Dans / Performance

Partager le vide Marie Goudot & Sophia Dinkel

Leegte of leemte?

Kunst die al te letterlijk is, die je direct snapt, dat is geen kunst. Daar is iedereen het wel min of meer over eens. Maar wat met het omgekeerde? Met kunst die zo ‘open’ is, qua vorm én qua inhoud dat je er alles en niets in kan lezen? ‘Partager le vide’ van twee ex-Rosas danseressen Marie Goudot en Sophia Dinkel scheert dicht langs die grens door al te veel ongezegd te laten.         

Partager le vide
Pieter T’Jonck Kaaitheaterstudio's, Brussel
15 december 2025

Op het einde van ‘Partager le vide’ staan Goudot en Dinkel dicht tegen elkaar aan in het midden op de verder nagenoeg lege vloer van de Kaaitheaterstudio’s. Schuchter, bijna schutterig zelfs, zingen ze a capella ‘I go to sleep’, een song van Ray Davies die vandaag vooral bekend is door de versie van Chrissie Hynde van The Pretenders (1981).

Na wat zoeken vind ik na de voorstelling een interview waarin de twee makers het hebben over hun inspiratiebronnen. Ze vermelden ‘Les Guerillères’ van Monique Wittig, een SF verhaal over een toekomst waarin (lesbische) vrouwen het voor het zeggen hebben, en ‘Viendra le temps du feu’ van Wendy Delorme (2021), ook al een SF verhaal over een dystopische toekomst waarin vrouwen gereduceerd zijn tot hun reproductieve rol. Is dat waarom ze op het einde het verdriet bezingen dat hen ’s avonds overvalt als ze hun geliefde missen? Of waarom Goudot al vroeg in de voorstelling spreekt over “partir à zéro” Het blijft in het midden hangen.

Het grootste deel van de (korte) voorstelling draait immers rond twee elektrische gitaren die op twee tafeltjes vlak voor het publiek, met de snaren omhoog, liggen te wachten op de twee vrouwen. Ze brengen via twee versterkers helemaal achter in de ruimte al een bromtoon voort terwijl het publiek binnenkomt. Een klein apparaatje dat op de snaren rust lijkt daarvoor verantwoordelijk.

Verder is de ruimte leeg, op een kaars – of een lamp die daarop lijkt – achteraan op de vloer. Daardoor vallen de twee ongelijke, meterslange dunne balkjes dwars op de kijkrichting wat schots en scheef hoog boven de vloer hangen des te meer op. Ze lijken het resultaat van veel huisvlijt, maar zullen hier door ingebouwde LED-strips de enige lichtbron blijken. Een lichtbron die schaars, zeer schaars, flakkerend licht op het podium werpt. Het maakt je erg nieuwsgierig naar wat zal volgen.

Als de twee performers opkomen stappen ze vastberaden op de gitaren af en draaien de volumeknop volledig open. Het apparaatje op de snaren brengt nu indringende, dreinerige brom-pieptonen voort zonder dat de speelsters de gitaren aanraken of oppakken. Ze duwen enkel op één of meerdere snaren om de toonhoogte van het geluid te veranderen. Rook van achter op het podium maakt het nog allemaal een beetje geheimzinniger.

Tot daar ben ik nog helemaal mee, ook met de titel. Theater, dat is inderdaad een zwart gat, een leegte waar we voorstellingen op projecteren – met of zonder de hulp van spelers -. De leegte delen, het is zowat de basisdefinitie van theater zelfs. Het kan geen kwaad om daaraan te herinneren, al is het niet meteen een nieuwe boodschap. Alleen wordt dat moment van verwachtingen opwekken, van suggereren hier eindeloos opgerekt, zonder iets bij te brengen.

Een spel met leegte, met verwaaide klanken, verloren gebaren en geprevelde woorden.     

Terwijl de gitaar van Goudot steeds meer gaat klinken als een harmonium dat donkere bromtonen voortbrengt gordt Dinkel haar instrument nu wel om en slaat er, zo ver van het publiek als maar mogelijk, wat onhandig op te rammen in het donker. Uiteindelijk ontstaat zo een riff die in loop gaat spelen, zonder tussenkomst van Dinkel. Ze laat hem achter op de vloer en komt weer naar voor.

Pas nadat beide vrouwen dan een hele tekst over “partir à zéro” toonloos uitgesproken hebben-  in het Frans en in het Engels, maar geen van beide echt goed te volgen – volgt er beweging. Goudot geeft de voorzet. Ze laat haar handen om elkaar wentelen, reikt omhoog met haar armen, hurkt neer en zwaait met haar onderarm over de vloer en stampt dan hard met één voet op die vloer. Het is een repertoire dat in allerlei variaties blijft terugkeren. Dinkel maakt er een eigen versie van. Later slepen ze elkaar ook over de grond, en brengen ze de gitaar die achteraan bleef liggen weer tot brommen door vlak ernaast hard met de voeten te stampen. Ook op dat spel volgen nog variaties tot de klank wegsterft en de twee vrouwen ‘I go to sleep’ zingen.

Dinkel en Goudot maakten dit stuk niet op hun eentje. Michael Pomero en Julien Monty -ook ex-Rosas en met Goudot oprichters van het gezelschap Loge 22 – en Tom Pauwels (gitarist bij Ictus) werkten samen aan de dramaturgie en de enscenering. Ik neem grif aan dat dit experiment voor hen niet zonder belang is, als een manier om nieuwe, eigen wegen te verkennen. Mogelijk is het ook een verkenning van hun onderlinge verhoudingen -dat suggereert het einde toch-.

Alleen verloren ze in de loop van dat proces blijkbaar uit het oog dat je niet zomaar allerlei woorden en verwijzingen kan rondstrooien als je de toeschouwers geen verder aanknopingspunt biedt dan een spel met leegte, met verwaaide klanken, verloren gebaren en geprevelde woorden. ‘Partager le vide’ belandt zo in het vagevuur tussen volledige abstractie – een voorstelling met enkel klank en beweging – en een conceptueel stuk dat klank, beeld, tekst, beweging zo assembleert dat er een idee in oplicht.

Dat gebeurt hier nauwelijks. Als ik achteraf lees over inspiratiebronnen als Monique Wittig en Wendy Delorme zie ik wel een mogelijk verband met de suggestie van een intieme verstandhouding tussen de performers, maar zonder dat interview had ik dat nooit bedacht of gezien. De leegte in ‘partager le vide’ is geen leegte vol verwachting, het is een leemte. Het werk maakt te weinig scherpe keuzes, mist focus, laat te veel ongezegd. Wat niet is, kan echter nog komen, want ondanks die gebreken zie je wel dat Goudot en Dinkel topperformers zijn.         

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz