Zork’, ‘Het Lijden van de Jonge Werther’… Het volledige overzicht is te vinden in de aangeprezen merch die ik dan toch maar kocht: ‘BOOK_FINAL’, een donkere doos met het hele script én de volledige dramaturgie achter deze omgekieperde vuilbak.“Is dit niet iets?”, luidt de laatste vraag die we op het scherm op ons bord krijgen. Precies de nietsigheid van ‘PLAY_FINAL’, zo opgeladen met eeuwen absurdisme én zingeving, is juist heel veel. Of heel anders, dat vooral. Nu verdacht veel theater liefdevol de hele zaal én de kosmos wil omarmen, voelt deze ruwe bolster met weke pit als een absolute verademing. Zwart als gal, hijgerig as hell, maar ook verrassend oorspronkelijk voor zoveel mismaakt amateurisme met schijnbare AI-esthetiek. Misschien is het niets voor u, maar ga toch maar kijken. En beziet hoe alles schrijnt.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz