De gezichten Delle Donne Consort / Naomi Beeldens / Frederik Neyrinck / Teletext / Maarten Buyl
Anatomie van een psychose
De Deense schrijfster Tove Ditlevsen (1917 – 1976) vond de inspiratie voor haar literaire oeuvre - hoewel niet autobiografisch verhaald - grotendeels in haar eigen leven. ‘Ansigterne’ (1968), in het Nederlands verschenen onder de titel ‘De gezichten’, geldt als een sleutelwerk binnen haar oeuvre. Met protagoniste Lise Mundus voert ze niet toevallig een succesvolle schrijfster op die kampt met hallucinaties en in een instelling belandt. Componist Frederik Neyrinck hertaalt de ontspoorde realiteit van het personage naar een unheimische partituur, sound designer Maarten Buyl omkranst de ervaring met piepende en krakende elektronica.
Als er één instrument is dat niemand onmiddellijk met hedendaagse klassieke muziek zal associëren, dan is het de blokfluit. Nochtans groeit het repertoire gestaag, onder andere door ensembles zoals Delle Donne Consort. Dit jonge kwartet koppelt aan haar specialisatie in oude muziek het realiseren van nieuwe creaties in dialoog met nog levende componisten. Het collectief doet er bovendien alles aan om de stereotypering die rondom de blokfluit als instrument bestaat, te ontkrachten. Van de sopranino tot verschillende basfluiten: componist Frederik Neyrinck concipieerde ‘De gezichten’ met een heel gamma aan fluiten in gedachten, waardoor zijn score een opmerkelijk heterogene verzameling impressies wordt.
Gamma aan fluiten
Muzikaal is de partituur fragmentarisch opgebouwd rondom extracten uit de gelijknamige roman. Er worden uitsluitend woorden en zinnen uit het boek geprojecteerd. Ditlevsens proza komt dus letterlijk centraal te staan. Haar beknopte stijl spreekt in onmiddellijk invoelbare beelden en indrukken, wat toelaat om tekst uit zijn bredere context te halen. Op nog geen uur tijd wordt de roman niet integraal verhaald, maar de metaforisch geladen taal schept wel een morbide, onaanraakbare sfeer. Sascha Bornkamp en Leonore Spee, in duo opererend onder de naam Teletext, goochelen niet alleen met de typografie van de teksten, ze creëren ook een latent narratief door doelbewust van passage naar passage te laveren. Dit genereert geen sluitend geheel, maar wel een beklemmende mentale ruimte waarbinnen het publiek het afglijden richting psychose kan ervaren.
Verzin wat mogelijk is met een blokfluit en Neyrinck integreert het.
Neyrinck heeft zijn partituur in het verlengde daarvan bedacht. Elk kapittel is een momentopname, een tijdelijk verblijf in het hoofd van Lise Mundus. Van tegen elkaar aanschurende partijen die wedijveren om de bovenhand te halen over flirterige duetten waar harmonie en chromatiek elkaar beconcurreren tot een atonaal lijnenspel waaruit elk houvast wegdeemstert: Neyrinck geeft iedere passage een markante textuur, een unieke kleur en een uitzonderlijk timbre. ‘De blokfluit’ als stereotiep komt er dan ook nimmer aan te pas. Van het Delle Donne Consort vraagt Neyrinck bovendien meer dan gemiddelde beheersing over hun instrumenten. Ademteugen, zuchten, atypische embouchure, akoestisch versterkte klepgeluiden, dempingstechnieken, … Verzin wat mogelijk is met een blokfluit en Neyrinck integreert het.
De werkelijkheid als verzinsel
Zodoende vormt ‘De gezichten’ een intrigerende artistieke vertaling van een psychose. Het publiek ervaart immers hoe wat voor ‘normaal’ kan doorgaan, keer op keer ontaardt in een nachtmerrieachtige sequens die almaar ongemakkelijker aanvoelt. Het sound design van Maarten Buyl speelt jammer genoeg veel minder met deze dualiteit. Zijn waterval aan blieps en zijn elektronisch bewerkte musique concrète lijken een oneindige repetitie van hetzelfde effect. Neyrinck spint een fascinerend muzikaal web tussen realiteit en verdichting, terwijl Buyl de werkelijkheid voortdurend reduceert tot een onaangename, vervormde geluidsintrusie. Ook dat is weliswaar metaforisch voor de waan als psychiatrisch verschijnsel, maar de elektronische transgressie komt te star en monochroom binnen.
Neyrinck, Beeldens en het Delle Donne Consort maken psychose als ziektebeeld benauwend goed voelbaar.
Sopraan Naomi Beeldens zingt, zoemt en zucht dan weer een indringende stemmenparade bij elkaar. Neyrinck laat haar woorden kauwen en herkauwen, doet haar mantra’s spuwen en gebruikt haar stembanden evengoed als louter haar lippen. Aan het slot citeert ze uit de roman, waarmee Ditlevsen zelf het laatste woord krijgt. Een terechte keuze, wetende dat de schrijfster zelfmoord als enige remedie voor de dwingelandij van haar ziekte zag. Een ziekte met niet één, maar met talloze gezichten. Neyrinck, Beeldens en het Delle Donne Consort maken dat benauwend goed voelbaar.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz