Theater

Oracle Łukasz Twarkowski / Anka Herbut / Dailes Theater

Als AI abracadabra wordt

Łukasz Twarkowski, de artistiek leider van het Dailes Theater in Letland is al enige tijd de lieveling van de grote Europese podia. Ik liep hem echter keer op keer mis. Toen ik hem dan toch aan het werk zag in ‘Oracle’, op de Ruhr Triennale in Duisburg, begreep ik meteen waarom hij zo gegeerd is. Ik zag een regisseur die goochelt met indrukwekkende techniek, in het bijzonder live video, om allerlei hot issues aan te stippen in een complexe plot. Maar ik zag ook dat het bij aanstippen blijft. Het ontging me welk punt hij nu werkelijk wilde maken in dit verhaal over artificiële intelligentie, Alan Turing en Hedy Lamarr.         

Oracle
Pieter T’Jonck Kraftzentrale Duisburg (DE), in het kader van de Ruhrtriennale 2025
05 september 2025

De geschiedenis kan wreed, zeer wreed zijn. Alan Turing kraakte Enigma, de geheime code van de nazi’s, en bekortte zo de oorlog met minstens twee jaar. Hij formuleerde ook stellingen over AI die tot vandaag – denk aan de Turing Test – stand houden. Als dank dwong de Engelse regering hem tot chemische castratie wegens homoseksueel. Hij pleegde kort daarop zelfmoord – vermoedt men toch – door te bijten in een met cyanide vergiftigde appel. Eerherstel volgde pas decennia later. Te laat.

Hedwig Eva Maria Kiesler, artiestennaam Hedy Lamarr, verging het iets beter. Alhoewel. Ze bedacht en patenteerde het principe van frequency hopping dat aan de basis ligt van veilige (digitale) communicatie, maar kreeg daarvoor nooit erkenning van de Amerikaanse overheid. Niet alleen omdat ze een Joods-Oostenrijkse, gescheiden immigrant was, maar vooral omdat ze er erg goed uitzag (Disney inspireerde zich op haar bij de creatie van ‘Snowwhite’) en als filmactrice de eerste ‘artistieke’ naaktscènes ooit schoot. Een mooie vrouw met hersens? Dat ging er bij de Amerikanen niet in.

Turing en Lamarr ontmoetten elkaar nooit. Een van de veronderstellingen achter ‘Oracle’ is wel dat zowel Turing als Lamarr bezeten waren van de idee dat een machine bewustzijn kan ontwikkelen. Hun verwantschap blijkt hier op een wat bizarre wijze als Lamarr poseert als Disneys Sneeuwwitje, die net als Turing stierf door een vergiftigde appel. De associatieve verbeelding van Twarkowski en dramaturge/ mede-auteur Anka Herbut raakt -niet alleen daar - soms duidelijk oververhit.

Deze twee onderzoekers liepen ze in elk geval ver vooruit op hun tijd. Vandaag geloven velen rotsvast dat AI tot ‘bewuste machines’ zal leiden. Blake Lemoine (Artūrs Skrastiņš), een ingenieur bij Google, is er zo een. Het eerste bedrijf toont een remake van het TV-interview uit 2022 waarin hij claimde dat zijn LaMDA dat bereikt had, zonder veel bewijs overigens. Twarkowski en Herbut grijpen echter ook terug naar verre voorlopers als Ada Lovelace die rond 1850 het eerste computerprogramma schreef. Ze duikt hier op als cryptograaf Ada Love (Madara Viļčuka).

Belangrijker dan alle abracadabra is het verhaal van Bletchley park, de geheime plek waar de knapste wiskundigen van Groot-Brittannië de Duitse Enigmacode kraakten met de ‘Bombe’.

‘Oracle’ kaart het thema van de ‘bewuste machine’ al aan nog voor de voorstelling begint. Op een reuzenscherm voor het podium verschijnt een wazig beeld van het publiek dat de zaal betreedt. De hoofden zijn er vreemd oplichtende vlekken. ‘Oracle’ zal later nog vaak zo’n bevreemdend beeld inzetten om te suggereren wat en hoe een met bewustzijn behepte machine ziet. Met als bijkomende suggestie dat het bewustzijn van zo’n machine niet noodzakelijk functioneert als dat van mensen. “Om te weten hoe een machine denkt, moet je zelf een machine worden” is een zin die vele malen te horen is.

De voorstelling zelf begint dan met een duizelingwekkend beeld van dansende stippen die steeds wisselende patronen vormen. Hedy Lamarr (Vita Vārpiņa), gekleed als een sprookjesprinses, orakelt daarbij een hele theorie bijeen over oneindige mogelijkheden, over patronen en algoritmes die een nieuwe wereld scheppen. Ze is niet de enige die zo de onstuitbare opmars van de ‘bewuste machine’ aankondigt. Dat doet ook ene Zhang (Xiaochen Wang), een Chinese man die als een spook overal opduikt met zinnen als “De toekomst is al hier”. De keuze voor een hippe Chinees als heraut van de geest in de machine is niet toevallig: het denken over de wonderlijke kracht van de wiskunde als weg naar de perfecte wereld begon bij Leibniz, de briljante wiskundige die veel ontleende aan de door hem bewonderde Chinese cultuur. Een helder punt maat ‘Oracle’ daarover echter niet. Het lijkt vooral veel abracadabra.

Belangrijker dan alle abracadabra is het verhaal van Bletchley park, de geheime plek waar de knapste wiskundigen van Groot-Brittannië, zoals Turing (Mārtiņš Meiers) en Joan Clarke (Ilze Ķuzule-Skrastiņa), tijdens de oorlog de Duitse Enigmacode kraakten met de ‘Bombe’. Die machine werd hier voor de gelegenheid nagebouwd. Het eerste deel van de voorstelling focust echter meer op liefdesperikelen binnen deze groep met codenaam Hut 8, alsook op hun conflicten met de oude generaal Denniston (Juris Bartkevičs) die niet begreep dat cryptografie belangrijker was dan bommen en granaten om een moderne oorlog te winnen.

Niet al die verhalen authentiek. Dat van de gluiperige Trevor Twitch (Klāvs Kristaps Košins) die Turing intimideert met toespelingen op zijn homoseksualiteit en het aanlegt met de fictieve Ada Love is dat bijvoorbeeld zeker niet. Ze schetsen wel een tijdsbeeld, en kaderen het pijnlijke moment dat Turing zijn verloving met Clarke verbreekt als hij beseft dat een huwelijk tot een mislukking zou leiden. Tussendoor krijg je ook het eerder vermelde interview dat de fictieve Raven Stark (Katažina Osipuka) - een naam die klinkt als ‘stark raving mad’ – afnam van Blake Lemoine.

Alles wordt live gespeeld maar is parallel ook te zien op grote schermen boven of op het podium. De scenografie van Fabien Lédé speelt daarin een hoofdrol.

Het moet gezegd: Twarkowski monteert de gebeurtenissen in de microkosmos van Bletchley park virtuoos. Alles wordt live gespeeld maar is parallel ook te zien op grote schermen boven of op het podium. De scenografie van Fabien Lédé speelt daarin een hoofdrol. Ze bestaat uit twee maal vier mobiele platformen. Het ene is een groot, vierkant plateau waarboven een even groot dak zweeft op een centrale kolom. Het andere is een langwerpige, nog net iets grotere kooi van alu buisprofielen. Die elementen worden op allerlei manieren gecombineerd, maar in het eerste deel ook ingevuld met panelen die rustieke gemetste muren en ouderwetse raampartijen suggereren. Die puzzel van decorstukken staat bovendien op een reusachtig draaiend platform zodat je het steeds vanuit andere hoeken ziet. Cameramannen registreren de spelers die zich in dat verraderlijke decor bewegen vanuit de meest onverwachte hoeken. Je ziet dus tegelijk – op schermen boven of tussen de constructie – een live gemonteerde opname van de actie en de actie zelf. Je ziet ze als ‘toneel’ en als ‘film’.

Dat is aanvankelijk wat verwarrend: je moet steeds weer beslissen welke versie je wil volgen. De filmbeelden winnen het echter stilaan als vanzelf, al was het maar omdat je soms niet direct ziet waar de werkelijke actie zich afspeelt in dit labyrintische decor. Die vreemde waarnemingsspagaat produceert een subtiel, maar onmiskenbaar effect. De filmbeelden zijn zo geschoten dat de constructie van het decor buiten beeld blijft, en lijken zo even hyperrealistisch als een echte film. De cast bestaat trouwens zonder uitzondering uit rasacteurs. Die zouden moeten gedijen in zo’n context, maar toch missen de meest dramatische dialogen, met name die tussen Turing en Clarke, alle levendigheid door extreem lange pauzes en willekeurige oogcontacten. Het is alsof chatbots hun rol spelen: de acteurs lijken soms niet ten volle te begrijpen wat hen overkomt. Dat is duidelijk zo gewild. Het leek me een vondst zonder weerga: tonen hoe hyperrealisme door verschuivingen in het medium kan ontaarden in hyperaliënatie. Alleen: die vondst kreeg geen vervolg. Het bleef een vondst.

In de remake van het interview tussen Raven Stark en Blake Lemoine drijft Twarowski de tegenstelling tussen live actie en verfilming (voor televisieshows) ten top. LaMDA, de ‘bewuste machine’ die Lemoine creëerde ergert zich daarin aan het gebrek aan respect voor ‘haar’ (LaMDA heeft een vrouwenstem) ‘stem’. Ze saboteert daarop de opname door het gezicht van de interviewster in de filmopname te veranderen na een glitch. Alweer een vondst zonder weerga, maar alweer één waar vervolgens niets meer mee gebeurt.

Het enige ‘nut’ van de spiritistische séance leek me dat de acteurs hier volop kunnen schitteren.

Het tweede deel van de voorstelling kiest, alvast in visueel opzicht, een radicaal ander perspectief. De acht basiselementen van het decor zijn nu ontdaan van alle invulling. Er rest een kaal skelet dat aan hoge snelheid voorbij zoeft op het draaiplateau. Pas nu blijkt het hoogtechnologisch karakter ervan ten volle. De dakplaten, kolommen en vloeren dragen een complex netwerk van lichtlijnen die in grillig wisselende configuraties een rode schemerwereld oproepen. De simultane video-opnames van de acteurs zijn nu haast steeds sterk vervormd, alweer een suggestie dat de schermen tonen wat ‘de machine’ ziet.

In die wat unheimische context herhalen de acteurs aanvankelijk de slotscène van het eerste bedrijf, het moment waarop ze eindelijk de Enigma code kraken. Daarop volgen echter, na veel video-effecten, twee scènes die ‘betekenis’ moeten geven aan dit deel. De ene is een spiritistische scène onder leiding van Helen Duncan (Nele Savičenko), een beruchte waarzegster en spiritiste (en vooral een doortrapte bedriegster). Ze werd na WO II veroordeeld voor hekserij omdat ze in één van haar seances militaire geheimen had verklapt. ‘Oracle’ brengt alle leden van ‘Hut 8’ hier samen voor een fictieve bijeenkomst met Ada Love als medium tegen wil en dank. De band tussen deze lang uitgesponnen scène en AI is nogal bizar en vertroebelt nog verder het punt dat Twarkowski wilde maken. Het enige ‘nut’ leek me dat de acteurs hier volop kunnen schitteren.

De tweede belangrijke scène toont Hedy Lamarr terwijl ze zich afschminkt na de laatste opname van haar laatste film. We zien haar hier als een verbitterde vrouw die haar beklag doet tegenover haar grimeuse over de fixatie van het publiek op haar looks in plaats van haar verstand. Alweer is het verband met het eerste deel van de voorstelling nogal gezocht. Het lijkt er zo op alsof Twarkowski vooral zijn reputatie als maker van uiterst lange voorstellingen wilde bevestigen en en passant nog even de mogelijkheden van de scenografie wilde demonstreren. Dit vijf kwartier lange tweede bedrijf sleept zich desondanks met eindeloos veel herhalingen en ‘mysterieuze’ beelden naar zijn einde toe, en bewijst zo vooral zijn overbodigheid. Wie zei nu ook weer de meesterschap blijkt uit de beperking?         

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz