Theater

Bismillah Layla Önlen

Een levensverhaal op 100 meter lint

Samen in een kring zitten en een verhaal delen. Het is de oertraditie van theater rond het kampvuur. Layla Önlen maakt er opnieuw een ritueel van. Met maar één rode draad. Letterlijk dan want ‘Bismillah’ vertelt een levensverhaal op exact 100 meter rood lint.

Uitgelicht door Liv Laveyne
Bismillah
Liv Laveyne Kapittelzaal, Begijnhofsite in kader van Theater op de markt
08 augustus 2026

We worden uitgenodigd om samen een kring te maken. In het midden: een glazen bokaal met zoetigheid en een versierd houten doosje. “Iemand een snoepje?” vraagt Layla Önlen, met een uitnodigende glimlach en een kleine twinkel in de ogen. Ze zit bij ons in de kring. Onder haar broek piepen haar blote voeten, de teennagels dieprood gelakt. Een klein, bijna ondeugend detail. 

Onder het verhaal over kuisheid, opgelegd huwelijk en onderdrukking zit ook een vrouw die gewoon speels en sexy wil zijn. Het lichaam niet als bezit van een vader of een man, maar als het hare. Sommige dingen zijn moeilijk uit te spreken. Als je het niet kunt zeggen, schrijf het dan op, luidt vaak het advies van therapeuten. ‘Bismillah’ volgt die goede raad maar maakt er ook een gedeelde theaterervaring van.

We zullen samen in stilte lezen terwijl het verhaal zich ontrolt. Letterlijk.     

Önlen geeft ons enkele eenvoudige instructies. Uit het doosje komt een rood lint van exact honderd meter. Daarop staat een verhaal geschreven, met hier en daar een geborduurd woord. We zullen samen in stilte lezen terwijl het verhaal zich ontrolt. Letterlijk. Het lint gaat van hand tot hand. We lezen, geven door, lezen verder. We spannen een draad en worden zo met elkaar verbonden. Aan het einde hoopt het lint zich weer op. Een hoop hoop.

De weg naar vrijheid

Het verhaal gaat over een jonge vrouw die op vakantie te horen krijgt dat ze een man zal krijgen. Door haar vader voor haar uitgekozen: de prins van zijn dromen, niet de hare. Er is geen andere keuze volgens de vader. Als jong meisje heeft ze al geleerd de kortste weg van huis naar school te nemen. Geen zijwegen, want daar schuilen de hongerige wolven: de mannen die haar kuisheid bedreigen.

‘Bismillah’ (Arabisch voor ‘In de naam van Allah’) is een verhaal van kommer, maar ook van vreugde. Grappig soms.     

Het verhaal begint bij het rode lint dat rond de middel van de jonge bruid wordt geknoopt. Een ritueel dat verwijst naar het verlaten van het ouderlijke huis, maar ook naar het rood van het maagdelijke bloed. Tussen de handgeschreven woorden verschijnt af en toe een geborduurd woord: thuis, vreugde… Onder je vingers voelt het bijna als braille. Of beter: de emotie wordt tastbaar. De woorden zijn geborduurd door vele vrouwen, die elk ook hun eigen verhaal meedragen.

‘Bismillah’ (Arabisch voor ‘In de naam van Allah’) is een verhaal van kommer, maar ook van vreugde. Grappig soms. Over veerkracht en jezelf vinden. Over een huwelijksnacht die, vertelt de vrouw, eigenlijk best wel spannende seks oplevert, maar waarin ook geweld zijn intrede doet. Over vluchten met haar zoon en proberen een nieuw leven op te bouwen. Over overal onderbetaalde klusjes doen. Is dat dan vrijheid?

Tot ze een uitweg vindt in het theater, in de befaamde woorden van de overleden dramaturge Marianne Van Kerkhoven: ‘Het theater ligt in de stad en de stad ligt in de wereld en de wanden zijn van huid.’  Ze wil die plek betasten maar vindt alleen stof (de aardbeving in Antakya) en as (aan de voet van de berg waar haar dode ouders liggen). Ze wil ademen.

Het lint terug opwinden

Tot zover is het een verhaal dat niet nieuw is en al vaker verteld. Maar het samen lezen in stilte, op het tempo van degene voor of achter je, versnellen of vertragen, doet iets bijzonders. Het vraagt aandacht. Voor het lint, voor de ander, voor de woorden. En tegelijk opent het, zoals een boek dat kan, een andere verbeelding. Önlen koppelt de kracht van theater aan die van de literatuur: verbinding en verbeelding.

“Nog een snoepje?” vraagt ze. Het snoepje smaakt nu minder zoet. Misschien zelfs bitter. Maar het laat ook vragen op de tong branden.

‘Bismillah’ gaat over tijd nemen. Tijd om te vertellen, tijd om te luisteren, tijd om jezelf te vinden.    

Dit had het einde van de voorstelling kunnen zijn. Maar interessant is het tweede deel van ‘Bismillah’, wat zich daar ontspint, of beter, daar weer opwindt. “Vraag maar”, zegt Önlen, terwijl ze het lint terug op de spoel begint te winden. Dezelfde tijd die nodig was om het verhaal te vertellen, wordt nu uitgetrokken om verhalen te delen. Is het haar verhaal? Ja, bekent ze. Waarom was er volgens haar vader geen andere keuze? Ze verhaalt over de kız kaçırma (de ‘traditionele ontvoeringspraktijk’ waarbij een man een ongehuwde vrouw ontvoert en onteert om haar familie voor voldongen feiten te stellen).

Het gedeelde kampvuur met het publiek begint opnieuw te gensteren. De een vertelt over de school waar een jong meisje werd vermoord in het kader van bloedwraak, de ander over de eerste seksuele ervaring. Of het nu binnen een eerste maagdelijke huwelijksnacht gebeurt dan wel tijdens een zatte fuif: ‘de eerste keer’ gebeurt zelden beredeneerd, vindt iemand. Er wordt gegiecheld.

'Bismillah' zet aan om verhalen te delen maar vooral ook om tijd te nemen. Tijd om te vertellen, tijd om te luisteren, tijd om jezelf te vinden. Zonder woede, met geduld en mededogen. In het Arabisch, vertelt Önlen, betekent zayn (uitgesproken als ‘zijn’) zowel genade als schoonheid.

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz

Zin in het beste van pzazz?
Schrijf je in voor onze tweewekelijkse nieuwsbrief met telkens drie tips voor bijzondere voorstellingen.

inschrijven