Dans

In the Afterglow Emiel Vandenberghe

Uitgesteld afscheid

Emiel Vandenberghes ‘In the Afterglow’ is een duet tussen de jonge danser, in de kracht van zijn kunnen, en de nimmer tanende présence van balletlegende Birgit Keil, ondanks haar broze lichaam. Een leeftijdsverschil van een halve eeuw staat verbinding en intimiteit tussen beiden niet in de weg, ook al ligt de verhaallijn soms enigszins voor de hand.

In the Afterglow
Bas Blaasse Nona, Mechelen
29 september 2026

De setting is een nagebouwde balletstudio. Achteraan staat een lange rij verrijdbare spiegels. Links staat een balletbarre, er ligt ook een massageroller en tegen de spiegels staat een pianokruk voor de toekijker of docent. Boven de vloer hangen horizontale lichtbalken op relatief geringe hoogte. De openheid van de constructie wekt de indruk van een lage loods of een industriële ruimte.

Al benaderen zijn oefeningen voor mijn ongetrainde oog de perfectie, toch lijkt hij zoekende.

Bij binnenkomst staat Vandenberghe in een grijze unitard midden op de balletvloer. Met zijn gezicht naar de spiegels doet hij kleine oefeningen op zijn plaats. Als we allemaal zitten, begint hij aan een sequentie van passen en sprongen, vloeiende port de bras en pirouettes die hij blijft herhalen. Het is alsof we een dagelijkse training of repetitie bijwonen. Het is stil. Daardoor horen we alleen hoe zijn ademritme door de inspanning steeds heviger wordt.

De sequentie oogt strak en vloeiend. Al benaderen zijn oefeningen voor mijn ongetrainde oog de perfectie, toch lijkt hij zoekende. Soms is het speels en ontwaar je zijn plezier. Soms voel je een lichte onzekerheid die doet vermoeden dat de lat erg hoog ligt, dat hij een oordelende stem met zich meedraagt, wellicht die van zijn docent. Toch kun je weinig anders dan met bewondering kijken naar Vandenberghes fysieke kunnen en lichaamsbeheersing.

Student en docent

Vervolgens komt Keil rustig van achter de spiegels de vloer op wandelen. In zwarte kleding, met kleine hakken, oogt Keil gracieus en fragiel. Ze is een stuk kleiner dan Vandenberghe. Ze begint hem aanwijzingen te geven. Blijkbaar is veel nog voor verbetering vatbaar. Hij vervolgt zijn oefeningen, nu op muziek. Hij krijgt complimenten, maar wordt ook gewezen op zijn opgetrokken schouders als hij een pirouette draait. Ontspan je, moedigt Keil hem aan.

De hele beginscène heeft iets groots en kleins tegelijk. De situatie is intiem en alledaags. Het is alsof we getuige zijn van een privéles, en niet zomaar één. Birgit Keil is een grote naam. Ze was prima ballerina bij het Stuttgart Ballet, danste grote rollen over de hele wereld, kreeg de bijnaam ‘die Deutsche Ballerina’ en ontving de prestigieuze eretitel Kammertänzerin. Ook gaf ze lang les en leiding aan het balletensemble van het Badisches Staatstheater Karlsruhe, waar Vandenberghe zes jaar lang danste. Ze kennen elkaar goed: Keil was Vandenberghes lerares. Hij is inmiddels begin dertig, zij begin tachtig.

Wat volgt lijkt een verkenning van verschillende manieren om hun relatie te duiden. Het lijkt te gaan over precies die spanningen die als vanzelf bij je opkomen. Over de relatie tussen docent en student, tussen vrouw en man, en tussen oud en jong. Over een blik op de toekomst en een blik op het verleden, over iemand die haar scholing kreeg halverwege de vorige eeuw en iemand die die ontving in het nieuwe millennium. Over verlangens, verleiding en verlies. En over een lichaam dat onwijs veel kan, tot de onvermijdelijke aftakeling intreedt.

Natuurwetten trotseren

Het duet verkent al die contrasten via ‘La Sylphide’, een van de oudste – de première was in 1832 – overgeleverde en nog steeds gedanste romantische balletten. Ook Keil danste het werk. Het verhaal vertelt hoe James, een jonge Schot, op zijn trouwdag verliefd raakt op een luchtgeest, een sylfide. Hij laat zijn verloofde achter, volgt zijn mysterieuze lustobject naar een bos en probeert haar vast te binden met een magische sjaal zodat ze niet wegvliegt. Maar de magie kent een tragisch einde, want de sylfide sterft. James blijft alleen achter.

Ballet gaat zowel over de misleiding door verleiding, het verlangen naar het onbereikbare, als over het risico dat daarin verscholen ligt.

In die zin gaat het ballet zowel over de misleiding door verleiding, het verlangen naar het onbereikbare, als over het risico dat daarin verscholen ligt. Maar het gaat ook over de relatie tussen het aardse en het bovennatuurlijke, of tussen de natuurwetten en het verlangen om die te trotseren. Bovendien is het ballet op nog een andere en meer letterlijke manier verbonden aan die wens. ‘La Sylphide’ werd beroemd omdat het voor het eerst spitzen, oftewel pointes gebruikte. Dat motief zal later als belangrijk element terugkeren in ‘In the Afterglow’.

De zwaartekracht trotseren raakt letterlijk en figuurlijk aan een essentieel kenmerk van ballet en dans tout court. Het beeld van lichtheid is cruciaal en vraagt om een houding in verticale richting en om lichtvoetigheid. Keils haast etherische voorkomen en Vandenberghes soepelheid lijken precies die indruk te wekken. Daar heb je het verhaal van ‘La Sylphide’ overigens niet voor nodig.

Lichtheid en zwaarte

Maar zoals in het romantische ballet gaat de lichtheid gepaard met zwaarte. Die komt op meerdere momenten en in verschillende vormen terug op de vloer. Ze wordt letterlijk opgeroepen door donkere scènes en mist, begeleid door adagio, zwaarmoedige melodieën. Voor Keil lijkt die zwaarte vooral te rusten op haar ouder worden; boven Keils lichtheid zweeft een donkere, zelfs mysterieuze wereld.

Bijvoorbeeld wanneer Keil zelf voor het eerst de ruimte bespeelt. Vandenberghe kijkt van de zijkant toe. Heel rustig verkent ze de vloer. Ze beweegt stijlvol en sierlijk, dat zeker, maar er lijkt een zwaarte over haar heen te liggen. Niet in de manier waarop ze haar lichaam draagt, maar wel in de manier waarop ze niet goed weet wat haar te doen en te wachten staat. Alsof ze iets kwijt is waarvan ze eerst nog moet achterhalen wat het ook alweer was. Ze oogt haast zorgelijk verward.

Er loopt duidelijk een existentiële tijdsdimensie door de dramaturgie, onvermijdelijk verbonden met verval, zowel mentaal als lichamelijk.

Er lijken herinneringen door haar lichaam heen te lopen die allerlei emoties bij haar teweegbrengen waar ze niet per se op zit te wachten, zoals angst en verwarring. Maar ze treft ook op een speelse manier iets luchtigs, dit keer figuurlijk uitgebeeld, wanneer ze met haar handen een vogeltje of een vlinder lijkt te vinden, om die vervolgens weer te verliezen. Er lijkt zo duidelijk een existentiële tijdsdimensie door de dramaturgie te lopen, die onvermijdelijk verbonden is met verval, zowel mentaal als lichamelijk.

Voor Vandenberghe lijkt de zwaarte veel minder aanwezig, behalve misschien een verlangen om te breken met de conventies van klassiek ballet, en een verlangen naar meer experimentele dans. Die ‘last’ wordt pas zichtbaar in de tweede helft van de voorstelling.

Rollen omgedraaid

Terwijl Keil na haar eerste solomoment weer verdwijnt in de schemerige duisternis, begint Vandenberghe de witte vloer af te halen. Daaronder komt een zwarte tevoorschijn. De zwarte en witte elementen kondigen de overgang aan die volgt. Bijna alles wat ik tot nu toe heb beschreven is nog onderdeel van de eerste helft van de voorstelling. Die schotelt enkel de premissen voor. De tweede helft leest als een soort verzoeningsonderzoek, een manier om de onvermijdelijke tijd die het lichaam in gang zet te verbinden met al die verschillende spanningen en de uiteenlopende verlangens die in beide dansers stromen.

Ze kleden zich beiden om tot de versie waar ze in de eerste helft aan lijken te hebben gedacht. Zij kruipt in een elegante versie van de radicale ballerina op pointes, hij presenteert zich als de eenentwintigste-eeuwse danser die traditionele voorschriften omdraait in een soort combinatie van hedendaagse dans, breakdance en ballet. Daarna beginnen ze voor elkaar en met elkaar te dansen, waarbij hij haar in een kleine pas de deux door de ruimte tilt alsof ze zweeft – en loskomt van de aardse ketenen?

Zij kan niet blijven vasthouden aan haar verleden; hij kan niet blijven vasthouden aan haar.

Het levert een mooi, en soms zelfs geestig, vervolg op dat op een ingetogen manier trouw blijft aan de zoektocht in het eerste deel. Sommige beelden, bijvoorbeeld wanneer hij haar omhelst en vasthoudt, bezitten naast hun schoonheid ook een zekere voorspelbaarheid. De voorspelbaarheid wordt versterkt door de soms wel erg zware, melancholische muziek, waardoor er af en toe een zekere gekunsteldheid op de loer lijkt te liggen.

In het romantische ballet wordt het verlangen om de wetten van de werkelijkheid te tarten steeds ‘betaald’ met een tragisch gevolg. Hier lijken beide dansers elkaar én zichzelf, voor heel even tenminste, juist te vinden. Ze houden elkaar stevig vast nadat ze elkaar in hun samenspel nader zijn gekomen, hebben verleid en langs de weg en in de gedaante van hun eigen wensbeelden hebben gevonden. Maar natuurlijk ligt ook hier het verlies van de verleiding op de loer: zij kan niet blijven vasthouden aan haar verleden; hij kan niet blijven vasthouden aan haar. ‘In the Afterglow’ stelt dat afscheid nog even uit. 

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz

Zin in het beste van pzazz?
Schrijf je in voor onze tweewekelijkse nieuwsbrief met telkens drie tips voor bijzondere voorstellingen.

inschrijven