Performance

Make sense who may. I switch off Parvin Saljoughi

Noisecancelling

Met een feilloos gevoel voor detail en timing, nodigt Parvin Saljoughi haar publiek in 'Make sense who may. I switch off' uit voor een spelletje connect the dots voor gevorderden. Dat blijft prikkelend, ook voor wie niet wil meespelen.

Make sense who may. I switch off
Daphne de Roo Beursschouwburg Brussel
11 november 2022

Naast de ingang hangt een verplichte waarschuwing: contains images of torture. Maar huiver is onnodig. Terwijl de zaal langzaam (te) vol stroomt, zijn de contouren van de performance al zichtbaar op de scène: links staat een werfhek waaraan een televisiescherm hangt, erachter een wand waaraan twee mensen vastgetapet zijn.

Parvin Saljoughi is tegen de muur geplakt als een Icarus in volle vlucht; haar rechterarm en -been naar voren gestrekt, haar linkerarm en -been naar achteren. De blauwe en zwarte tape is zo gepositioneerd dat het lijkt of ze vleugels heeft. Terwijl dramatische filmmuziek door de zaal dendert, begint ze zich langzaam los te maken. Eerst wrikkelt ze voorzichtig te bewegen, nadien trekt ze methodisch de stroken tape van de muur. Steeds als ze los dreigt te komen, strekt ze haar benen naar voren, klaar om soepel te landen. Maar als de laatste stroken loslaten, laat ze zich pardoes vallen. Een blauwe vleugelafdruk blijft achter.

Camilla Strandhagen komt dan in beweging. Ze begint vanuit een liggende positie, met haar benen omhoog. Ze wurmt zich los, en op een abstracte soundscape bewegen de twee performers in yogaposes over het podium, gekleed in een ‘harnas’ dat bestaat uit een korset, broekje en dij- en kniebeschermers. Snel schuifelen ze dierlijk op handen en voeten over het podium, steken hun tong uit en blazen naar het publiek en naar elkaar. Tot ze in een soort doggystyle-positie belanden met hun handen op elkaar en hun vingers uitgespreid, waardoor die op vogelpoten lijken. De soundscape laat intussen een uitgerekt en vervormd gekakel weerklinken.

‘Make sense who may’: de titel geeft al aan wat ons te wachten staat. Saljoughi schiep haar performance rond apofenie, de neiging om in willekeurige of niet-gerelateerde gegevens betekenisvolle connecties en patronen te herkennen. Velen herkennen de light-versie ervan, pareidolie, waarbij je gezichten ziet in willekeurige lijntjes en stipjes. Of denk aan de diepe rabbit holes van de complottheorieën, waarin mensen feiten schijnbaar lukraak aan elkaar verbinden met de meest onwaarschijnlijke fictie als leidraad. Vaak treedt apofenie op als voorbode van een psychose.  

Saljoughi neemt ons niet mee in een psychose, maar focust allereerst op de ‘besluiteloosheid van apofenie’, op te vatten als een zoeken naar patronen, of de existentiële twijfel over een grotere betekenis in een wereld die zich allesbehalve bevattelijk aandient. Wat is betekenisvol en wat is ‘noise’, grillige chaos? Om dat te onderzoeken schakelt de maker een reeks ‘willekeurige’ losse fragmenten aaneen, maar ze houdt wél de klassieke opbouw van een performance aan: er is een duidelijk begin, een duidelijk einde, en de verschillende fragmenten zijn via soepele overgangen verbonden.

 Wie heeft de autoriteit om het betekenisvolle van de ‘noise’ te onderscheiden?

‘Make sense who may’ is dus op te vatten als een uitnodiging, of zelfs een uitdaging. Een spelletje connect the dots voor gevorderden. Saljoughi en Strandhagen voeren ons door verschillende verhalen, met daarin terugkerende elementen of woorden én telkens met een flinke dosis onderkoelde humor. Saljoughi toont zich de koningin van het plotse contrast. Zo volgt na de dierlijke grondchoreografie een eleganter unisono, met nadien zelfs een strakke soldatenmars. Even later voert ze haar vertwijfeling als jonge kunststudent en maker op in een dramatisch crescendo, om dan ineens laconiek toe te voegen. ‘And to make it even more dramatic, it rained that day.’

Vanuit die studentenverhalen zoomt Saljoughi uit naar een concert, in een gebouw in Iran waar ze eerder les had, maar waar ze bij het concert voor de deur blijft haperen. Vol gevoel beweert ze dat alles voor niets was, dat het doel waar ze naartoe werkte onbestaande of onvindbaar is, en dat ze misschien haar leven lang net zo hard tegen de muur blijft lopen als tijdens haar eerste les: toen haar leraar zei dat ze met haar ogen dicht moest rennen tot hij klapte, maar ze geen geklap hoorde. 

De plaatsing van die monoloog na een dialoog waarin de twee performers een niet-geslaagde marteling bespreken, lokt een politieke interpretatie uit. Welk doel heeft een lange training in een land waar foltering zo prevalent is? De tekst versterkt de cohesie tussen de twee scènes nog. ‘You gave him the words?’, vraagt Strandhagen herhaaldelijk. ‘And he still didn’t say anything?

Misschien een sterk staaltje apofenie van ondergetekende, maar, vragen Strandhagen en Saljoughi zich terecht af in de begeleidende tekst, aan wie is het eigenlijk om te bepalen wat betekenisvol is en wat betekenisloos? Wanneer is een patroon vinden apofenie, en wanneer heb je gewoonweg een nieuw patroon ontdekt? Wie bepaalt dat, wie heeft de autoriteit om het betekenisvolle van de ‘noise’ te onderscheiden?

De performers houden de deur tot interpretatie dus open, en verhogen de connecteerdrang met een flinke dosis charisma en een fantastische aandacht voor detail. Van de precisie waarmee de tape is aangebracht, tot de manier waarop elk element op de scène wérkt: visueel is ‘Make sense who may’ zeer sterk.

Zo neemt Strandhagen tijdens de marteldialoog plaats achter het werfhek. Na de dialoog begint ze te spelen op een melodica, terwijl Saljoughi in en uitzoomt op het tafereel met een camera, waarvan het beeld op het tv-scherm verschijnt. Eerst brengt ze Strandhagen dubbel in beeld, dan vervormt ze dat beeld tot het lijkt op een wenteltrap — dalen we af in kerkers? — om het vervolgens om te buigen tot het eruitziet als een accordeon, die beweegt op het ritme van de melodica.

De soundtrack laveert moeiteloos tussen abstract en zeer herkenbaar, tot en met een opname van Tsjaikovski’s Zwanenmeer. Strandhagen en Saljoughi eindigen hun performance instrumentaal, samen spelend op een zingende zaag. Nu gekleed in wijde kostuums, beleven ze hun meest intieme moment. Waar is die ‘noise’ nu nog? 

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz