Vasht Ulduz Ahmadzadeh / عطش ATASH عطش contemporary dance company
Lost in translation
Dans sa pièce collective ‘VASHT’, Ulduz Ahmadzadeh — danseuse, chorégraphe, chercheuse et activiste iranienne basée à Vienne — explore les circulations des savoirs chorégraphiques le long de la Route de la Soie et leurs héritages multiples. Face à cette œuvre, j’ai eu le sentiment de me confronter à des codes culturels échappant en grande partie à mes repères. Malgré la vitalité de la performance, ma réception reste marquée par une forme de lost in translation, comme si un contexte supplémentaire aurait aidé à en saisir pleinement les enjeux. (NL Vertaling onder)
La pièce s’inscrit dans une démarche chorégraphique fondée sur la recherche, en lien avec l’histoire, les identités et les rapports de pouvoir culturels. Elle mobilise un langage où rituels, symboles et récits fragmentés occupent une place centrale. L’enjeu est de réactiver des mémoires chorégraphiques marginalisées. Ahmadzadeh s’inspire des intersections de la Route de la Soie pour explorer la transmission et la transformation de savoirs chorégraphiques anciens d’Iran.
Saturation et excès de signes
La pièce déploie une écriture immersive, fondée sur une continuité entre musique et mouvement, parfois proche de la transe. Le travail des costumes (Rebecca Kopp), de la scénographie (Till Jasper Krappmann) et du son (Pouya Ehsaei) contribue à une forte densité visuelle et esthétique, qui se cristallise notamment dans la figure du djinn. Cette entité hybride issue de la mythologie préislamique évolue dans un univers foisonnant : tapis d’Iran, du Turkménistan ou du Tadjikistan, bougies, plumes de paon, crânes dorés, fruits, couteaux persans, masques d’animaux, costumes brodés composés en ensembles textiles complexes.
La composition chorégraphique repose sur une structuration très active de l’espace. Elle alterne entrées et sorties, danses de groupe et petites constellations. Les gestes sont rapides, ponctués de cris et de claps de mains. L’ensemble est renforcé par des effets de lumière (Benjamin Maier), de fumée et de stroboscopie. Il en résulte une intensité continue. La multiplication des éléments scéniques produit une forte saturation perceptive.
Si cet ensemble produit des images puissantes et témoigne d’un réel travail de recherche, il tend aussi à saturer la compréhension. L’accumulation de signes entrave le recul réflexif et renforce une réception essentiellement sensible.
Un regard situé
C’est à ce niveau que les cadres d’analyse se déplacent. La pièce est présentée comme mobilisant des héritages chorégraphiques issus de contextes multiples. Les rituels traditionnels et scènes narratives s’entrelacent avec des formes plus abstraites, transmises et transformées au fil des circulations historiques.
Faute de clés contextuelles, ma perception ne me permet pas de me relier pleinement à ce qui est en jeu.
Or, en tant que spectatrice, j’accède surtout à un résultat scénique final, sans pouvoir pleinement percevoir les processus de transformation ni à ce qui les fonde en amont. Depuis mon prisme occidental, je perçois des mécanismes de narration proches du langage du ballet : gestes codifiés, expressions du visage marquées, mouvements stylisés, incarnation de figures — parfois archétypales. Le dispositif scénique est très structuré aussi, et les variations musicales accompagnent et accentuent ces dynamiques dramatiques. Ce type de construction facilite l’accès à une histoire, sans pour autant éclairer ses référents culturels.
Faute de clés contextuelles, ma perception ne me permet pas de me relier pleinement à ce qui est en jeu. Elle tend plutôt, dans mon cas, à filtrer l’œuvre à travers des codes qui ne lui appartiennent pas. Ce décalage crée une tension dans ma réception : entre une démarche de recherche revendiquée et une forme très expressive et narrative, l’accès à une lecture plus distanciée devient complexe.
Médiation et conditions de lecture
En misant fortement sur l’intensité sensorielle et émotionnelle, la pièce assume aussi un risque de réception clivée : certains y verront une puissance de transformation et de libération, d’autres se retrouveront face à une profusion d’éléments difficiles à stabiliser. Pour ma part, cela crée une forme d’instabilité, entre familiarité et étrangeté, entre ce qui est immédiatement accessible et ce qui reste à situer. La lecture de la pièce me pose problème.
Cette situation interroge finalement la question de la médiation.
Cette situation interroge finalement la question de la médiation. Face à une œuvre qui mobilise des références culturelles et chorégraphiques peu familières, l'absence de repères partagés rend l’expérience inégalement accessible. Seul face à l’œuvre, le spectateur la lit à travers ses propres cadres de projection, qui peuvent réactiver des imaginaires hérités, au détriment de la richesse des strates qu’elle propose. Dans ce sens, une médiation plus explicite permettrait de mieux articuler ces niveaux de lecture, sans réduire la force visuelle de la pièce, mais en permettant d’en déplacer le regard. C’est précisément là que tout se joue.
NL Vertaling
Lost in translation
In haar collectieve voorstelling ‘VASHT’ onderzoekt de in Wenen gevestigde Iraanse danseres, choreografe, onderzoekster en activiste Ulduz Ahmadzadeh hoe choreografische kennis zich verspreidde langs de Zijderoute en wat daar vandaag van rest. Terwijl ik naar dit werk keek bekroop me het gevoel dat ik geconfronteerd werd met culturele codes die grotendeels buiten mijn referentiekader vallen. Hoe vitaal de voorstelling ook is, mijn beleving lijdt onder een soort ‘lost in translation’. Meer context had kunnen helpen om de inzet ervan volledig te begrijpen.
Het stuk vertrekt van een op onderzoek gebaseerde vorm van choreografie, gerelateerd aan geschiedenis, identiteit en culturele machtsverhoudingen. Het evoceert een danstaal vol rituelen, symbolen en gefragmenteerde verhalen. De inzet: gemarginaliseerde choreografische herinneringen nieuw leven inblazen. Ahmadzadeh zoekt haar inspiratie op de kruispunten langs de Zijderoute om de overdracht en transformatie van oude Iraanse choreografische tradities te verkennen.
Overvloed en een overdaad aan tekens
Het stuk ontplooit een meeslepende vormentaal, waarin muziek en beweging soms als in een trance hand in hand gaan. De kostumering (Rebecca Kopp), het decor (Till Jasper Krappmann) en het geluid (Pouya Ehsaei) dragen bij aan een sterke visuele en esthetische dichtheid. Die komt vooral tot uiting in de figuur van de Djinn. Dit hybride wezen, dat stamt uit de pre-islamitische mythologie, evolueert in een weelderig universum: tapijten uit Iran, Turkmenistan of Tadzjikistan, kaarsen, pauwenveren, vergulde schedels, fruit, Perzische messen, dierenmaskers en geborduurde kostuums gemaakt van complexe weefsels.
De choreografische compositie is gebaseerd op een drukke ruimtelijke organisatie vol opkomsten en afgangen, groepsdansen en kleine constellaties. De snelle bewegingen worden gemarkeerd door momenten van kreten en handgeklap. Licht-, rook- en stroboscoopeffecten (Benjamin Maier) versterken de sensaties. Een continu verhoogde intensiteit is het resultaat. Die overdaad aan prikkels lijdt al snel tot zintuiglijke verzadiging. Ondanks de krachtige beelden, die getuigen van ernstige research, wordt het zo moeilijk om reflexief afstand te nemen. De voorstelling laat weinig ruimte voor een andere beleving dan de zintuiglijke.
Een gesitueerde blik
Dat laat zich gelden in de manier waarop je dit werk kan analyseren. Het stuk wordt voorgesteld als een activering van choreografisch erfgoed uit diverse contexten. Het verweeft traditionele rituelen en verhalende scènes met meer abstracte vormen zoals die overgeleverd en getransformeerd werden in de loop van de geschiedenis. Als toeschouwer krijg ik echter vooral toegang tot het eindresultaat zoals dat op het podium te zien is. Van de grondslagen en transformaties die eraan vooraf gingen krijg ik geen hoogte.
Dat gebrek aan context verhindert me om me volledig te verbinden met wat hier op het spel staat.
Vanuit mijn westerse perspectief herken ik mechanismen die dicht bij de taal van het ballet staan: gecodificeerde gebaren, uitgesproken gezichtsuitdrukkingen, gestileerde bewegingen, de belichaming van – soms archetypische – figuren. De scenografie is even gestructureerd, en de muzikale variaties begeleiden en accentueren deze dramatische dynamiek. Zo’n opbouw geeft vlot toegang tot een verhaal, maar heldert de culturele referentiepunten ervan daarom nog niet op.
Dat gebrek aan context verhindert me om me volledig te verbinden met wat hier op het spel staat. Mijn blik neigt er hier eerder toe het werk te bekijken door de lens van codes die er niet eigen aan zijn. Deze discrepantie creëert een spanning in mijn receptie: ik slaag er nauwelijks in een meer afstandelijk begrip te ontwikkelen door de tweespalt tussen de onderzoeksmatige aanpak waar de voorstelling zich op beroept en de zeer expressieve en verhalende vorm die ze krijgt.
Bemiddeling en leesvoorwaarden
Door zo sterk in te zetten op zintuiglijke en emotionele intensiteit riskeert het stuk een verdeelde ontvangst. De ene zal het ervaren als een kracht van transformatie en bevrijding, de andere zal stuiten op al te veel moeilijk te duiden elementen. Voor mij creëert dit een zekere instabiliteit, tussen vertrouwdheid en vreemdheid, tussen wat onmiddellijk toegankelijk is en wat nog context behoeft. De interpretatie van het stuk stelt mij zo voor een probleem.
In wezen gaat het hier om de vraag naar en de kwestie van bemiddeling.In wezen gaat het hier om de vraag naar en de kwestie van bemiddeling. Als je staat voor een werk dat weinig bekende culturele en choreografische verwijzingen activeert, veroorzaakt het gebrek aan gedeelde referentiepunten een ongelijke toegang tertoe. De toeschouwer die alleen voor het werk staat interpreteert dat aan de hand van zijn eigen begrippenkaders, met de daaraan eigen interpretaties, ten koste van de rijkdom van de lagen die het werk biedt. In die zin zou een explicietere bemiddeling toelaten om die diversiteit aan interpretatieve mogelijkheden beter te verwoorden. Dat doet niets af aan de visuele kracht van het werk, maar het geeft de blik een andere wending. En dat is waar het uiteindelijk om gaat.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz