Dans / Performance

Spell Igor Shyshko

Emancipatie-lichaam

Sinds de Wit-Russische danser Igor Shyshko in 1997 in België belandde als PARTS student legde hij een hele weg af, van uitvoerder van het werk van Akram Khan of Anne Teresa de Keersmaeker, tot een choreograaf-danser met een heel eigen signatuur, al werkte hij vaak samen met andere artiesten zoals Moya Michael. Ook in ‘Spell’ heeft hij een sparring partner. Shyshko vertaalde zijn menselijke en artistieke ontwikkeling in sterke lichaamsbeelden, Elke Van Campenhout voegde daar een tekst aan toe. Samen komen ze tot een intrigerend, zelfs ontroerend ritueel van emancipatie.         

Spell
Pieter T’Jonck KVS Box, Brussel
02 oktober 2025

Van hoog boven de speelvloer van de KVS Box zakken twee kokers van half doorzichtige stof – het lijken wel reusachtige nylon kousen  -  schuin neer op de grond. Ze zijn tot het uiterste opgespannen door steenbrokken en gruis onder, aan de voet ervan. Pas dan merk je de twee dansers (Igor Shyshko en Albina Vakhitova) op. Ze liggen elk aan één kant van het podium op de grond. Hun blote voeten zijn verzwaard met rotsblokken, met dikke koorden tussen hun tenen en rond hun enkels vastgeknoopt, zodat bewegen haast onmogelijk lijkt.

Ze zijn niet alleen: een tweede vrouw, in rode overall (Elke Van Campenhout) schuift op haar dijbeen met een kluwen touw voorzichtig over de vloer naar het midden van het podium. Daar hangt een microfoon kort boven de vloer. Traag en zorgvuldig ontwikkelt ze het touw en legt het in een wat onregelmatige, gesloten kring uit op de vloer. Het is de eerste van een reeks handelingen met een uitgesproken ritueel karakter, al krijgen die nooit een sluitende verklaring.

De dansers proberen nu moeizaam overeind te komen. Pijnlijk , haast overdreven traag komen armen en lijven omhoog en komen ze in hurkzit. Daarna duwen ze hun lijf met de benen omhoog, of verplaatsen ze die moeizaam, om toch vaak weer onderuit te zakken. Soms verliezen ze hun evenwicht als de voeten niet mee willen en wankelt hun lijf molenwiekend achteruit. Van Campenhout steekt ondertussen vlammetjes aan, kraakt iets als nootjes en strooit alles samen met een witte vloeistof en helder water in een grote kom. Het versterkte geluid van die handelingen is lang de enige ‘muziek’ in de ruimte.

Toch verandert er iets als de twee dansers zich met letterlijk slepende voeten naar elkaar toe bewegen. Hij grijpt haar bij de lendenen en zo ontstaat een figuur als een lift uit het ballet. Hij tilt ook haar been hoog terwijl hij haar lijf voorover laat kantelen op het andere gestrekte been. Hij heft haar zelfs even van de grond. Tegelijk begint Van Campenhout een verhaal over een ver verleden in een vallei. Met schelle, harde stem, staccato, roemt ze de berkenbossen en heeft ze het over een kaviaarfabriek. We zitten dus onmiskenbaar ergens in het Hoge Noorden. En dan, vervolgt ze, was het op een dag over: de fabriek sloot, de stank ervan drong overal door maar kinderen gingen er toch spelen. Het was het begin van wat voorlopig alleen maar als ‘troubles’ wordt aangeduid.

Op dat ogenblik hoor je de eerste, nog melodieuze tonen van de score van NEXCYIA. In het verhaal gaat het plots over één vrouw die een relatie krijgt met een schimmige figuur die haar op een pijnlijke manier penetreert. Als de vrouw spreekt over brandende ingewanden en het spookachtige verdwijnen en verdwijnen van die Khose krijg het verhaal een vaag mythische dimensie. Zijn geest blijft overal opduiken – al kan dat natuurlijk ook haar verbeelding zijn.

‘Spell’ wil op deels allegorische, deels rituele, maar vooral lichamelijke manier spreken over de weg die Shyshko aflegde om alle waan, ideologie en zelfbegoocheling achter zich te laten.

Dan volgt een belangrijk keerpunt. De twee dansers ontdoen zich van de stenen aan hun voeten, alsof ze zich pas dan realiseren dat ze dat kunnen. Rust brengt het echter niet. Shyshko doet aan schijnboksen, Vakhitova fladdert pseudo-verleidelijk heen en weer als een vogel in een kooi, en er volgt nauwelijks verholen handgemeen en geschreeuw tussen de twee. Een nerveuze, droge beat zonder melodie overspoelt nu de ruimte. Op dat ritme daveren de dansers alsof de aarde onder hun voeten beefde. Van Campenhout laat haar lijf al net zo hard schokken.

Na die agitatie dist ze akelige verhalen op over mensen die niet meer durven spreken tot er bijna gek van worden. Ze zwijgen zolang dat woorden hun betekenis verliezen en gesprekken zinledig worden. Sommigen grijpen naar cijfers om geen woorden meer te gebruiken, en zien alleen nog “statistieken, als vormen aan de horizon van het denken”. Dat zijn de ‘troubles’ die ze eerder aankondigde. Het is wellicht de poëtische vertaling van de vernietigende impact van een dictatuur als in (Wit-) Rusland op de mentale gezondheid van mensen. Terugblikkend herken je al wat vooraf ging als een symbolische weergave van Shyshko’s beweging weg van een geestdodend, mensonterend systeem.

Niet dat ‘Spell’ een lofzang zou zijn op het Westen. De dansers blijven moeizaam in de weer met zichzelf, de ander en de stenen. Ze hangen samen aan zo’n steen terwijl ze rondtollen als gekken, of de ene klampt zich vast aan de andere terwijl die blijft rondzwieren met een steen. Uiteindelijk volgen ze elkaar in ganzenpas en komen zo steeds dichter tot elkaar tot ze neerzakken op de grond. Parallel daarmee voltrekt van Campenhout een volgend ritueel. Ze spreekt over woorden die ze weer naar beneden zou willen halen om ze te verzwaren met werkelijke betekenis. Zwaarte, stenen, het krijgt hier plots een nieuwe betekenis als in ‘gronden’, contact maken met de werkelijkheid.

Ze brengt de kom die ze eerder vulde binnen in de cirkel van touw. Ze plaatst die in de vier windrichtingen voor zich, knielt erbij neer en plenst dan water in haar gezicht. Als ze weer opstaat giet ze de hele kom over haar hoofd uit. Een reinigingsritueel, misschien? Een afscheid? Een zelfkastijding? Dat blijft in het midden. De tekst die volgt spreekt wel boekdelen. Ze spreekt het verlangen uit om op haar leeftijd te verzinken in de aarde, om te verdwijnen. Zwaartekracht verglijdt daarna in een metafoor voor het verlangen dat haar eigen woorden zouden verdwijnen uit de herinnering van anderen en verdwijnen onder lagen en lagen cultuur.

Het 'Vrije Westen' verschijnt hier net zo min als werkelijk vrij als het 'Oostblok'. Eerder is het alsof deze voorstelling op deels allegorische, deels rituele, maar vooral lichamelijke manier wil spreken over de weg die Shyshko – met van Campenhout als compagnon de route– aflegde om alle waan, ideologie en zelfbegoocheling achter zich te laten, van welke signatuur ook. Om, inderdaad, te gronden. De beeldtaal die hij daarvoor gebruikt is complex, en staat open voor veel interpretaties, maar ze is niet vaag. Elk beeld en woord staat er, haarscherp. Daardoor laat ‘Spell zo’n diepe indruk na.        

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz

Uw steun is welkom
Pzazz.theater vraagt veel tijd en inzet van een grote groep mensen. Dat kost geld. Talrijke organisaties steunen ons, maar zonder jouw bijdrage als abonnee komen we niet rond als we medewerkers eerlijk willen betalen. Uw steun is van vitaal belang en betekent dat we onafhankelijk recensies over de podiumkunsten kunnen blijven schrijven. Alvast bedankt!

Steunen Login