Play Dead People Watching
Zweven op de nanoseconde tussen leven en dood
Lijven rekbaar als elastiek, buigzaam als riet, in elkaar klappend als knipmessen, vloeibaar als druppels glijdend op een raam. Wat de performers van het collectief People Watching presteren is ongeëvenaard maar dramaturgisch rammelt ‘Play Dead’ als een geraamte.
Het Canadese collectief People Watching herbergt artiesten uit vermaarde circussen als Cirque du soleil en Les 7 Doigts de la main. Aan métier ontbreekt het de leden van het collectief dus niet. Overal ter wereld gooien ze hoge ogen met hun groepsvoorstelling en rijgen ze de superlatieven en staande ovaties aaneen. ‘Play Dead’ lonkt qua sfeer, qua donkerte, horror en magisch realisme naar Peeping Tom. Er zijn voorwaar slechtere referenties. Maar misschien net daarom, omdat we, door gezelschappen als Peeping Tom zo verwend zijn op gebied van dans in België, veerde ik toch niet meteen op uit mijn stoel na het zien van de voorstelling in de Rotterdamse Schouwburg.
De huiskamer als bubbel
People Watching werd opgericht in 2020 tijdens Coronatijd, toen we – we zouden het bijna vergeten – enkel in bubbels intimiteit deelden en de anderhalve meter het virale ravijn was. In die bubbel deden enkele artiesten onderzoek naar manieren om intimiteit te delen met publiek. Dat thema trekken ze door in ‘Play Dead’, hun succesvoorstelling waarmee ze al ruim drie jaar toeren.
De setting ervan is huiselijk. Een keukentafel en een kleerkast, aan de andere kant een sofa, een lampenkap, een gedrapeerd gordijn. Een stelletje komt binnengewandeld. Hij blaast haar omver met een ganse uitleg. Dat komt meteen ook tot uiting in haar lichaamstaal: hoe haar lijf als door rukwinden gegeseld steeds verder achteroverbuigt. Om uiteindelijk plat op de grond te gaan: play dead.
De performers verkennen de nanoseconde van ‘zweven’ tussen leven en dood, vallen en opstaan. Daarin schuilt de magie van ‘Play Dead’.
Doen alsof je dood bent. Het is zowel een kinderspel als een overlevingstactiek om dreigend gevaar te ontwijken én het is de beweging die als een rode draad door deze lijven loopt. De wijze waarop de performers Ruben Ingwersen, Jérémi Levesque, Natasha Patterson, Brin Schoellkopf, Jarrod Takle, Sabine Van Rensburg dat doen wekt verbazing. Soms worden ze op de grond gesmakt, soms zijgen ze neer alsof ze een toeval krijgen, dan weer lijken ze te leviteren. Ze verkennen de nanoseconde van ‘zweven’ tussen leven en dood, vallen en opstaan. Daarin schuilt de magie van ‘Play Dead’.
Daardoor blijf je ook aandachtig, krijg je de oohs en de aahs van verbazing zoals circus, als spektakel, dat oogst. Alleen als je daardoor kijkt, zie je de losse haken en ogen, voel je de inconsequenties en rare breuken. Dramaturgisch rammelt ‘Play dead’ dan ook een beetje als een geraamte.
De huiselijke setting: samen aan tafel, het feestje... Het impliceert een soort narratief: wie zijn die mensen samen, hoe verhouden ze zich tot elkaar, komen ze (vanuit de kostuums) van een verleden in het heden spoken? Alleen wordt dit te weinig aangezet om een verhaal te zijn, en te veel gesuggereerd om als volwaardig tableau overeind te blijven. Als kijker werkt dat verwarrend. De voorstelling wil zich als geheel presenteren maar ontwikkelt zich meer en meer tot opeenvolgende nummertjes waarbij eenieder zijn moment de gloire of beter zijn kunstjes of dada mag vertonen. Flessenlopen, dan plots een queer cabaret met rood lampje… 0ok de muziek swipet mee. Ik verlang als kijker niet naar eenvormigheid maar wil in die veelheid wel een interessant mozaïek ontdekken.
Zwevend tussen abstract en concreet
Dat gebrek aan heldere keuzes in wat ‘Playing Dead’ wreekt zich ook in de keuze van objecten en attributen. Aanvankelijk worden in de taferelen die zich afspelen in de huiselijke sfeer ordinaire gebruiksvoorwerpen ingezet als een tafel, een kast, een sofa, een wijnfles of een bord. Maar plots wordt ook een hellend vlak geïntroduceerd, die je eerder bij het abstractere werk van Yoann Bourgeois of Alexander Vantournhout zou verwachten.
Je wordt als kijker heen en weer geslingerd tussen uiteenlopende sferen en ambities.
Zo word je als kijker heen en weer geslingerd tussen uiteenlopende sferen en ambities. ‘Play Dead’ blijft ook daar ‘zweven’ tussen twee polen, en eindigt zo als een wat halfslachtig stuk. Zij het dan wel één met straffe lijven en enkele mooie beelden. Qua atmosfeer en donkerte blijven enkele tableaus echt op je netvlies plakken. De kleerkast die omkaderd wordt door lijven als een barok kunstwerk! Of de zwalpende spots waarbij in de muziek ergens vaag een bomalarm doorklinkt…
Als op het einde de dansers telkens een voor een elkaar opzoeken om terug uit elkaar gerukt te worden als een soort onmogelijke te ontkomen perpetuum mobile van aantrekken en afstoten voel je hoe deze groep als collectief iets fundamenteler raakt dan de truc. Terug raakt aan de kern van hun ontstaan: de hunker naar intimiteit en de onvermijdelijke afstand.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz