Dans / Performance

No words Elke Van der Kelen / TINT

Permanente uitwisseling?

Acht jongeren staan in het begin van ‘No Words’ van Elke Van der Kelen nog als één groep in het donker. Langzaam beginnen ze te bewegen, op zoek naar zichzelf en naar de ander. Een uur lang zeggen ze niets. Toch wordt er voortdurend iets uitgewisseld: bewegingen, blikken, geluiden en emoties gaan van de een naar de ander en weer terug en slaan voortdurend om in hun tegenbeeld. Wat is van jezelf en wat is van een ander? En hoe vind je eigenheid en standvastigheid in een wereld die voortdurend naar je kijkt? 

No words
Bas Blaasse Zinnema, Brussel
01 oktober 2026

De vloer is wit en er hangt een groot wit achterdoek. Er hangen microfoons vanaf het plafond naar beneden, op enkele meters hoogte. Acht jongeren staan in een groepje bij een muzikant, achter een keyboard, tegen het licht dat van achteren komt. Het heeft iets weg van een klein, intiem tableau vivant. Hun gezichten zijn niet zichtbaar. Langzaam horen we stemmen. Eerst vermoed ik dat die zijn opgenomen, en dat zijn ze ook, maar ik begrijp dat ze afkomstig zijn van de performers zelf, niet van een geluidsband. De stemmen worden langzaam harder en vormen een klein vervormd koor. Arne Nuyts, de muzikant achter het keyboard en de muziekapparatuur, ontwikkelt uit deze stemmen een muzikale soundscape. De groep blijft ondertussen in silhouet staan.

De bewegingen gaan over in een lichaamstaal die steeds meer dans wordt. Zelfvertrouwen wint het op onwennigheid.     

Dan stapt iemand uit de groep. Die begint te bewegen, op een zeer verkennende manier, voorzichtig, aftastend, alsof de bewegingen of de eigenheid nog moeten worden gevonden. Een tweede volgt, dan een derde. Zo staan ze uiteindelijk allemaal te bewegen. Daarin lijken ze eerst wat onwennig, onbewust en mechanisch, bijna zombieachtig. Die indruk wordt versterkt door het feit dat we naar silhouetten kijken, wat het effect heeft dat alle spelers in hun anonimiteit min of meer op elkaar lijken. Uiteindelijk gaan de bewegingen over in een lichaamstaal die steeds meer dans wordt. Zelfvertrouwen wint het op onwennigheid. Iemand maakt een sprong van plezier en ze komen in een rij te staan.

Nog altijd zijn het silhouetten en nog altijd vormen ze vooral een groep. Tot het licht frontaal aangaat. Plots zie je acht jongeren. Ze lijken nu ook elkaar voor het eerst te zien. Ze kijken elkaar aan. Wie doet er iets? Wie gaat als eerste? Er wordt, zonder geluid te maken, gelachen en een beetje gegiecheld. Niemand zegt iets.

Wispelturigheid zonder woorden

De titel van de voorstelling, ‘No Words’ alsook de beginscène geven al iets weg over de vermoedelijke thematiek.  Tegen een wereld die bol staat van taal en gedomineerd wordt door het vluchtige woord, van sociale media tot reguliere media tot onze interacties met elkaar, houdt deze groep gedurende een klein uur de mond dicht. De afwezigheid van ontcijferbare klanken doet echter geen afbreuk aan het onderlinge contact, want ze zijn voortdurend met elkaar bezig. Toch kun je je afvragen in welke mate er sprake is van daadwerkelijk contact. De voorstelling lijkt juist de vraag te stellen wat ‘contact’ betekent. Sterker nog, de gekte, wispelturigheid, de heftige emoties, of op z’n minst de uitdrukking ervan, en het permanente en rusteloze wisselen van gemoedstoestanden die we voorgeschoteld krijgen, het zijn allemaal zaken die je vrij gemakkelijk kunt koppelen aan de belevingswereld van sociale media en ze lijken  in deze woordeloze voorstelling de focus te zijn.

Midden op de vloer wordt een groot vierkant uitgelicht, een speelvloer. Daarbinnen gebeurt het. Daarbuiten wordt het opnieuw donkerder. Ik leg de associatie met sociale media, maar misschien zijn de mogelijke betekenissen veel breder, veel algemener. Wie in het vierkant stapt, lijkt te worden opgezogen door een nieuwe energie en lijkt op of mee te gaan in wat er op dat moment gaande is. De eerste die erin stapt, begint te gillen – uit enthousiasme of angst? Diens gelaatsuitdrukking en gespannen lichaamshouding lijken te suggereren dat deze persoon zelf niet zo goed weet of wat er gebeurt nu eigenlijk spannend, leuk, bedrukkend of iets anders is. Vermoedelijk een combinatie.

Het vierkant functioneert daardoor als een soort catwalk, een minute of fame.     

De rest volgt, maar niet allemaal tegelijk. Het vierkant functioneert daardoor als een soort catwalk, een minute of fame. Het is een komen en gaan, maar niet alleen van de performers. Ook hun bewegingen en gebaren lijken voortdurend te veranderen of over te springen van de een op de ander. De bewegingen zijn soms heel eenvoudig, soms stereotiep en daardoor juist vreemd. Ze slaan zichzelf, slaan vervolgens op hun borst, wijzen naar elkaar of volgen iemand die voor hen uitloopt. Ze maken vlinders met hun handen nadat ze zichzelf eerst in de buik lijken te steken. Iemand lacht hard en begint daarna te huilen. De emoties worden groot, soms grotesk.

Permanente gedaanteverwisselingen

Slechts een enkeling lijkt onverstoorbaar door de ruimte te bewegen. De rest staat in voortdurende uitwisseling met elkaar en elkaars bewegingen. De een neemt iets over van de ander, vervolgens weer iemand anders. Er zit iets aantrekkelijks in: het is spannend, soms grappig, soms zelfs aanstekelijk. Maar het blijft ook allemaal onwennig en lijkt sommigen schrik of benauwdheid in te boezemen. Alsof niemand precies weet wanneer die zelf begonnen is met te doen wat die doet. Alsof iedereen is opgezogen in een collectieve, sensorische ontdekkingsreis van het zelf.

Het is een soort permanente metamorfose van bewegingen, emoties, verhoudingen en rollen.    

Die thematiek van het voortdurende omslaan van uitdrukkingen vormt de rode draad van de hoofdmoot van de voorstelling. Een houding die eerst angstig lijkt, wordt er een van opwinding, lachen wordt huilen, een beweging wordt door iemand anders overgenomen en verandert vervolgens weer. Soms gaat dat geleidelijk, soms bijna onmiddellijk. De ene toestand slaat om in de andere. Ze kijken naar elkaar, doen elkaar na, lopen achter elkaar aan, wijzen, tonen hun spierballen, maken zich groot voor het publiek en lijken zich een moment later weer kwijt te zijn. Het is de hele tijd een soort permanente metamorfose van bewegingen, emoties, verhoudingen en rollen.

Het is een bubbel van hoogoplopende emoties en logischerwijs niet altijd aangenaam om naar te kijken. Tegelijkertijd zitten er juist in die opeenvolging veel mooie beelden, ook omdat je nauwelijks tijd krijgt om je echt aan één beeld vast te houden voordat het alweer iets anders is. Ook de soundtrack creëert veel mooie momenten. Bijvoorbeeld wanneer ze beginnen te dansen op een steeds kleiner stukje vloer en er bijna een rave ontstaat. Het is aanstekelijk en samenhorig, niet afstandelijk. Hier lijkt het samenvallen met de groep niet alleen bedreigend. Er zit ook plezier in, en misschien zelfs opluchting: even hoef je niet te weten welke beweging van jou is en welke je van een ander hebt overgenomen.

Er loopt wat dat betreft een productieve spanning door de hele voorstelling tussen de schoonheid van de beelden en de absorberende, haast verslindende werking van het vierkant, dat duidelijk iets weg heeft van een echo chamber.

Eindeloze cirkels

Die connotatie ligt voor de hand door de acht microfoons die al die tijd boven de vloer hebben gehangen. Je bent ze bijna vergeten. Een jongen met een blauw kleed geeft een van de microfoons een kopstoot. De zaal lacht. Hij doet het nog een keer. Daarna begint hij de microfoon met zijn handen heen en weer te duwen. De microfoon gaat slingeren en brengt een echoënde klank in beweging. Een voor een komen de andere microfoons erbij, die allemaal een andere zwiepende toon voortbrengen. Wat eerst een vreemd, bijna zinloos gebaar leek, blijkt de aanzet tot het opbouwen van een steeds voller wordende klanklaag.

De rest van de groep volgt en samen proberen ze in de microfoons te blazen – of die juist weg te blazen. Ze zuchten en blazen terwijl de microfoons boven hun hoofden blijven bewegen. Volgens mij zit in die dubbelheid zowat de essentie van de voorstelling. De alomtegenwoordige en permanente mogelijkheden om je uit te drukken, om te spreken, om te reageren en om in de spotlights te staan zijn zowel enorm aantrekkelijk en verleidelijk als verschrikkelijk onaangenaam en beklemmend.

Stemmen, adem, beweging en omgevingsgeluid worden opgenomen, vervormd en zo weer de ruimte in geslingerd.    

Het blazende ensemble levert opnieuw een mooi beeld op, juist omdat het niet helemaal duidelijk is wat ze ermee proberen te doen. De microfoons nemen immers alles op en het geluid komt vervolgens weer terug in de muziek. Ook hier wordt iets wat van buitenaf op hen inwerkt meteen weer materiaal voor iets nieuws. De muziek van Nuyts werkt de hele voorstelling als een versterker en een spiegel: stemmen, adem, beweging en omgevingsgeluid worden opgenomen, vervormd en zo weer de ruimte in geslingerd.

Tegen het einde keren de grote emoties en de voortdurende wisselingen terug. Zelfvertrouwen wordt onzekerheid, plezier wordt verwarring, iemand volgt een ander en vindt vervolgens weer een eigen beweging. Het is veel. Soms misschien te veel. Maar in de momenten waarop de voorstelling niet probeert uit te leggen wat er gebeurt, waarop de thematiek er niet te dicht op ligt en de acht lichamen, de stemmen, de microfoons en de muziek ‘gewoon’ rondgaan, wordt iets zichtbaar van het vreemde plezier en ongemak van voortdurend naar elkaar kijken. In ‘No Words’ is er geen gebrek aan communicatie. Er is juist bijna voortdurend iets dat wordt doorgegeven, teruggekaatst en overgenomen. De relevante vraag blijft waar het ene ophoudt en het andere begint.

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz