Performance

Dirty Juan Dominguez

La main à la pâte

Juan Dominguez nous accueille au bar du Kaaistudios pour introduire ‘Dirty’, qu’il décrit comme un open space exploratif où sa pratique d’écriture, entamée il y a plus de 20 ans, dialogue avec sa fascination plus récente pour l’argile à modeler. Après avoir brièvement rappelé ce que le programme annonçait déjà, il précise que la performance commencera par une petite exposition, se poursuivra par une installation sonore et se terminera par un laboratoire d’argile. Cette prise de parole introductive ne manque pas d’authenticité, loin de là, mais avec le recul, je me demande si, en annonçant à l’avance le déroulement des 90 minutes à venir, elle n’a pas démystifié son univers. (NL Vertaling onder)        

Dirty
Lodie Kardouss Kaaistudio's, Brussel
26 november 2025

Nous pénétrons dans une salle rectangulaire attenante au bar, bordée de petites sculptures - une centaine, peut-être - soigneusement alignées sur des étagères suspendues le long des murs. Au centre, une vingtaine de tables noires forment un large rectangle et laissent un espace vide au milieu, comme dans une salle de réunion improvisée.

Baignées dans une lumière tamisée et un fond sonore évoquant un univers humide et organique, comme une grotte, ces sculptures d’environ 10 × 5 cm, façonnées à la main, ressemblent à de petits visages, avec leurs yeux et leur bouche creusés du bout des doigts et leur nez modelé dans l’excédent de matière. Elles semblent presque respirer. Charnues, ces petites figurines paraissent surgir tout droit des temps paléolithiques.

Certaines sont cuites, d’autres ont l’air encore fraîches. La terre rouge-orangée, parfois craquelée, parfois lissée, est dense et dégage une grande puissance. Ces têtes expriment des émotions brutes. Visages, figures, masques, archétypes… Elles sont effrayantes par leur difformité de bébés potelés, mais douces dans leur rondeur.

Puis, Juan Dominguez nous invite à prendre place à la grande table. Il lit un texte qui interroge notre perception de la matière, du microcosme au macrocosme. Le charme singulier de Dominguez opère. Il parle de poésie, d’impermanence et de transformation. Sa douceur contraste avec le cadre formel de la “réunion” et son allure de président de séance, installé au bout de la table. Autour de lui, nous restons un peu figés, comme si nous devions intervenir à tout moment, moins libres que si nous étions assis face à lui dans une salle de théâtre traditionnelle.

Son débit monotone invite parfois à décrocher, mais sa voix délicate et le rythme répétitif instaurent une attention flottante, presque hypnotique et méditative. Le fait qu’il joue en anglais plutôt qu’en espagnol, sa langue maternelle, colore sa manière d’aborder le texte ; pour moi, cette nuance ajoute à son charme, même si sa concentration y paraît différente de ce qu’elle serait en espagnol.

La performance acoustique se poursuit. Il verse de l’eau dans un verre, dont le son est samplé en direct par le concepteur Eric Desjeux. Cela produit un son continu, comme une corde de violon frottée sans cesse. D’autres expérimentations - aspirer l’eau entre ses lèvres, frotter le rebord du verre - génèrent crépitements, claquements, sons de baleines ou petits gloussements de chats au réveil, instaurant une ambiance contemplative. Tout devient perception fine et temporalité étirée.

L’expérience, presque érotique, révèle la fascination du créateur pour ce dialogue infini et surprenant avec la matière

Enfin, dans la pénombre qui s’installe, chacun est convié à s’approprier une boule d’argile. Comme le titre le disait à demi-mot, (Let’s get) Dirty, fait passer du sensoriel au sensuel : les mains explorent, malaxent, érigent, palpent, caressent et façonnent la terre. Elle se réchauffe sous les doigts et l’expérience, presque érotique, révèle la fascination du créateur pour ce dialogue infini et surprenant avec la matière, déjà évoquée en introduction. 

Après un temps, il nous invite à déposer nos sculptures sur l’une des tables et à les contempler, marquant ainsi la fin de l’expérience. Au moment de partir, il nous offre la possibilité d’emporter notre modelage, si nous le désirons.

Dans ‘Dirty’, on perçoit le travail d’écriture, la précision, la pensée et la générosité de Juan Dominguez, mais en partant, je m’interroge sur la frontière entre performance expérientielle et workshop upgradé. Ce qui distingue cette pièce d’un atelier, ce n’est pas tant l’apprentissage de la sculpture que l’expérience sensorielle, émotionnelle et cognitive qu’elle propose. J’ai pu être transportée par le concept, mais quelque chose me laisse néanmoins sur ma réserve.

Le fait que la performance nous ait été détaillée en amont a, pour moi, limité ma capacité à me laisser surprendre par sa recherche artistique - cette boule d’argile, de texte et de sons - pourtant pleine de promesses. Il me semble que l’œuvre possède le pouvoir de se révéler d’elle-même et de me parler dans son langage propre, sans l’intervention presque didactique de l’artiste. Avec un léger regret qu’il ait tant voulu mettre des mots là où peut-être, ils n’étaient pas nécessaires, je dirais que l’expérience demeure touchante malgré tout, et peut-être que moi aussi, je m’attarde trop à l’analyser.

Met de handen in de klei

Juan Dominguez verwelkomt ons in de bar van Kaaistudios om ‘Dirty’ voor te stellen, dat hij omschrijft als een exploratieve open ruimte waar zijn schrijfpraktijk, waarmee hij meer dan twintig jaar geleden begon, in dialoog treedt met zijn recentere fascinatie voor klei. Na een korte samenvatting van wat het programma al aankondigde, verduidelijkt hij dat de voorstelling begint met een kleine tentoonstelling, vervolgt met een geluidsinstallatie en eindigt met een kleilaboratorium. Deze inleidende woorden zijn zeker authentiek, maar achteraf vraag ik me af of ze, door vooraf het verloop van de komende 90 minuten aan te kondigen, ze zijn universum niet demystificeren.

We komen in een rechthoekige ruimte naast de bar, omringd door kleine sculpturen – misschien wel honderd – die zorgvuldig zijn uitgestald op planken langs de muren. In het midden vormen een twintigtal zwarte tafels een grote rechthoek met een lege ruimte in het midden, zoals in een geïmproviseerde vergaderzaal.

Zoals ze baden in gedempt licht met een achtergrondgeluid dat doet denken aan een vochtige, organische omgeving, zoals een grot, lijken deze handgemaakte sculpturen, ongeveer 10 × 5 cm, op kleine gezichtjes. Hun mond en ogensijn uitgeduwd met de vingers terwijl de neus gemodelleerd is uit het materie die daarbij uitstulpt. Ze lijken bijna te ademen. Gedrongen als ze zijn lijken deze kleine beeldjes rechtstreeks uit het paleolithicum te komen.

Sommige zijn gebakken, andere pas gemaakt. De roodoranje klei, gebarsten, of gladgestreken, straalt grote kracht uit. Deze hoofden drukken rauwe emoties uit. Gezichten, figuren, maskers, archetypen... Ze beangstigen door hun uitzicht van wanstaltig mollige baby's, maar zijn ook zacht door hun rondingen.

Daarna nodigt Juan Dominguez ons uit om plaats te nemen aan de grote tafel. Hij leest een tekst voor die onze perceptie van materie, op micro- en macroscopisch niveau, bevraagt. De bijzondere charme van Dominguez werkt. Hij spreekt over poëzie, vergankelijkheid en transformatie. Zijn zachtheid contrasteert met het formele kader van een 'vergadering' en zijn uitstraling, aan het hoofd van de tafel, van voorzitter. Om hem heen blijven we een beetje stijfjes zitten, alsof we elk moment zouden moeten ingrijpen; het voelt minder vrij dan wanneer we tegenover hem zouden zitten in een traditionele theaterzaal.

Zijn monotone spreekstijl doet je soms net niet afhaken, maar zijn delicate stem en het repetitieve ritme zorgen voor een zwevende, bijna hypnotiserende en meditatieve aandacht. Het feit dat hij Engels spreekt in plaats van Spaans, zijn moedertaal, kleurt zijn tekstbehandeling; voor mij vergroot dat detail zijn charme, ook al zou het een andere concentratie geven mocht hij Spaans spreken.

Die bijna erotische ervaring onthult de fascinatie van de maker voor deze grenzeloze en verrassende dialoog met de materie.

Het akoestische luik gaat verder. Hij giet water in een glas. Geluidsontwerper Eric Desjeux samplet het geluid en produceert er een continu geluid mee, als een vioolsnaar die voortdurend wordt gestreken. Andere experimenten – water tussen de lippen zuigen, over de rand van het glas wrijven – genereren geknetter, geklapper, walvisgeluiden of kreuntjes als van katten die wakker worden. Zo ontstaat een contemplatieve sfeer van uitgepuurde waarneming in een uitgerekte tijd.

In het schemerdonker dat intreedt wordt iedereen tenslotte uitgenodigd om een bol klei te pakken. Zoals de titel al suggereerde, (Let’s get) Dirty, volgt een overgang van zintuiglijk naar sensueel: de handen verkennen, kneden, bouwen, betasten, strelen en vormen de aarde. Ze wordt warm onder de vingers. Die bijna erotische ervaring onthult de fascinatie van de maker voor deze grenzeloze en verrassende dialoog met de materie, die hij al in de inleiding aanstipte.

Na een tijdje nodigt hij ons uit om onze sculpturen op een van de tafels te leggen en ze te bekijken. Daarmee geeft hij aan dat de ervaring afgerond is. Bij het vertrek biedt hij ons de mogelijkheid om desgewenst ons model mee te nemen.

In ‘Dirty’ proef je het schrijfwerk, de precisie, het denkwerk en de vrijgevigheid van Juan Dominguez, maar bij het vertrek vraag ik me af waar de grens ligt tussen een ervaringsgerichte performance en een geüpgradede workshop. Wat dit stuk onderscheidt van een workshop is niet zozeer het leren boetseren, maar de zintuiglijke, emotionele en cognitieve ervaring die het biedt. Ik kon me laten meeslepen door het concept, maar toch blijft er iets dat me terughoudend maakt.

Het feit dat de performance ons vooraf in detail werd uitgelegd, beperkte voor mij mijn vermogen om me te laten verrassen door zijn artistieke zoektocht – die versmelting van klei, tekst en geluiden – die nochtans veelbelovend was. Het lijkt me dat het werk de kracht heeft om zich te tonen en tot mij te spreken in zijn eigen taal, zonder de bijna didactische tussenkomst van de kunstenaar. Al betreur ik het wat dat hij zo graag woorden wilde gebruiken waar die misschien niet nodig waren, meen ik toch dat de ervaring desondanks ontroerend blijft. Misschien ben ik gewoon te veel bezig met analyseren.        

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz

Uw steun is welkom
Pzazz.theater vraagt veel tijd en inzet van een grote groep mensen. Dat kost geld. Talrijke organisaties steunen ons, maar zonder jouw bijdrage als abonnee komen we niet rond als we medewerkers eerlijk willen betalen. Uw steun is van vitaal belang en betekent dat we onafhankelijk recensies over de podiumkunsten kunnen blijven schrijven. Alvast bedankt!

Steunen Login