Muziektheater / Opera

La Revanche de L’Arbre (Li R’vindje di l’ Âbe) Palais des Beaux-Arts de Charleroi / Patrick Leterme & Ingrid von Wantoch Rekowski

De wraak van een boom

Honderd jaar geleden schreef de Luikse dichter Henri Simon in het plaatselijke dialect twee gedichten over de lotgevallen van een boom. Toen componist Patrick Leterme de teksten ontdekte in ‘Le musée de la vie Wallonne’ was hij danig onder de indruk. Hij besloot om er een werk van te maken voor koor en orkest. 

La Revanche de L’Arbre (Li R’vindje di l’ Âbe)
Johan Thielemans Namur, Grand Manège Concert Hall
06 oktober 2025

De partituur heeft de allure van een oratorium, maar componist Leterme wou er toch een theatrale component aan toevoegen. Hij deed daarvoor beroep op Ingrid von Wantoch Rekowski, een Belgische regisseuse die van muziektheater haar specialiteit heeft gemaakt.  Een groot deel van de muziek behoort tot een vorm van laatromantiek. Het laatste deel grijpt echter terug naar de Waalse folklore. Het levert een uitbundig einde op, een waar feest, maar de vreugde en opwinding zijn gestoeld op een bittere, donkere waarschuwing.

Mens tegen natuur: de gedichten met  een ecologisch bewustzijn, hebben een  erg hedendaags thema, al zijn ze honderd jaar geleden geschreven.

De twee gedichten van Henri Simon zijn in het Luiks geschreven, een heel eigen taal die weinigen (zelfs Walen) begrijpen, Leterme besliste om de tekst van Simon trouw te blijven, dus de boventitels in de voorstelling zijn meer dan welkom. De eerste tekst uit 1909 behandelt de dood van een fiere, majestueuze eik. Hij wordt het slachtoffer van mensen voor wie de eik gewoon hout is dat geld kan opbrengen. In het tweede gedicht uit 1926 vertelt Simon hoe het hout uiteindelijk gebruikt wordt om er een kist van te maken. Op de dood van de boom, volgt de dood van de mens : ieder zijn beurt, is het ironische besluit. De mens komt tenslotte tussen vier planken van de eikenhouten kist terecht. Dat is de weerwraak van de boom, zegt Simon.

Componist Patrick Leterme zag in de structuur van de tekst vier grote delen : eerst is er de beschrijving van de eik in de natuur, dan is er het kappen van de boom. Vervolgens wordt alles tot planken verzaagd. In het tweede gedicht horen we eerst het verhaal van de timmerman. Dan volgt de wraak van de eik, die als het ware als een overwinnaar wordt voorgesteld. Mens tegen natuur: de gedichten met  een ecologisch bewustzijn, hebben een  erg hedendaags thema, al zijn ze honderd jaar geleden geschreven.

In de bezetting introduceert Leterme een typisch ‘vergeten’ Waals instrument: een voetbas.

Volgens Leterme gaat de tekst van het gedicht in essentie over een gemeenschap, het ecosysteem waartoe een mens behoort: de houthakkers, de timmerman (en tenslotte : de mensheid). Het verklaart ook waarom hij dit werk bewust voor koor en symfonisch orkest componeerde. Het resulteert in een partituur die dramatisch is en ook wat zwaar op de hand, zodat er weinig reliëf in het klankbeeld is. Het werk bestaat niet zozeer uit melodieën, eerder uit muzikale gebaren - met een voorkeur van de donkere kleuren van het orkest.  Enkel wanneer de vogels in de takken van de boom zingen, klinken de fluiten luid en klaar. In de bezetting introduceert Leterme ook een typisch ‘vergeten’ Waals instrument: een voetbas, een speciale accordeon waarbij er basnoten met de voet worden ingedrukt. Het instrument kende vooral in de Waalse volksmuziek een groot succes, maar na 1945 is het helemaal verdwenen. Maar onder meer dankzij de hulp van Hubert Boone (in Vlaamse folk-kringen erg gekend) heeft een gereconstrueerd instrument een plaats gekregen in het orkest. Jammer genoeg, omdat Leterme zeer sterk naar de diepe registers van alle instrumenten grijpt, hoor je de voetbas zelden. Het is wachten tot op het eind eer het instrument solo op de voorgrond mag treden.

Voor de laatste episode van het gedicht heeft Leterme gekozen voor een volledig ander idioom.  Koor  en orkest krijgen nu het gezelschap van  een kinderkoor (de kinderen  vertegenwoordigen de toekomst, aldus Leterme)  en een Waalse fanfare met de prominente trommels die we kennen van het carnaval van Binche.  Er ontstaat een overrompelende versmelting van verschillende idiomen. Leterme wil het Waalse karakter van Henri Simons gedicht onderstrepen. Het zorgt voor een feestelijk einde, die ook de zaal tot klappen in de handen aanzet.

Deze ‘Wraak van de boom’ groeit uit tot een hulde aan de Waalse muziekcultuur.

Dat belet niet dat de versregel over de onafwendbaarheid van de dood als een soort mantra wordt herhaald. De tekst richt zich plots tot elke toeschouwer in de zaal. (Het doet denken aan Verdi’s ‘Falstaff’, waarbij de opera ook wordt afgesloten met een zure zedenles. Ze wordt gedragen door een briljante fuga en richt zich even direct tot elk lid van het publiek). Deze finale is zo meeslepend, dat ze ook als bisnummer tot ieders vreugde herhaald wordt.

Zo is de stijlbreuk op het einde een schot in de roos en groeit deze ‘Wraak van de boom’ uit tot een hulde aan de Waalse muziekcultuur. De opwinding maakt zich ook van Leterme  baas, want hij dirigeert zijn partituur met een groot enthousiasme. Hij wordt perfect gediend door het Candide Orchestra – het orkest dat hijzelf in 2016 heeft opgericht. Vanuit theatraal oogpunt is het podium opgedeeld in twee ruimtes : rechts zit het orkest, en links heeft de scenograaf  Satu Peltoniemi met een stel dikke koorden de eikenboom gesuggereerd. Het koor neemt aan de actie deel : zo mimeren de koorleden het omkappen van de boom, of nemen ze deel aan het afsluitende volksfeest : er wordt door het kinderkoor (van de Munt) en het ‘Choeur de Chambre de Namur’ enthousiast gedanst.  Zo verhoogt de mise-en-scène de uitgelaten sfeer die uit de muziek opklinkt en maakt dit laatste deel dit oratorium tot een stuk schitterend muziektheater.

‘La Revanche de l’Arbre’  is op verschillende vlakken merkwaardig : je ontdekt een Waalse dichter. Dankzij de muziek – die twee klankwerelden overtuigend vermengt- krijgen de twee gedichten een nieuw leven. Het geheel wordt afgesloten door een feest waarbij muziek en theater hand in hand gaan. Componist Leterme heeft voor een spectaculair einde gezorgd. Ook een ander aspect mogen we niet vergeten: dit werk wil getuigen over de vitaliteit van de Waalse cultuur. De hedendaagse muziek van Leterme beweegt zich in een breed, internationaal landschap. Maar het gebruik van een typische fanfare toont hoe sterk tekst en muziek aan de Waalse grond ontsproten zijn.  Er klinkt een fierheid op over de eigen identiteit -zonder in een eng nationalisme te vervallen. En het obsederende ritme van die trommels uit Binche blijft lang nazinderen.

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz