Performance

Feral Reverie Parvin Saljoughi

Op overlevingsmodus in een virtuele hel

De Iraanse kunstenaar en choreografe Parvin Saljoughi opent in haar performance ‘Feral Reverie’ de deur naar een dystopisch sci-fi landschap. Drie wezens dolen daarin rond. Je ziet ze in levende lijve op het podium maar ook als avatars in een videoanimatie. Die wisselwerking werkt vooral wanneer de performers de hypermoderne horror weten om te zetten in een monsterlijke beeldtaal op scène. 

Feral Reverie
Lotte Ogiers Beursschouwburg, Brussel, in het kader van It takes a city
08 februari 2026

Vuur eindigt altijd in as. Dat is ook wat je ziet op de laatste animatiebeelden van ‘Feral Reverie’. Drie avatars zijgen neer in een afgestorven gebied. Hier is de Apocalyps al gepasseerd. Hun botten breken wanneer ze de aarde raken en vergruizen in het stof. In de horrorwereld van Parvin Saljoughi zou je gieren verwachten die de rottende lichamen komen leegschrapen. Maar het doodseskader bestaat uit stadsduiven die voordien al te horen waren op de bevreemdende soundscape van SarrSew. Hoe zijn we hier beland?

Zinnige beesten

Dat is moeilijk te zeggen. In ‘Feral Reverie’ geef je je over aan deze kale schepsels die via hun ongelooflijke bewegingstaal een eigenzinnige wereld oproepen. Het is schrikwekkend lelijk en fascinerend tegelijk. In hun baggy hiphop-jeansbroeken met pelsen broekspijpen hebben Camilla Strandhagen, Juan Felipe Amaya Gonzalez en Parvin Saljoughi iets weg van futuristische gewervelden waarvan de huid voortdurend lijkt te vervellen. Met schouders die alle kanten op gaan, kop in kas, cirkelen ze rond elkaar. Het zijn wilde beesten die hun verwoeste arena aftasten. Je hoort een gejaagde ademhaling, vervormde natuurklanken, het gekir van duiven. Het lichtontwerp van Meri Ekola plaatst hen nu eens in rode halfschaduw, dan fel wit licht zodat hun karakter zich geheimzinnig ontplooit.

Welke grond voelen die lijven nog onder hun voeten?

Naast de geschoren schedels vallen ook de ontblote bovenlichamen op. Door de vleeskleurige tape op de borsten van Saljoughi en Strandhagen kijk je naar geslachtloze, identieke wezens die elkaar benaderen terwijl ze hun lichamen in vreemde hoeken en poses lijken mee te zeulen. Die lijven schokken en trillen onder invloed van iets dat niet af te schudden valt. Welke grond voelen ze nog onder hun voeten?

De beesten van Parvin Saljoughi doen denken aan de eigenaardige gezichtsloze wezens van Ferenc Balcaen of de futuristische wildebrassen van Benjamin Abel Meirhaeghe. Ook die zinnelijke wezens verdragen enkel een associatieve biotoop. Een wereld waar genres en stemmingen naast elkaar bewegen. Waar taal geen betekenis genereert maar doorvoeling vraagt. Wanneer ‘Feral Reverie’ op z'n best is, zie je zinnen als “What do they fear in the marrow of us” of “The feral does not vanish, becomes plenty and then replenish” tot leven komen in de schokkende lichamen die elkaar aanstoten, beetnemen en weer loslaten.

AI-assemblage

De monsterlijke esthetiek staat in schril contrast met de afgrijselijke AI-beelden op het scherm. Een helrood brandend huis verjaagt haar bewoners. Deze wereld biedt geen beschutting meer. Frappant is wel dat deze gekunstelde gedrochten hun gelaat wel tonen terwijl diezelfde personages op het podium kronkelen met afgewende gezichten. Deze gefabriceerde game-wereld van video-artiest Ghazal Majidi lijkt daardoor menselijker dan wat zich live afspeelt. Of is dat maar bedrog? Laat het vooral zien dat we vandaag eerder verbinding voelen met de virtuele wereld dan met die van werkelijke mensen, of zelfs met onze eigen psychische werkelijkheid? Gaat daarom alles kapot?

De wervelende lichamen schuren luidruchtig tegen kitsch en kunst aan.

Die hypermoderne horrorwereld maakt van ‘Feral Reverie’ een spookdroom die alle kanten op gaat. De wervelende lichamen schuren luidruchtig tegen kitsch en kunst aan. Iets wat je steeds vaker tegenkomt in de theaterpoëtica van jonge makers. Die weirde assemblages vragen paradoxaal genoeg een doordachte montage zonder dat de dramaturgische keuzes zich aan je opdringen. Wanneer de performers de perfecte balans vinden, is deze voorstelling extatisch en fragiel tegelijk. Waar ‘Feral Reverie’ gaat voor een toestand van complete verwildering, vliegt Saljoughi soms uit de bocht om haar ogenschijnlijk instinctieve constructie vast te houden.

De introductie van een nieuw decorelement kan zo’n hapering teweegbrengen. Saljoughi en Strandhagen sleuren plots met een trampoline. Op het moment dat ze glimlachen en springen op die trampoline, verliest de performance voor mij zijn aantrekkingskracht. Die gekunstelde emotionaliteit zet Saljoughi nog in de verf met een musicallied waarin het gezang van de performers vervormd is door autotune. “Oh brother, where were you?”, klinkt het met enig gevoel voor melodrama.

Krakende trampoline

Hoewel deze artificiële emotie fout funny is in musicalvorm, wekt deze scène weerstand bij me op. Het contrast tussen het lichamelijke, wezenlijke spel en die plotse betekeniswereld voelt te groot. Of misschien heeft het te maken met de krakende trampoline. Het object torpedeert de abjecte wereld waarin het kwetsbare lichaam naar iets anders zocht dan woorden.

Ondanks die tijdelijke onttovering weet Saljoughi haar dystopische koortsdroom boeiend te houden. Wat vooral bijblijft is de spanning tussen de fake game-wereld, die zomaar eens de onze kan zijn, en de nabijheid van brute lichamen die moeten dealen met die verwoestende realiteit. In het contrast tussen de virtuele wereld en het aanwezige lichaam schuilt een tastbare kwetsuur. Misschien toont ‘Feral Reverie’ vooral de kwetsbaarheid van wezenlijke mensen die in een moderne wereld geen voet aan wal krijgen. Want hoewel de schepsels van Saljoughi wild en gretig tekeer gaan, en er vanuit de kale koppen een spirituele kracht spreekt, zijn het wel hun botten die breken wanneer ze de grond aanraken in de videoanimatie.

‘Feral Reverie’ is een performance die geen mooie beelden probeert te genereren maar in haar kitscherige esthetiek voor een buitenaardse overlevingsmodus gaat. Als dat sterven blijkt te zijn, dan is dat maar zo. Bij nader inzien is het beeld van de prikkende stadsduiven nog gruwelijker dan dat van gieren in een verlaten woestijn. De dood waart overal, keert altijd terug, is nooit ver weg. Die onzekerheid sluimert levenslang in onze lichamen die bewegen tijdens hun organische verval. Of tortelen de duiven toch nog naar een nieuw begin?         

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz