The little shop of horrors Inteam Producties
Sociale satire of farce
Er staat nog eens een echte klassieker op de musicalaffiche: ‘The Little Shop of Horrors’. Inteam Producties brengt een nieuwe productie die haar momenten heeft maar vervalt in een farce.
Onder musicalnerds bestaat er een wat-als-theorie. Wat als ‘The Little Shop of Horrors‘ van tekstschrijver Howard Ashman en componist Alan Menken niet off-Broadway maar op Broadway in première was gegaan in 1982? Dan had de musical kunnen meedingen naar een Tony Award en misschien had de show de hoofdprijs voor Beste Musical afgesnoept van Cats. En hoe anders zou de wereld er dan vandaag uitgezien hebben?
Maar goed, het liep anders. ‘Little Shop’ vond evenwel haar publiek en groeide uit tot één van de grote klassiekers onder de musical comedies. Het werd in Vlaanderen al vrij snel, in 1985, opgevoerd door de nu verdwenen Musicalafdeling van het Koninklijk Ballet van Vlaanderen.
Voor wie de namen Ashman en Menken weinig zegt: zij zorgden mee voor de renaissance van Disney einde jaren tachtig met hun songs voor o.a. ‘The Little Mermaid’, ‘The Beauty and the Beast’, ‘Aladdin’,... In ‘Little Shop’ zit overigens al een muzikaal motief dat ze later zullen uitwerken tot ‘Part of Your World’ in The Little Mermaid. Na de dood van de briljante tekstschrijver Howard Ashman aan de gevolgen van aids in 1991 zou Menken - althans tot vandaag - geen andere tekstschrijver vinden met wie hij die successen kan evenaren.
‘The Little Shop of Horrors’ is dus één van hun vroege werken waarvoor ze zich baseerden op een gelijknamige goedkope horrorfilm van Roger Corman (1960). In hun musicalbewerking dikten ze de Faustiaanse elementen in het verhaal stevig aan.
Mensenbloed
Het griezelige winkeltje uit de titel is de wat verdorde bloemenzaak van Mister Mushnik (rol van Leendert De Vis). Het is gelegen op nummer 1313 op Skid Row, een naargeestige achterbuurt in een grote Amerikaanse stad ergens in de jaren vijftig, het tijdperk van atoombommen, marsmannetjes en het rode gevaar. We maken kennis met Seymour (een prima Joppe Dekoker), een wees die Mushnik in huis nam en behandelt als slaafje. Hij heeft een crush op zijn collega Audrey (Shana Pieters). Ook zij is een duts met een moeilijk verleden die valt voor toxische mannen zoals de sadistische tandarts Orin (Mike Wauters). Een blauw oog hoort er voor haar maar bij.
Als Seymour een vreemd exotisch plantje in de etalage zet gaat de bloemenzaak plots floreren. Hij zal echter ontdekken dat de plant niet enkel kan praten, maar ook leeft van mensenbloed. Orin wordt het eerste plantenvoer, Mushnik volgt. Naarmate de plant (Jens Broes) groeit, groeit ook het succes van Seymour. Hij zal zijn Audrey krijgen, maar ook zij komt in het vizier van de plant. Zal Seymour zijn liefje kunnen redden? Zullen zij samen lang en gelukkig leven in hun huisje in de buitenwijk met chique diepvriesmaaltijden en de was/droog combinatie waar Audrey zo van droomt? Helaas. Ook onze twee protagonisten worden opgepeuzeld en de plant kan zijn moorddadige veroveringstocht van de wereld verder zetten. De moraal die het ensemble aan het slot zingt is dan ook: “Voedt nooit een plant” “Plant” kunnen we vandaag vervangen door: een algoritme, een cultuuroorlog, een oranje president…
Doo-wop, motown en vroege rock ‘n roll wisselen elkaar af met slechts een enkel ballade of duet.
Componist Menken overgoot deze satire met een muzikale Americana-saus. Doo-wop, motown en vroege rock ‘n roll wisselen elkaar af met slechts een enkel ballade of duet. Zo is er ook een Grieks koortje van drie straatmadelieven (Charlotte Campion, Ylenia Mele en Romy Cleophas) die het verhaal van de nodige commentaar voorzien. Zij krijgen de meeste choreografie van Matthew Michel die het beperkte speelvlak optimaal gebruikt. Het zorgt voor een zeer dynamische musical - een live band onder leiding van Keanu De Pooter houdt het tempo vinnig - vol zwarte humor en slimme rijmen die goed vertaald werden door Nico Plinke (een mooie “zonnegloed” rijmt op “bloed”, de lieve “Audrey” op “miserie”,...)
Drag queen
Traditioneel wordt de plant gespeeld door een complexe marionet met een stem in de coulissen, maar daar vond regisseur Niels De Valk een uitstekende oplossing voor. Hij laat Jens Broes in een meesterlijk plantenpak kruipen (een ontwerp van Harald Ligtvoet en Lars De Valk) die het monster misschien minder angstaanjagend maakt maar het wel de allure geeft van een venijnige drag queen.
Ook de andere kostuums zijn heerlijk cartoonesk met grote schreeuwerige ruiten die passen bij het decor dat verwijst naar Amerikaanse superheldenstrips en zo perfect de sfeer vat van het verhaal.
De grote kracht van deze musical is dat Ashman en Menken een groot hart hebben voor hun hoofdpersonages. Veel musicals gaan over outsiders maar weinigen zijn zo aandoenlijk als Seymour en Audrey. De makers nemen hun personages dan ook ernstig en bij hun dromen en noodlottige einde zou je als publiek geëmotioneerd moeten raken. De Valk doet een ander voorstel, kiest voor de hele brede humor en onderstreept de camp in het verhaal met vette lijnen. Armen vliegen breed in het rond, grappen worden getelefoneerd en aan gekke bekken geen gebrek.
Er rest weinig marge voor emotie als naar het einde van het stuk de absurditeit van het verhaal echt groot wordt.
Zo is er nog maar weinig marge voor emotie en als naar het einde van het stuk de absurditeit van het verhaal echt groot wordt, moet de spelregie daar nog eens over geraken. De farce, en niet langer de satire, neemt dan de overhand. Hier had less more kunnen zijn. Shana Pieters komt er het beste uit en is zelfs ontroerend in haar song ‘Ver weg van hier.’
Een ander minpuntje is de lastige akoestiek in de Arenbergschouwburg en met het geluidsontwerp klonken sommige stemmen - vooral bij de drie dames - onaangenaam scherp. Hopelijk wordt dit in NT Gent beter.
Met deze productie mikt Inteam Producties op het brede publiek en er zijn zeker goede momenten in de voorstelling maar de kritische musicalliefhebber ziet de lat liever toch wat hoger liggen.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz