Dans

Where is everybody? ZOO/Thomas Hauert & Platform K

Zwanen zonder tranen

Het lijkt een onwaarschijnlijke combinatie: dansers met een indrukwekkende track record die samen met dansers met een beperking zoals het syndroom van Down een dansvoorstelling maken. Nog onwaarschijnlijker is dat je na ‘Where is everybody?’, een dansvoorstelling vol improvisatie van ZOO/Thomas Hauert en Platform K, zou zweren dat die ervaren dansers net zoveel leerden van hun collega’s met een beperking als omgekeerd. Het doet je anders denken over wat dans vertelt en ‘bezienswaardig’ maakt.         

Uitgelicht door Pieter T’Jonck
Where is everybody?
Pieter T’Jonck Théâtre Les Tanneurs, Brussel
11 januari 2026

Een hardnekkig misverstand wil dat een dansvoorstelling slechts de moeite waard is als dansers dingen doen die het publiek niet kan of durft. Alsof dans acrobatie met een meerwaarde was. Dansen begint nochtans bij iets eenvoudigers: het verlangen om verbeelding te verbinden met bewegingen of, omgekeerd, om de verbeelding op gang te brengen door te bewegen. Wie danst, heeft geen doel en wil niets bereiken: bewegen wordt een doel op zich. Zeker in improvisatiedans gaat het niet om ‘perfectie’ maar om het plezier om in het moment zelf kansen te zien en te grijpen. Ongeacht wat je ‘kan’. Dat gaan we hier zien.

De voorstelling speelt zich af tegen een achtergrond van groene, fluweelachtige gordijnen, een scenografie van Chevalier Masson. Ze volgen de rand van de speelvloer, maar eindigen een eindje erboven, zodat je de voeten ziet van wie zich daarachter bevindt. Het lijkt een buitenmaatse paskamer, een neutrale ruimte voor de verbeelding. Verder ligt er rechts ligt nog een tapijtje met een kleurig motief en wacht vooraan rechts een werktafeltje en een paar stoelen.

Zien en gezien worden

De rijzige Anthony Quintard is de eerste die vanachter die gordijnen tevoorschijn komt. Hij stapt naar voor en houdt daar stil en kijkt ons aan met een vriendelijke, wat afwachtende blik. Kijken naar elkaar – elkaar zien - zal een belangrijk motief blijken in de voorstelling. Een na één volgen nu de vijf andere dansers. Ze vormen, met enige tussenafstand, een lijn. Ze dragen allen eenzelfde losse grijze T-shirt en dito trainingsbroek, alsof het hier om een repetitie gaat. Anna Dujardin verbreekt als eerste die formatie. Ze stapt wat naar achter en opzij en leunt licht, bijna schuchter, tegen Mat Voorter en daarna tegen Oskar Stalpaert aan. Op de achtergrond klinken net hoorbaar schurende en piepende vioolklanken van Salvatore Sciarrino.

Dan stapt ze naar het tafeltje vooraan. Het is een cruciaal moment. Ze gaat zitten en leest ernstig een tekst voor. Die gaat min of meer zo: “Omarming. Ik ben omarmd door mezelf. Jij bent omarmd in je cocon. Wij omarmen elkaar in een cocon. Warmte in de cocon met grote onderscheiding”. Een laatste zin doorbreekt dat warme gevoel echter ruw: “Dit is fictie. Ik ben niet omarmd.”

Of je nu weet of niet dat Dujardin één van de dansers van Platform K is doet er op dat moment niet toe. Het klinkt als een noodkreet. Of eerder, als een absolute waarheid: iedere mens is altijd hopeloos alleen met en in zijn lichaam. Hier krijgt die mededeling echter een bittere bijklank, uitgesproken als ze is door iemand die wellicht vaak, zo niet altijd, op dat lichaam aangekeken wordt. Bijzonder is echter hoe de anderen die woorden dan overnemen, als in koor, in de verschillende talen die de dansers spreken; Engels, Frans, Duits, Nederlands. Woorden overnemen, woorden delen: het zal een tweede motief worden in de voorstelling, net zoals elkaar zien dat al vanaf het eerste moment was.

Nog belangrijker is echter hoe je over die woorden heen kan stappen. Om de beurt pikt een danser nu een papiertje met een opdracht uit een kommetje op de tafel en leest die voor. Telkens bepaalt hij of zij dan – lukraak? - aan wie die opdracht toegewezen wordt. De muziekselectie gebeurt net zo toevallig door een papiertje uit een tweede kommetje te kiezen. Opdrachten als ‘rinkelend twinkelend om elkaar draaien’ of ‘steun bieden’ (één keer meende ik ook ‘ballroom’ te horen) leveren levendige improvisaties op zo’n thema op.

Je merkt niet wie hier nu wel of niet een beperking heeft, zo intens en zorgzaam gaat elke danser voortdurend in op wat de ander aangeeft.

Die improvisaties lijken soms, ondanks handcontacten, op contact improvisation, bijvoorbeeld als Stalpaert en Voorter een wankel evenwicht vinden in elkaars lichaam. Andere zijn dan weer snel en springerig, zeker als Sarah Ludi en Samantha Van Wissen eraan deelnemen. Op de duur lopen die improvisaties in elkaar over als de dansers van de ene in de andere rol glijden. Het is niet alleen erg plezierig om te zien hoe elke opdracht zo tot een miniatuur voorstelling leidt, het is ronduit intrigerend. Op de schaarse momenten na dat een danser eens uit de band springt, merk je niet wie hier nu wel of niet een beperking heeft, zo intens en zorgzaam gaat elk van hen voortdurend in op wat de ander aangeeft.

Alles of niets

De begeleidende songs beklemtonen de betekenis hiervan.  In ‘Für mich soll's rote Rosen regnen’ zingt Hildegard Knef bijvoorbeeld: „Ich kann mich nicht fügen / Kann mich nicht begnügen / Will immer noch siegen, will alles / Oder nichts“. Het is zowat een antwoord op de woorden waarmee Dujardin begon: deze dansers willen zich niet neerleggen bij een status quo, bij de rol die hen toegewezen werd. Ze willen alles – of niets.

Dat blijkt des te meer als Stalpaert de improvisatie afrondt door terug het woord te nemen. Ook hij leest een boodschap voor. “Ik ben fier om te zijn wie ik ben”. Als hij dan naar het midden stapt spreekt hij letterlijk zonder blad voor zijn mond: “Ik heb een droom. Een Downsyn-droom”. Een paradoxale manier om te zeggen: zie mij zoals ik ben: geen ‘geval’ maar een beweger met grote kwaliteiten en een groot gevoel voor humor. De groep ‘omarmt’ zijn woorden door elkaar met gekruiste armen de hand te reiken en zo heen en weer te trippelen als de vier zwaantjes in het ‘Zwanenmeer’ van Marius Petipa. Of het zo bedoeld is weet ik niet, maar het suggereerde voor mij dar het ‘lelijke eendje’ in werkelijkheid een prachtige zwaan is.

Niemand houdt hier enige schijn op. Wat je ziet is echt.

Alle remmen lijken vanaf dan los. Op een levendig, half jazzy pianoconcert (Ik dacht Gershwin, maar het programma vermeldt ‘Concerto in G Major M83’ van Maurice Ravel) huppelen, springen, tollen allen uitgelaten over de vloer. Op één moment na dan, als Anna Dujardin zich neervlijt op het tapijtje dat daar al de hele tijd wachtte. Ook dat kan hier dus, dat één danser even een time out neemt. Niemand houdt hier enige schijn op. Wat je ziet is echt.

De klap op de vuurpijl volgt daarop. Anthony Quintard verschijnt plots in een blauw-geel-zwart kostuum met opvallende prints en neemt zo plaats aan het tafeltje. Bart Celis begeleidt hem op gitaar als hij ‘Freedom’ van George Michael vertolkt. De beroemde baseline ‘All we have to see, is that I don’t belong to you, and you don’t belong to me – Freedom!’, in koor meegezongen door de anderen, krijgt hier een nieuwe betekenis: sluit ons niet op in jullie vooroordelen!

Het enthousiasme hangt op dat moment tastbaar in de lucht. Het groeit alleen maar als ook de anderen hun grijze plunje verwisselen voor fantasierijke, kleurige kostuums van Bernhard Willhelm voor het vervolg van de uitgelaten dans op Ravels concerto. Dat eindigt met één van de grappigste tableau vivants die ik in lange tijd zag. Ga het ontdekken! Het verandert je kijk op dansen en ‘beperkingen’. 

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz

Uw steun is welkom
Pzazz.theater vraagt veel tijd en inzet van een grote groep mensen. Dat kost geld. Talrijke organisaties steunen ons, maar zonder jouw bijdrage als abonnee komen we niet rond als we medewerkers eerlijk willen betalen. Uw steun is van vitaal belang en betekent dat we onafhankelijk recensies over de podiumkunsten kunnen blijven schrijven. Alvast bedankt!

Steunen Login