Theater

Geen oude vrouwtjes Het Gevolg

De tong van Jo De Meyere en de sjarel van Jan Decleir

Chris Lomme is 87, de stap moet wat geholpen en soms ook het geheugen, maar als zij een gedicht van Herman De Coninck leest dan wordt het muisstil. Alsof we in een vacuüm zitten waar leeftijd geen tel heeft, de rimpelloze tijd. ‘Geen oude vrouwtjes’ van Het Gevolg zal artistiek geen potten breken maar doet wel wat het belooft. Het stuk wil ouderen aanspreken zonder hen te reduceren tot hun gebreken en zo tonen dat op speelsheid én spel geen houdbaarheidsdatum staat. Al zijn het vooral de sappige anekdotes van theatercoryfee Lomme die blijven hangen.

Geen oude vrouwtjes
Liv Laveyne Arca, Gent
12 oktober 2026

Ouder worden: het is het enige waar geen levende onderuit kan. Lomme woont zelf in een serviceflat en spreekt in interviews open over de ongemakken van het ouder worden. Dat wil echter niet zeggen dat ze zich zomaar bij de situatie neerlegt. “Ik ben een oud vrouwtje, maar ik revolteer,” zei ze onlangs nog in het Radio 1-programma ‘Touché’.

Enter ‘Geen oude vrouwtjes’. “Een ode aan het ouder worden,” noemt regisseur Stefan Perceval de voorstelling bij aanvang als een overenthousiaste verkoper. Aan het einde roept hij het publiek op tot een staande ovatie voor de grande dame van het theater. Een staande ovatie, niet voor het stuk, wél voor de dame. Dat is meteen ook de conclusie van deze recensie.

Ouderdom als afzetmarkt

Het idee om met Chris Lomme (waarmee Perceval eerder ‘Madame Rosa’ bij Het Gevolg maakte) een voorstelling te brengen in de vele woonzorgcentra die Vlaanderen rijk is, blijkt een schot in de roos. Terwijl (jonge) honden moeten vechten om een bot en speelplek, zijn er voor ‘Geen oude vrouwtjes’ nu al meer dan 50 speeldata verpatst, in cultuurhuizen maar vooral ook in zorginstellingen of, zoals afgelopen week, tijdens een symposium rond ouder worden in de Gentse ondernemerstempel, het Wintercircus. Ouderenzorg is niet alleen een maatschappelijk thema maar ook big business én - zo blijkt - ook een ideale afzetmarkt voor theater.

Ouderenzorg is niet alleen een maatschappelijk thema, maar ook een ideale afzetmarkt voor theater.    

De scenografie van ‘Geen oude vrouwtjes’ is daartoe opvallend eenvoudig en makkelijk om te toeren. Vier stoeltjes voor de vier actrices, een mobile met oude foto’s en een synthesizer voor de muzikant (Kris Auwers) om straks als publiek mee te kunnen zingen en klappen. Het is precies het soort decor dat met de vlotheid van een rollator de cafetaria van het woonzorgcentrum kan binnenrollen voor een namiddagje animatie.

Ik speel dus ik ben

Naast Lomme en actrice en tekstschrijver Marit Stocker zijn de overige twee stoelen voor Rita en Melissa, Hartenspelers bij Het Gevolg. Als niet-geschoolde acteurs die vanuit de sociaal-artistieke werking een professioneel podium krijgen, moeten ze qua spel niet onderdoen. Zeker  Rita niet, die met het hart op de tong haar gelijke vindt in Lomme.

“Iedereen wil oud worden, maar niemand wil het zijn,” is hun gedeelde betoog. Dus worden er geturnd aan de stoel. Of aan hersengymnastiek gedaan. Wanneer Lomme het satirische gedicht ‘Olifant’ van Herman De Coninck voordraagt (En dan zijn slurf / en vlak daarnaast zijn ogen/ hoe zou jij kijken als ze je lul op je neus hadden gezet?), verandert de oefening in iets anders, geconcentreerder. Speelsheid wordt spel.

Stocker vertelt over ‘het hoedje’ dat ze opzet om een rol te spelen in het leven, dat haar meer lef en durf om te spreken geeft. Lomme noemt spelen haar leven, ze heeft naar eigen zeggen naast de scène nooit een rol gespeeld, knipoogt ze. Maar wat zegt dat als spelen en leven samenvallen?

Het advies van Lomme is eenvoudig: wees stout.  

Je kan misschien niet jong van lijf zijn, maar wees het dan in geest, in spirit. Het advies van Lomme is eenvoudig, en misschien zelfs simplistisch in het licht van alle ziekte en ongemak: wees stout. Voel het leven. Voel het zand tussen je tenen en de bubbels in je mond. Omarm het leven. Met de blutsen en de builen. Zoals Rita, die vertelt over haar zoon die ze verloor. Haar herinnering aan hem zit niet in grote woorden, maar in de geur van zijn aftershave, achter de oren. Want zo werkt het menselijke geheugen: de herinnering zit niet als album in de schuif, maar als iets onder je huid dat plots jeukt (en als je neus jeukt, denkt er iemand aan je).

Het brengt de vier spelers tot de vraag: wat bewaar je eigenlijk van een leven? Wat bewaar je van alles waarvoor je hebt gewerkt? Als je die spullen van jou wegdoet, zijn ze dan ook uit jou? Hoeveel van jezelf mag nog mee naar een woonzorgcentrum? Eén meubel? Twee maximum? Al de rest verdelen onder de (klein)kinderen, de kringloopwinkel of het stort?

Bijt de spijt

Met het wegdoen komen ook de herinneringen die je nog wilt toevoegen voor het te laat is. De bucketlist. Rita wil nog skydiven. Lomme houdt het eenvoudiger: niet alleen in je bed blijven liggen. Ook dat verhult ze niet: het gemis van haar echtgenoot, acteur Nand Buyl die in 2009 overleed. Ze zingt eenzaam het musicalnummer ‘Where are the clowns’ (“Making my entrance again with my usual flair / sure of my lines / no one is there”). De stem wordt laag. Bijna als een bassist die één snaar aanslaat en die trilling door een lichaam jaagt. Het is op dit moment waarop je beseft waarom deze vrouw al zeventig jaar op een podium thuishoort.

Wat als je andere keuzes had gemaakt? Kinderen of niet? Had je carrière er anders uitgezien? “Wat als spijt in je bil bijt?”, vraagt Marit zich af. “Dan bijt je gewoon terug”, zegt Lomme laconiek.

Het publiek lacht. Om de vrankheid waarmee Lomme spreekt.    

Het brengt haar naar die keer toen Jo De Meyere tijdens een acteerkus ‘per ongeluk’ een tong draaide, waarna ze hem in de tong beet. Of die keer over de sjarel van Jan Decleir, die tenminste zijn zaakje had gewassen vooraleer Lomme in spreidzit op hem kroop. Het publiek lacht. Om de vrankheid waarmee Lomme spreekt, om de vrijheid die ze zich permitteert terugblikkend op een tijd waarin grensoverschrijdend gedrag op scène nog beroepsrisico heette. Sois belle vast en zeker, maar tais-toi  is gelukkig nooit aan haar besteed geweest.

(g)een oud vrouwtje

Het zijn dan ook vooral deze sappige anekdotes die bijblijven. De voorstelling zelf bewandelt een slap koord. Want wat wil ‘Geen oude vrouwtjes’ precies zijn? Een ode aan het ouder worden volgens Perceval? Daarvoor is de voorstelling te disparaat. Een ode aan een theaterlegende zoals Lomme? Daarvoor hinkt het teveel op twee gedachten: het ensemblestuk en de spot op één performer. Een sociaal-artistiek project dat het theater naar woonzorgcentra wil brengen met een verzameling herinneringen, speloefeningen en een meezinger bij tijd en stond (“Pillen, pillen, wij willen pillen”)? Daarvoor maken ze het niet bont genoeg voor een bonte avond/namiddag.

Lomme wil niet alleen herinnerd worden als de actrice die ze was, ze wil blijven spelen zolang het nog kan.     

Je gunt Lomme eigenlijk iets anders op toneel, maar je merkt ook je hoe de speelruimte letterlijk en figuurlijk beperkt is. Je ziet soms de twijfel, de zoekende blik naar houvast bij de autocue of medespelers. Dat voelt confronterend, maar tegelijk toont Lomme zich hier waarachtig fragiel: niet als die onaantastbare grande dame, maar als actrice die nog altijd wil spelen, ook al kan ze niet langer verbergen dat geest en lichaam soms een eigen agenda hebben.

Artistiek vindt ‘Geen oude vrouwtjes’ misschien moeilijk zijn vorm, maar in de kwetsbaarheid gebeurt daardoor onbedoeld iets anders wat zich niet laat regisseren. De zorgzaamheid waarmee de spelers elkaar omringen maakt het ook tot een ontroerend warme voorstelling. Dat is het ongemakkelijke en tegelijk ook het mooie van ‘Geen oude vrouwtjes’: Lomme wil niet alleen herinnerd worden als de actrice die ze was, ze wil blijven spelen zolang het nog kan. Ik speel dus ik ben. Dit is theater als daad misschien meer dan artistiek statement. 

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz

Zin in het beste van pzazz?
Schrijf je in voor onze tweewekelijkse nieuwsbrief met telkens drie tips voor bijzondere voorstellingen.

inschrijven