Rodéo Théâtre Varia / Vaisseau asbl / Léa Drouet
Een verrassende symbiose van activisme en poëzie
De Franse regisseur Léa Drouet brengt met ‘Rodéo’ een aanklacht tegen de belabberde toestand van een wereld die in brand staat: onze bossen, lichamen en de hele samenleving dragen diepe sporen van uitputting. Drouet geef die aanklacht evenwel vorm op een poëtische manier, met een indringende soundscape, slim lichtontwerp, intrigerende installaties en bovenal een bedwelmend traag ritme. Inhoud en vorm spelen perfect op elkaar in. Niks didactisch, wel erg boeiend.
‘Rodéo’ start met een rijkgevulde speelvloer: lange inkepingen in een groot wit tapijt vormen donkere riviertjes waarop allerlei artefacten liggen: een auto in brokstukken, een verticale en een horizontale lange tak, een hoop aarde vooraan, een doorzichtig slangachtig wezen in plexiglas, rechts iets wat lijkt op twee grote paddenstoelen - ze zweven als ballonnen aan een lange draad. Temidden al dit zitten en liggen drie performers - Juliette Chmielarz, Eli Mathieu-Bustos en Léa Drouet zelf - op doeken die ze overal zullen meeslepen. Langzaam zetten ze zich in beweging, kruipen wat recht, gaan weer zitten of liggen. Lethargie in een apocalyptisch decor.
Hitte, ontvlambaarheid, ontsteking
De titel ‘Rodéo’ verwijst naar een buitenwijk bij Lyon waar voor het eerst auto’s in brand vlogen en straatrodeo’s werden gehouden. Die gebeurtenissen deden zich voor vlakbij de plek waar Léa Drouet opgroeide, en ze kregen iets mythisch. Ze roepen het idee op van hitte, ontvlambaarheid, ontsteking. De titel staat daarmee voor de verschillende vormen van verzet die in de voorstelling aan bod komen.
Elk van de performers vertelt er om beurt over, in een aaneenrijging van langere monologen. Zeer Frans theater zou je denken, maar het verveelt geen moment. De Engelse boventitels helpen. Het stuk start met het relaas over de long covid die Drouet trof na de vijfde golf. Hoe ze continu aangemaand werd om weer op te staan, weerstand te bieden. “Je ne me suis pas relevée (ik ben niet opgestaan)," merkt ze droog op. "Ce n'était pas une vague, mais une marée (het was geen golf, maar een vloedgolf)."
Drouet zocht tijdens haar ziekteproces contact op met lotgenoten via het internetplatform Long Covid Internet Belgium.
De soundscape (knap werk van Èlg) zet in met een gedempt alarmsignaal, in de achtergrond klinken pratende mensen en zachte elektronische en ritmische klanken. Alle verplaatsingen gebeuren in doorgedreven slow motion. (Fijn detail: Manon Santkin nam de choreografie op zich, en in haar eigen - erg goede! - voorstelling, ‘New Measuring Rites’ uit 2018, zat diezelfde traagheid.) Elke performer zet bij elk verhaal om beurt een koptelefoon op. Vanaf dat moment verandert haar stem wanneer ze spreekt. Is dat de authentieke, opgenomen stem van de getuige van wie het verhaal afkomstig is? Die voortdurende stemwisselingen creëren een dynamiek van dialoog.
Drouet zocht tijdens haar ziekteproces contact op met lotgenoten via het internetplatform Long Covid Internet Belgium, en kwam zo terecht bij een zekere Céline. Ook zij stuitte op ongeloof, haar klachten werden afgedaan als een burn-out of depressie. De controledokter suggereerde dat het in haar hoofd zat (ik betrap ook mezelf erop dat ik even denk: welja, psycho-somatisch toch?) en schreef ketamine-injecties voor. We krijgen dat relaas in detail te horen. Tweeënvijftig Long Covid patiënten gingen in de nasleep van de pandemie in verzet door in stilte op de grond te gaan liggen aan het Centraal station in Brussel: een andersoortige, trage manier van protest.
Expliciete taal, zonder verpinken
Plots bijt Drouet van zich af en noemt die sceptische reacties een vorm van geweld, van overheidswege dan, "net als wat gebeurt met de leraren en de werklozen waar onze premier vandaag op jaagt." Drouet spreekt expliciete taal, zonder verpinken en zonder overgang. Verrassend. “We zijn er nog steeds”, horen we zacht fluisteren in het Frans, lezen we in het Engels. Dan valt de hele scène compleet stil, voor even.
Een overgang naar sterker licht met felle spots (ontwerp van Léonard Cornevin) en de spanning stijgt. De soundscape krijgt zelf iets kortademigs, de performers ademen oppervlakkig, moeilijk, langzaam mee. Een volgende actrice vertelt over de Gilets Jaunes, de gele hesjes in Frankrijk. Die protestbeweging viel stil na het uitbreken van de coronacrisis, maar bij een aantal van de betogers bleven de gevolgen van hun straatbetogingen jaren later nog nawerken. Voor Vanessa , een van de gele hesjes en tweede getuige in de voorstelling, eindigde een optocht in Parijs met een verbrijzeld aangezicht en een hersenbloeding. Oorzaak: de beruchte LBD 40 (Lanceur de Balles de Défense), ballen van 40 millimeter doorsnee die de oproerpolitie afvuurde.
De opstand is vergeten, maar de gehavende lichamen herinneren het zich nog.
Volgens President Macron werd geen politiegeweld gebruikt maar Vanessa weet al te goed hoe haar lichaam gemutileerd werd om een voorbeeld te stellen. “Nos corps sont fatigués (onze lichamen zijn moe),” klinkt het. En daarmee trekt Drouet de individuele ervaring open naar een algemeen menselijk en maatschappelijk gevoel. “On est là, on est là,” herhaalt ze ook aan het eind van dit testimonium: de opstand is vergeten, maar de gehavende lichamen herinneren het zich nog. “Net als Long Covid en andere ontstekingsziekten fungeren ze als waarschuwingssignalen, als wachters,” vertelt Drouet in een interview. “Ze vertellen ons iets over de wereld waarin we leven en de onevenwichtigheden die zich in ons lijf vastzetten.”
In het derde deel verplaatsen de performers zich naar de paddenstoelen. Die lichten op en gaan zachtjes wiegen. Alles gebeurt nog steeds in dezelfde slow motion, en altijd bewegen ze in groep, alsof ze steun willen vinden bij elkaar. Groene spots van bovenuit scheppen nu een feeërieke omgeving. Er ontstaat zelfs een vredige sfeer. Rust in het bos na de geleden stress en uitputting. Voor even dan, want de groen verlichte strook aarde vooraan - die het Zoniënwoud in Brussel moet voorstellen - blijkt sinds kort ingepikt voor een uitbreiding van de golfclub. Vogels en vleermuizen worden weggejaagd. Bomen vinden geen water meer, drogen op, kraken. “The forest is under siegé”, lees ik op de vertaalband. Nergens is er nog soelaas te vinden.
Concrete gebeurtenissen
Léa Drouet doorspekt haar pamflet van opgejaagde lichamen, gemeenschappen en natuur met reële verslagen van concrete gebeurtenissen. Hier geen vaag alarmisme over de noodtoestand van de planeet. Dat maakt deze voorstelling ook zo sterk: elke getuigenis en gebeurtenis kan je natrekken. Haar activisme is concreet, gevoed met actuele wantoestanden. Op zaterdag 19 september stappen de verschillende getuigen uit de voorstelling trouwens mee het podium op in de nabespreking.
Een bewust activistische demarche tekent het werk. En toch blijft de voorstelling juist sterk nazinderen door de poëtische kracht.
Daar is het Drouet - en Camille Louis, de dramaturge waarmee ze nauw samenwerkt voor al haar voorstellingen - om te doen: “In het aangezicht van crises zoeken we voortdurend naar een 'uitweg' en een terugkeer naar normaliteit, in een logica van vooruitgang en versnelling. Die obsessie verhindert ons om te zien wat er om ons heen wordt uitgedrukt, of het nu gaat om waarschuwingen, kwetsbaarheden of vormen van verzet die opduiken.”
Een bewust activistische demarche tekent het werk. En toch blijft de voorstelling juist sterk nazinderen door de poëtische kracht. De symbiose tussen vorm en inhoud is perfect. Het politiek discours valt tussen de plooien van de zintuigelijke ervaring. Je voelt de logheid van de gehavende lichamen, en het extreem trage ritme brengt je in een ongewone gemoedstoestand. Daarmee valt zelfs de scherpe lijn weg tussen apocalyptisch doemdenken en hoopvolle stemming. Drouet wil in de eerste plaats stilstaan bij de waarschuwingen en de stille vormen van verzet. Helemaal op het einde klinkt nog een keer fluisterend door: “On est là”, we zijn er nog. Nog altijd. Onder de mist, het vergeten, de onheilspellende constructies, zijn we er nog. Stil, traag, maar aanwezig.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz