Opera

Schoppenvrouw Pjotr & Modest Tsjaikovski / David Marton / De Munt

Overtuigende hedendaagse lezing van een klassieker

Pjotr Tsjaikovski bewerkte in 1890 een kortverhaal van Poesjkin tot de opera ‘Schoppenvrouw’. Hebzucht drijft een man in dat verhaal tot zelfmoord. Hij gelooft in een magische formule die hem aan de speeltafel onoverwinnelijk maakt. Het deert hem niet dat hij een oude gravin de dood injaagt, noch dat zijn verloofde zelfmoord pleegt als hij haar verstoot. Maar aan de speeltafel beleeft hij zijn ondergang. Deze rijke partituur wordt in de intrigerende enscenering van de Hongaar David Marton voor de Munt zeer hedendaags: ze alludeert op de economische crisis in Sint-Petersburg vandaag en op de oorlog in Oekraïne.

Schoppenvrouw
Johan Thielemans De Munt, Brussel meer info
25 september 2022

‘Schoppenvrouw’ verschijnt in Brussel op een vreemd moment. Directeur Peter De Caluwe had  een ‘Russisch seizoen’ voor ogen toen de oorlog in Oekraïne uitbrak en alles wat Russisch was in een kwalijk licht kwam te staan. Een boycot moest de agressieve president klein krijgen. Daaruit volgde ook een culturele boycot, want de glans van de Russische cultuur is zo groot dat het regime er glans aan zou kunnen ontlenen. In het Verenigd Koninkrijk was zelfs Tsjaikovski even niet meer welkom.

Maar is dat de functie van cultuur? De houding van De Caluwe lijkt me de juiste: overleden kunstenaars zijn niet medeverantwoordelijk voor misstappen van de huidige bewindvoerders. Een culturele boycot duwt cultuur bovendien in de nationalistische hoek, terwijl cultuur daaraan net ontsnapt. Cultuur is lokaal én internationaal. ’Schoppenvrouw’ is niet alleen Russische kunst, maar heeft ook internationaal betekenis, als deel van de Europese muziekgeschiedenis. Tsjaikovski, lapidair gesteld, is ook van ons. Poetin kan ons dat niet afnemen.

De Muntproductie leverde bovendien een bijzondere avond op. Dat begint bij het libretto van Pjotr Tsjaikovski en zijn broer Modest naar een kortverhaal van Alexander Poesjkin. Ze verplaatsten de actie naar het einde van de 18° eeuw, het Sint-Petersburg van Catharina de Grote, met zijn salons, bals en vuurwerk. Het verhaal van adellijke jongelui en een oude gravin past daar perfect in. Het liet Tsjaikovski ook toe om Grétry te citeren of uiting te geven aan zijn bewondering voor Mozart. De magie in het verhaal was in 1890 ook nog volstrekt aannemelijk. De verleiding is dan groot om een enscenering van deze opera te maken die druipt van de nostalgie naar de vergane glorie van zijden gordijnen, stijlmeubelen en fraai geklede meisjes.

Niets daarvan in de Munt. Regisseur David Marton verplaatste de actie naar vandaag op een even radicale manier als de Tsjaikovski’s ze naar de 18e eeuw overbrachten. Dat is een compleet andere sociale context. Toch volgt hij het libretto letterlijk. De wrijvingen die zo ontstaan tussen twee tijdsgewrichten leveren een stuk op dat je ‘tijdloos in een theatraal heden’ kan noemen.

Martons vaste scenograaf Christian Friedländer schrapte in zijn beeld van het hedendaagse Sint-Petersburg alle toeristische anekdotiek. Alles speelt zich af voor een schamel bouwsel van betonnen balkons en trappen dat zo uit de Sovjetperiode kon komen. De ellende wordt helemaal zichtbaar als dit decor draait en de ruïneuze vertrekken toont die verscholen zitten achter deze gevel. Het is een sterk beeld voor het failliet van een regime. Het is ook waarheidsgetrouw: in Sint-Petersburg stootte ik zelf op zo’n treurige binnenpleinen zodra ik de bloeiende Nevski Prospekt verliet.

Niets dan arme  dompelaars in deze droevige buurt. Ze leven op straat. Hun bezittingen passen in grote plastic tassen. De gravin uit het Poesjkinverhaal (een kwetsbare Anne Sophie von Otter) is hier totaal verarmd. De straat is haar salon. Het contrast met de welvarende Lisa (prachtig gezongen door de Russische sopraan Anna Nechaeva) en haar verloofde, de welgestelde prins Yeletski (Jacques Imbrailo) kon niet groter zijn. Hun welvaart steekt de armlastige Herman (Dmtry Golovnin) de ogen uit. Je begrijpt meteen zijn geldhonger: geld is de enige uitweg uit dit sociale moeras.

Marton hertekende zo de hele context van het verhaal. Hier is geen intimiteit meer. Het plein krioelt van passanten die hun hele hebben en houden meezeulen, op banken geslapen of zaakjes doen op de zwarte markt. Een romantisch drama wordt een wrang stadsverhaal. De kostuums van Pola Kardum scherpen dat beeld verder aan. Het koor verschijnt in goedkope, hedendaagse kledij. Ook de belichting van Henning Streck  draagt bij aan de sfeer, als een volwaardige partner in de vertelling die de actie op de voet volgt, zonder zich van enig realisme ook maar iets aan te trekken.

Het eerste beeld van de opera is echter heel anders. De ruimte is dan gehuld in lichtblauwe doeken die het interieur van het Marinksytheater in Sint-Petersburg evoceren. Daar werd dit stuk gecreëerd. Naar een idee van Stefan Hernheim in zijn regie uit 2016 van deze opera zie je Tsjaikovski, vertolkt door pianist Alfredo Abbati, zwoegen aan de compositie aan een concertvleugel. Abbati levert later ook een eigen bijdrage leveren aan de originele partituur.

Zo smeedt Marton een klassiek werk om tot theater van vandaag.

In dat eerste tafereel treedt ook een kinderkoor op. Bij Tsjaikovski waren dat jongens die soldaatje speelden. Dat aandoenlijk stukje folklore krijgt hier een nare bijsmaak als de knapen zingen: ’We zijn hier allen bijeen om de vijand van Rusland angst aan te jagen’. Dit is niet langer gemakzuchtige nostalgie. Marton toont hoe het volk (het koor) via de radio luistert naar deze knapen. Onrechtstreeks is de ’speciale militaire operatie’ in Oekraïne zo op de achtergrond aanwezig. Later weerklinken er schoten als twee meisjes naar deze uitzending luisteren. Zo smeedt Marton een klassiek werk om tot theater van vandaag.

Toch komt ook de originele materie hier volledig tot zijn recht. Dat geeft het verhaal extra-overtuigingskracht. Wat vertellen en geloven deze vele kansloze mensen niet. Herman wordt verliefd op Lisa, maar heeft af te rekenen met een rijke rivaal. Daarom moet hij aan geld geraken. Hij gelooft dat Lisa’s grootmoeder, de gravin, een geheime formule kent om bij het gokken te winnen. Hij ontfutselt de gravin haar geheime formule met dreigementen. Zij laat daarbij het levenj. Lisa kwam ondertussen in de ban van de jonge man die zo van haar lijkt te houden. Maar als Herman moet kiezen tussen liefde en geld, kiest hij voor het geld. Wanhopig springt Lisa in het kanaal. Het gokken zit Herman aanvankelijk mee, maar bij de laatste kaart trekt hij niet de aas, maar schoppenvrouw. Zijn wereld stort in, hij wordt waanzinnig en pleegt zelfmoord. Of de gravin hier wraak neemt door de duistere machten waarover ze beschikte of dat er slechts bijgeloof in het spel is laat Marton in het midden. Dubbelzinnigheid domineert zijn portret van een sociale wereld van armoede en wanhoop.

Marton weet ook de vele muzikale uitweidingen in de partituur naar zijn hand te zetten. Tsjaikovski . verliest zich al eens in een strijd tussen Westerse muziek en Russische folklore of het herdersspel, een intermezzo dat de actie stillegt voor een eerbetoon aan Mozart. Marton geeft daar een inventieve, ironische invulling aan door de straatbewoners straattoneel te laten spelen. Ze vissen daarbij een kroon op uit een vuilbak. Die gaat van hand tot hand. De pianist Tsjaikovski verschijnt daarbij als neanderthaler. Het is een reflectie op zich over de broosheid van de macht .

Tot slot: Marton gaf uitstekend leiding aan zijn personages en bereikt zo een overtuigende vorm van realisme. Alle vertolkers, ook de vele bijrollen, zijn echte personages. Anna Nechaeva is als Lisa zowel lyrisch als dramatisch en beschikt over een mooie sopraanstem. Naast haar staat Dmitry  Golovnin, met een typisch Russische tenorstem die zowel zacht als luid kan klinken. Zijn personage blijft aanvankelijk wat op de achtergrond. Zijn vrienden (een rondborstige Laurent Naouri – een Franse uitzondering in deze Russische cast) overheersen. Eens Hermans obsessie groeit komt hij echter meer op de voorgrond tot hij uitbarst in zijn waanzinaria en de zaal uitdaagt met de woorden: ‘Wat is ons leven? Een spel…Heden jij en morgen ik’. Plots is hij zo overrompelend aanwezig dat hij terecht een open doek krijgt.

Bijzonder is ook de rol van de gravin. Gewoonlijk gaat die naar wat oudere, ooit beroemde zangeressen. De Munt cast hier Anne Sophie von Otter, in de armtierige kledij van een verarmde, dakloze gravin. I die bescheiden, zwakke gestalte is Von Otter aandoenlijk overtuigend. Hier is dus een voortreffelijke cast aan het werk. Het orkest, geleid door Nathalie Stutzmann, laat de vele kleuren uit de partituur ook volledig tot hun recht laat komen.

Er is nog een klein raadsel in de regie. Heel de tijd leest een oude man in een boek te lezen en maakt hij notities. Je kan er niet naast kijken, maar toch maakt hij geen deel uit van de actie. Zijn rol wordt pas in de laatste maten duidelijk. Hij staat op en gaat naar de pianist die Tsjaikovski speelt om over de partituur te overleggen. Dit moet dus wel broer Modest Tsjaikovski zijn. Hij volgde al die tijd de voorstelling (of schreef en bedacht hij ze?) Hoe dan ook: deze sterk persoonlijke versie van David Marton van één van de grote opera’s van de 19eeeuw doet je bewondering voor dit meesterwerk enkel stijgen.

Uw steun is welkom
Pzazz.theater vraagt veel tijd en inzet van een grote groep mensen. Dat kost geld. Talrijke organisaties steunen ons, maar zonder jouw bijdrage als abonnee komen we niet rond als we medewerkers eerlijk willen betalen. Uw steun is van vitaal belang en betekent dat we onafhankelijk recensies over de podiumkunsten kunnen blijven schrijven. Alvast bedankt!

Abonneren Login