Circus

Wolf Circa

Oververzadigd en toch onvoldaan

Voor wie acrogym op topniveau wil zien, komt met ‘Wolf’ van het Australische gezelschap Circa niet bedrogen uit. Negentig minuten lang stapelen tumblingreeksen, spreidstanden, menselijke piramides en torens van allerlei vormen en maten zich op. Als circusliefhebber kom je murw geslagen de tent buiten, de pompende technobeats nog nazinderend tussen je ribben. Ook virtuositeit kent blijkbaar een verzadigingspunt. En toch blijf ik onvoldaan achter.

Wolf
Liv Laveyne Park Groot Schijn, Antwerpen, in kader van Zomer van Antwerpen
21 juli 2026

‘Wolf’ zou, zo doen titel en aankondigingstekst vermoeden, over wolven gaan. Over het rauwe, ongetemde, over het samenleven in de roedel. En dus, voor wie de natuurgids openslaat, ook over hiërarchie. Over een dominant mannetje en vrouwtje, een leider en volgers, waar iedereen zijn plaats kent en weet wat moet. Zeker – en eigenlijk vooral in dat laatste – herken ik iets van het waarmerk van Circa. Het is de wet van de partneracrobatie: precies weten waar je staat, wanneer je springt en wie klaar staat om je op te vangen. Vertrouwen is hier geen softe metafoor, maar een levensverzekering wanneer halsbrekende, beenrekkende, armomwringende en rugschokkende bewegingen elkaar in sneltempo opvolgen.

Australische topacrobatie

Het Australische Circa behoort al jaren tot de absolute wereldtop van de circusacrobatie. Grote ensemblevoorstellingen met een gladde scenografie vormen hun handelsmerk. Na eerdere producties als het esthetische ‘Humans 2.0’, een samenspel van licht en acrobatie, oogt ‘Wolf’ – een regie van Yaron Lifschitz en het Circa ensemble - opvallend soberder. Er is de witte achterwand waarop schaduwen van voorbij rennende lichamen verschijnen, als een bewegende studie van Muybridge. Een mooi idee, dat de voorstelling helaas al snel weer loslaat.

Anderhalf uur lang, met een korte pauze, ontvouwt zich een voorstelling die van kleinere formaties via solo's en duo's naar een massieve groepschoreografie leidt. De opvallende kostuums in zwart en huidskleur (creatie van Libby McDonnell) geven de acrobaten iets tribal-achtigs. Soms lijken ze in hun formaties eerder insecten of andere ongewervelde dieren. Zo ver gezocht is dat laatste overigens niet als je ziet in welke vormen deze lichamen zich plooien.

De acrobatie van Circa wekt verbazing over wat een lichaam vermag. En tegelijk, op een filosofisch niveau, over hoeveel vertrouwen mensen elkaar kunnen schenken.

Main-à-mains vormen de ruggengraat van de voorstelling. Menselijke bruggen worden almaar verder opgerekt tot ze in elkaar stuiken. Er verschijnen bijzondere sculpturale formaties. Een recensent omschreef een daarvan als de ‘martini glass movement’. Niet doelend op die tacky cabaret act waarbij een halfnaakte vrouw in een metershoog martiniglas baadt (ja, dat bestaat nog altijd), maar op een driehoekige constructie waarbij drie performers, gedragen door de base, met een spreidstand een haast onmogelijke geometrie tekenen.

Mocht er iemand nog aan twijfelen: de acrobatie van Circa wekt telkens opnieuw verbazing over wat een lichaam vermag, en tegelijk, op een bijna filosofisch niveau, over hoeveel vertrouwen mensen elkaar kunnen schenken. Circa denkt daarbij allerminst in de klassieke rol van mannelijke bases en vrouwelijke flyers. Een vrouw torst zonder verpinken twee mannen op haar schouders. Sommige nummers, zoals de act met straps, ademen een haast meetkundige precisie. Net daarom voelt de koordact, waarin de zichtbare rigging een rol krijgt, vreemd onbeholpen aan.

Lichamen zonder mensen

In weerwil van de titel, heeft de wolf zijn kat gestuurd. De grootste theatrale ingreep in ‘Wolf’- nog eens aangedikt met een rood 'erotisch' spotje - is een brave paringsdans. Later zet iemand zijn tanden in een dijbeen. Meer dan illustratie wordt het nooit. Het gevaar komt van de acrobatie, niet van de wolf.

Alles draait hier om techniek. De vertolking is bijzaak. Ook de muziek kiest voortdurend voor de overtreffende trap. De pompende technobeats van Ori Lichtik, in het tweede gedeelte nog extra geïnjecteerd met extra tribale klanken en geblaf, betonneren de voorstelling volledig dicht. De opeenstapeling van stunts doet de rest. Na het zoveelste open doekje voel je je minder verwonderd dan murw geslagen. Elke nieuwe stunt overtreft de vorige. Tot zelfs het overtreffen niet meer verrast.

Techniek wordt hier een eindpunt in plaats van een vertrekpunt.

Op het gevaar af nostalgisch te klinken, dacht ik terug aan een ander Australische gezelschap van weleer, Acrobat. Ook daar was de technische perfectie indrukwekkend, maar vond ze als vanzelf aansluiting bij een onderliggende menselijke laag, zonder dat er een verhaaltje overheen gelegd werd. ‘Wolf’ doet het omgekeerde. Techniek wordt hier een eindpunt in plaats van een vertrekpunt. Elke acrobaat kent feilloos zijn plaats in de constructie – of noem het de roedel – maar als persoon blijft iedereen inwisselbaar. Een gezelschap dat wereldwijd toert met verschillende voorstellingen en casts koestert misschien die ambitie niet en dat is niet erg. Maar waarom nergens het tempo even laten zakken? Waarom in een pas de deux niet zoeken naar een andere emotie dan energieke intensiteit? Waarom altijd diezelfde onverstoorbare blik? Elk lichaam kan duizend vormen aannemen, maar zelden verschijnt hier een mens. Of een wolf.

Hoeveel spektakel kan een toeschouwer verdragen? Hoeveel standjes kan een acrobaat maken? Hoeveel open doekjes kan een publiek geven? Veel. Heel veel, zo blijkt met ‘Wolf’. Op het einde veert het publiek terecht recht voor zoveel technische virtuositeit. Ik bleef achter met een ander soort verlangen. Niet naar nóg een piramide of nóg een flikflak, maar naar één moment waarop de muziek zou zwijgen en, heel even, het gehuil van een eenzame wolf te horen was.

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz