Spring Awakening Brecht Callewaert & Niels De Valk - InTeam Producties / Duncan Sheik & Steven Sater
Tedere tienerpijnen
De belangrijkste Amerikaanse musical van de voorbije jaren, ‘Spring Awakening’, is nu te zien in Antwerpen. En in een uitstekende productie nog wel.
Wat een bijzonder stuk gaf Frank Wedekind ons toch toen hij in 1891 een groep jonge personages tot leven wekte die worstelen met hun seksuele ontwaken en de rigide moraal van hun omgeving. Ondanks de controversiële thema’s die ‘Frühlingserwachen’ behandelt — misbruik, masturbatie, abortus, suïcide, homoseksualiteit — ging het al in wereldpremière in 1906, om sindsdien nooit meer van de affiche te verdwijnen.
Door zijn authentieke blik op die rare, prachtige, rottige en geile periode waar elke mens doorheen moet spartelen, kan zelfs een beenharde Gen Z-activiste zich nog herkennen in de romantische troebelen van een negentiende-eeuwse burgerlijke knaap. Totdat de evolutie onze biologie in een andere richting duwt, zal het verhaal van Melchior, Moritz, Wendla en de anderen nog vaak verteld worden, in vele vormen.
“Het zijn personages die op het punt in hun leven komen dat ze beseffen dat de wereld niet voor hen gemaakt is, maar dat ze toch moeten leven,” zei scenarist Steven Sater ooit over het stuk. In 2005 maakten hij en componist Duncan Sheik er een musical van die langzaam uitgroeide tot een succes. De makers bleven daarbij vrij dicht bij het origineel. Inteam Producties brengt de musical nu in een sterke Nederlandstalige bewerking door Brecht Callewaert, die ook co-regisseert en meespeelt.
In fragmentarische scènes krijgen we de problemen van verschillende jongeren op een deftig college te zien. Niet alle personages krijgen een volwaardige verhaallijn. Drie figuren vormen het hart van de voorstelling. Er is Moritz (Kobe Donckers), die bezwijkt onder de prestatiedruk van zijn ouders en uit het leven stapt. Er is de nihilist Melchior (Brecht Coppers), die Wendla (een uitstekende Charlotte Suijs) zal bezwangeren. Wenda zal de illegale abortus die daarop volgt niet overleven. Daarnaast zijn er nevenpersonages die te maken krijgen met misbruik of hun geaardheid ontdekken.Empathie van ouders of leerkrachten — de volwassenen worden gespeeld door Brecht Callewaert en Vicky Florus — ondervinden de pubers enkel in de vorm van een pak slaag en Lutherse preken. Ondertussen masturberen ze driftig of giechelen bij de gedachte aan de daad. Het is grotesk veel drama, maar is een tienerleven dat ook niet?
Zelfs als de jongeren heftig protesteren in songs als “’t Is een kloteleven” of “Fuck it! Gefucked”, klinkt zijn muziek begripvol .
Je zou verwachten dat dit materiaal in handen van een musicalcomponist leidt tot bombastische muziek met songs die eindigen op hele, hele, héle lange noten. Mis — en juist daarin schuilt de kracht van deze musical. Duncan Sheik is immers een indie singer-songwriter die het musicalidioom niet kent. Hij verweeft introspectieve folk met rock. De muziek fluistert, als de innerlijke stem van jongeren die eindelijk — en aarzelend — hun lichaam durven voelen. Met open harmonieën, zachte zang en ritmische erupties creëert hij een spanningsveld tussen kwetsbaarheid, rebellie en de continue geilheid van zijn personages. Zelfs als de jongeren heftig protesteren in songs als “’t Is een kloteleven” of “Fuck it! Gefucked”, klinkt zijn muziek begripvol — alsof hij zijn personages even laat uitrazen om ze daarna te sussen met een warme kop choco.
Het is muziek die de komst van emo-artiesten als Billie Eilish voorspelt, en daarmee van een nieuwe generatie die radicaal anders naar de gevoelswereld zal kijken dan de vorige. Voor de volwassenen is er in deze musical enkel het woord, de ratio. Alle muziek en emotie liggen bij de jongeren. De partituur van dit pareltje wordt bovendien uitstekend gebracht door de vierkoppige liveband, die perfect de balans bewaart tussen de tedere momenten en de stevigere rock.
De geboortedatum van deze musical, 2005, is niet zonder betekenis. Het is het jaar dat Facebook opduikt; Instagram en TikTok bestonden nog niet. In die zin vormt ‘Spring Awakening’ een koppelteken tussen de rauwere musical ‘Rent’ (1996) en postdigitale emo-musicals als ‘Dear Evan Hansen’ en ‘Next to Normal’ die nog zouden volgen.Dat alles samen maakt dat ‘Spring Awakening’ wellicht een van de belangrijkste Amerikaanse musicals uit het begin van deze eeuw is.
Regisseurs Brecht Callewaert en Niels De Valk plaatsen het verhaal in een abstract maar intelligent kader. Mobiele tribunes vormen schoolbanken, beklemmende huiskamers, een kerkhof... Op de achtergrond duikt af en toe een verblindend kruis op. Het begint mooi met Wendla die opkomt in een doorschijnende jurk die de schaduw van haar veranderende lichaam accentueert. ‘Waar kinderen vandaan komen’, wil ze weten van haar moeder, maar ze krijgt geen antwoord op de vraag met alle gevolgen vandien. In dit scènebeeld ontsnapt niemand aan mekaar. Alle personages blijven op scène en begluren elkaar. Hoewel we in wereld zitten zonder mobiele camera’s, geeft het een verstikkend gevoel.
Een productie zoals we die we te weinig zien in het Vlaamse musical landschap en waar we nog lang liefdevol op zullen terugkijken — een beetje zoals op onze puberjaren.
Het plezierige spel met anachronismen uit de originele musical hebben de regisseurs behouden: deze jongeren rukken zich af op Shakespeare, lezen Goethe, schrijven pikante essays en smachtende brieven in hun smetteloze witte schooluniformen, terwijl er tegelijk “Oh my Gods” en “Fuck you’s” klinken. De ronduit sinistere volwassenen spreken in gezwollen retoriek. Ze zijn gehuld in zwarte kostuums met een haast fascistoïde snit, maar ook met een zweem van glitter (het geld?).
Op de planken staat een jonge, talentvolle cast, vers van de opleidingen, die geloofwaardig blijft in elk personage, soms overdrijft maar nooit in een ondragelijke pathetiek vervalt. Ondanks het vele drama weten ze oprecht te ontroeren. Dat er hier en daar wat spelervaring ontbreekt, maakt hen in deze context juist extra kwetsbaar. Vocaal brengen de dames het er beter vanaf dan de heren, en vooral in hun samenzang klinkt een mooi egaal geluid.
Ondanks alle lof blijft er één weeffout in deze musical die de regie niet oplost. De finale komt als een te bruuske epiloog waarin de personages hoopvol over de toekomst zingen: iets over rijpe oogsten in een paarse zomer. Hier lijkt het alsof de acteurs hun personages loslaten en als zichzelf deze brand new day vieren. De volwassenen mogen nu meezingen, want alles is vergeven en het leven is eigenlijk niet zo slecht. Het is een te melig einde dat te snel volgt op de dramatische ontknoping waarin Melchior de dood van Wendla ontdekt. Maar dat is de enige bedenking bij een productie zoals we die we te weinig zien in het Vlaamse musical landschap en waar we nog lang liefdevol op zullen terugkijken — een beetje zoals op onze puberjaren.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz