Chroniques Peeping Tom
Een betoverde grot met bezeten dansers
Met de voorstelling ‘Chroniques’ kondigt het danstheatergezelschap Peeping Tom een nieuw hoofdstuk aan in zijn artistieke ontwikkeling met vijf nieuwe dansers. Choreografe Gabriela Carrizo in samenwerking met Raphaëlle Latini bouwt een wereld die schatplichtig is aan Japanse mangastrips en aan Marvel-films met superhelden en onzichtbare krachten. Welkom in de grot én in een kroniek die begint in het stenen tijdperk en eindigt in een wereld bedreigd door robots.
Een grot bestaande uit rotsblokken van verschillende afmetingen. Aan de rechterkant: een tafel, met glazen kolven en verfpotten. Het lijkt wel een ruimtetijd-vacuüm. Het eerste beeld, waarbij beeldhouwers steen bewerken, doet denken aan het stenen tijdperk. Dan maken we sprongen door de tijd naar een wereld waar robots rond sjokken. Om tenslotte uit te komen in een soort nu waar een charmezanger – stijl Ray Charles of Frank Sinatra – over magische krachten beschikt.
Zoals te verwachten bij Peeping Tom krijgen we enkele sterke beelden. Een verhaal is er niet. Zo opent de voorstelling met een man met bloot bovenlijf die heldhaftig op een rots staat – een toonbeeld van forse mannelijkheid. Als even later een aardbeving de grot door elkaar schudt, stort de man roemloos naar beneden. Het is de eerste val van de avond en zal niet de laatste zijn. Want deze ramp tast ook alle andere personages aan. Zij bibberen en schokken, draaien wild om hun as, terwijl elke vezel van hun lichaam alle controle verliest.
Bij Gabriela Carrizo zijn de lichamen blootgesteld aan geheimzinnige, onzichtbare krachten.
Hierop stoelt de hele voorstelling: de dansers illustreren elk op hun beurt hoe je tegen de grond smakt. Het interessante is evenwel dat de dansers niet in het cliché van veel hedendaagse dans vervallen waar lichamen verkrampt ten prooi vallen aan een innerlijke hysterie. Bij Gabriela Carrizo zijn de lichamen blootgesteld aan geheimzinnige, onzichtbare krachten van buitenaf. De dansers worden aangevallen en kunnen zich nauwelijks verdedigen. Hier heerst het onverwacht onvoorspelbare. Hier is dreiging, hulpeloosheid en angst-zoals in de betere sciencefiction.
Uit deze situatie smeden de vijf dansers een heel eigen lichaamstaal. Elk heeft een solo in een eigen bewegingstaal van draaien en vallen. De ene danser doet het al virtuozer dan de andere. Zoals de danser die herhaaldelijk als door een onzichtbare kracht tegen een rotsblok gooit/gegooid wordt. Of de danser die, gewapend met een pistool, vooruit strompelt- zijn benen en armen met elkaar verstrengeld -. Het doet denken aan een slangenmens in een circusnummer maar vat ook het existentiële van een mens die in de knoop met zichzelf zit.
Aziatische monniken
Maar het meest opvallend is de danser die als een tovenaar met een simpel gebaar al zijn medespelers onschadelijk maakt. Hij lijkt zo weggelopen uit een Marvel comic of een Japanse manga. Het Aziatische thema waart door de voorstelling: in de prachtige klankband van Raphaëlle Latini, de monoloog van de Zuid-Koreaanse danser Seungwoo Park, de figuren verkleed n de karakteristieke monnikenhoed. Zij dwalen rond, gaan aan de tafel drankjes en verf bereiden. Zijn we bij een sekte beland die in een afgelegen grot, onder de grond, vreemde rituelen uitvoert? Ligt daar de oorsprong van de duistere kracht?
Danser Seungwoo Park, die in het echte leven ook schilder is, verwerkt zijn talent in zijn confrontatie met de lugubere monniken. Ze wijzen zijn schilderijen af. Kleine robots ontpoppen zich tot helpers van de kunstenaar: ze krijgen elk een pot verf die ze op de vloer uitsmeren: de robot onze vriend? Vervolgens wentelt een danser zich over de grond en herhaalt hij (bewust of onbewust) een performance van Yves Klein. Alleen gebruikte de Franse kunstenaar uitsluitend indigoblauw, terwijl het resultaat hier een veelkleurig beschilderd lichaam is.
Wat zich eerst aandiende als een vreemde, dreigende nachtmerrie, wordt een zwarte komedie.
De voorstelling trakteert het publiek op een laatste verrassing. Uit een put komt de tovenaar gekropen – hij heeft nu een deftig pak aan en lipt het lied ‘I can’t stop loving you’ van Ray Charles. Hij bereikt een volstrekt fascinerend effect omdat zijn optreden gebruik maakt van de specifieke lichaamstaal van de hele voorstelling. Dat charisma niet ongevaarlijk is, blijkt als hij in het midden van de smachtende song nog één keer zijn magische kracht gebruikt en nog een collega omlegt.
Daarmee komt er een subtiele verschuiving qua toon in de voorstelling. Wat zich eerst aandiende als een vreemde, dreigende nachtmerrie, wordt een zwarte komedie. Het veelvuldige vallen wordt een running gag. Zelfs de Japanse hoeden verliezen hun mysterie, als ze plots transformeren tot schilden, waarachter zich dwergen verschuilen. Zo wordt deze ‘Chroniques’ een virtuoze spielerei.
De sfeer van de voorstelling wordt gezet door de sfeervolle scenografie van Amber Vandenhoeck en de schitterende klankband uitgewerkt door Raphaëlle Latini . Je hoort natuurgeluiden, ook verre gesprekken. Soms klinkt er donkere sfeervolle symfonische muziek van Sjostakovitsj. Maar de acties op het toneel (zoals de vele magische tussenkomsten, of de talrijke geweerschoten) worden door scherpe geluiden begeleid. Zo is het geluid een echte medespeler. Choreografe Gabriela Carrizo heeft een heel eigen lichaamstaal ontworpen, die fris, expressief en virtuoos is en kan bogen op vijf schitterende dansers. Zonder streetdance letterlijk te citeren, baadt de choreografie in een gelijkaardige energie.
Deze ’Chroniques’ is meeslepend, opwindend en speels. Zelden was het zo fijn toeven in een donkere grot, waar de gruwel gelenigd wordt door fijne humor.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz