Opera

L’histoire du soldat Salzburger Marionettentheater / Isabelle Faust Ensemble / Dominique Horwitz

Inferno in pocketformaat

Anno 1918 ziet Igor Stravinsky (1882 – 1971) al zijn inkomsten opdrogen. Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog betalen zijn Duitse uitgevers niet langer royalty’s uit. De Bolsjewistische revolutie maakt bovendien een einde aan het auteursrecht. De componist moet in allerijl zijn eigen werk geproduceerd krijgen. In het Zwitserse Morges ontmoet hij Charles-Ferdinand Ramuz (1878 – 1947), die op zijn beurt van zijn Parijse geldschieters afgesneden is. Het duo besluit een oude volksvertelling te adapteren voor een compact ensemble. “Lue, jouée et dansée”, zo luidt de ondertitel van ‘L’histoire du soldat’. Europa staat in brand, maar artistiek bloed kruipt waar het niet gaan kan…


Uitgelicht door Jan-Jakob Delanoye
L’histoire du soldat
Jan-Jakob Delanoye BOZAR, Brussel
28 september 2026

Ramuz’ bewerking gaat terug op volksvertellingen opgetekend door Alexander Afanasiev (1826 – 1871), zeg maar het Russische equivalent van de gebroeders Grimm. Afanasiev publiceerde naast vele tientallen sprookjes het verhaal van een soldaat die zijn viool aan de duivel verpandt in ruil voor een boek waarmee hij de toekomst kan voorspellen. Dat levert de soldaat een schier eindeloos kapitaal op, maar de prijs die hij voor zijn faustiaans pact moet betalen is eenzaamheid en vervreemding. Via een list krijgt de soldaat zijn viool terug, waarmee hij een zieke koningsdochter geneest van haar katatonie. Toch laat hij zich opnieuw ringeloren. Naar goede Russische traditie delft de mens dus het onderspit, in wat Stravinsky verklankt als een danse macabre richting de hel.

Smeltkroes van klassiek, jazz en folklore

In de beslotenheid van zijn Zwitserse verblijf komt Stravinsky in aanraking met uitgeschreven jazzpartituren. Het genre inspireert hem tot een score waarvan de bezetting duidelijk schatplichtig is aan de lichte muziek. Net zoals in een jazzband concipieert Stravinsky zijn 41ste opusnummer voor ontdubbelde instrumentengroepen die zich als tenor en bas tot elkaar verhouden. Viool en contrabas, klarinet en fagot, kornet en trombone, aangevuld met slagwerk: het zevenkoppige ensemble zet Stravinsky in als een orkest op pocketformaat, en dus klaar voor een inderhaast op poten gezette tournee. Ramuz voorziet daarbij nog eens vier rollen: de verteller, de soldaat, de duivel en de prinses.

Stravinsky’s partituur is een broeikas waar klassieke elementen worden bestoven met klezmer, tango, ragtime en andere op dat moment populaire idiomen. Tegelijk resoneren oude meesters mee in de achtergrond, weliswaar quasi onherkenbaar gemaakt door de atypische bezetting. Het kamerensemble laat Stravinsky echter toe om bijzonder dicht op de handeling te zitten. Deze wordt door de verteller expressief-ritmisch gescandeerd. In verschillende opnames komen de dialogen tussen de soldaat en de duivel daar ietwat gezapig tussen.

De figuratie van het abstracte

In deze 'L'histoire du soldat' neemt Dominique Horwitz alle rollen voor eigen rekening. Deze Fransman deed dat ook in 2021, in een bejubelde studio-opname aan de zijde van violiste Isabelle Faust en enkele van haar kompanen. De hele klankenkast door één acteur laten opvoeren, levert ronduit sprankelend taalvuurwerk op. Horwitz voorziet ieder personage immers van een karakteristiek timbre en dito dictie. Een vertolker kan de hele tekst weliswaar lezen, maar niet uitbeelden. Het visuele register wordt dan ook integraal uitgevoerd door het Salzburger Marionettentheater, inmiddels al tien jaar door UNESCO erkend als immaterieel cultureel erfgoed.

 In de poedelnaakte onbarmhartigheid gloort ontroerend mededogen.   

Niemand minder dan de eerder dit jaar overleden Georg Baselitz tekende de decors en gaf de aanzet voor de poppen. Resultaat is een amorfe en bouwvallige reeks decors en marionetten, waarin de mens – net als in ’s mans portretten – schijnbaar aan gruzelementen valt. Precies in de fysieke degeneratie vindt Baselitz evenwel een universele lichaamskracht, of anders gezegd: in de poedelnaakte onbarmhartigheid gloort ontroerend mededogen.

Baselitz’ marionetten zijn ontdaan van alle franjes. Hun krakkemikkige lijnen tonen het imploderende universum van de soldaat, die zijn kostbaarste bezit – zijn ziel, zijn viool – verhandelt voor een leven dat alle betekenis verliest. Lichamelijk vallen de poppen quasi uiteen, zij het dat hun plastisch potentieel tot het uiterste wordt opgetrokken. Zelden was de staart van de duivel zo veelbetekenend! De ongedifferentieerde papieren aangezichten benadrukken dan weer het universele karakter van de vertelling. Baselitz’ hoofden zijn van iedereen, omdat ze in hun figuratie tot expressieve abstractie zijn verworden. 

Kunst als ambacht

Met uitzondering van enkele opgenomen geluiden kiest het Salzburger Marionettentheater voor een volledig analoge uitvoering, de historische context van ruim een eeuw geleden indachtig. Regisseur Matthias Bundschuh zet de ambachtelijke premisse van waaruit Stravinsky en Ramuz collectief aan de slag gingen in de verf met vintage decorgordijnen en slechts een handvol rekwisieten. Hij laat de artistieke nijverheid zelfs letterlijk zien door een marionettenspeelster voor het voetlicht te plaatsen. Ook de muzikanten keren trouwens terug naar Stravinsky’s concept van onmiddellijke theatrale zeggingskracht, bijvoorbeeld door galopperende paarden op hun benen te trommelen, of een hoed als demper voor de kornet te gebruiken. Hier geen artistiekerige ivoren toren dus, maar volkstheater van het klaarste water. Weliswaar uitgevoerd door klasbakken van de eerste rang.

Stravinsky’s turbulente maar weloverwogen schriftuur zo trefzeker uitgevoerd kunnen horen, is een zeldzaamheid.     

In haar kielzog brengt de wereldvermaarde violiste Isabelle Faust namelijk een rits fenomenale musici mee. Stravinsky’s turbulente maar weloverwogen schriftuur zo trefzeker uitgevoerd kunnen horen, is een zeldzaamheid. Horwitz tekent daarbij voor een zinderende woordenstroom, in een door Baselitz en het Salzburger Marionettentheater onvergetelijk gemaakt kader.

Het enige manco situeert zich op programmatorisch niveau, want de Nederlandstalige toeschouwer moet het stellen met een armtierig samengevat libretto. Ramuz’ taalvuurwerk gaat hierdoor deels verloren. Waarom de voortreffelijke vertaling van Martinus Nijhoff, tegenwoordig gemakkelijk te googlen, niet projecteren? Als zelfs de opera’s van Luik en Rijsel tegenwoordig inspanningen doen om Nederlandstaligen te gerieven, is het dan niet jammer dat onze eigen gesubsidieerde instellingen hun publiek die meerwaarde ontzeggen?


Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz

Zin in het beste van pzazz?
Schrijf je in voor onze tweewekelijkse nieuwsbrief met telkens drie tips voor bijzondere voorstellingen.

inschrijven