Toneel

Familie Milo Rau / NTGent

Zelfmoord als een stomp in de maag

‘Familie’, de nieuwe voorstelling van Milo Rau voor NTGent is een schokkende voorstelling over het taboe van de zelfmoord. Een voorstelling gebaseerd op een waar gebeurd verhaal. Een collectieve zelfmoord waarvan we het motief niet kennen. Een poging tot verklaring of begrip : neen. Het mysterie blijft intact, frustrerend voor een groot deel van het publiek. Groot respect voor de spelers : de familie Peeters, met schitterende debuten van hun jonge dochters. Maar grote bezorgdheid rond de roekeloosheid van de regisseur. Controversieel in elk geval.

Uitgelicht door Johan Thielemans
Familie
Johan Thielemans NTGent meer info
06 januari 2020

1.Familie is een voorstelling die naar vorm aansluit bij een beweging, die je begint ‘modern klassiek’ te noemen. Een hyperrealistisch décor, wat doet denken aan Kate Mitchell, en boven de huiskamer een groot scherm- zoals ook bij Ivo van Hove of bij Julien Gosselin. Dat scherm is natuurlijk ook een stijlmiddel dat Milo Rau reeds vele malen heeft gebruikt. Terwijl de acteurs zich vrij in de ruimte van een keuken, zitkamer of slaapkamer bewegen, vangt een camera hun acties op en toont ons die op het videoscherm. Dat maakt Moritz von Dungern aan de videocamera tot een belangrijke medespeler, of misschien beter medeverteller. Zo blijft de toeschouwer aan het beeld gekleefd, en ziet hij een live-film. Dat heeft zijn consequenties voor de acteurs : zij moeten waarachtig zijn en klein spelen. Dat alles vat ik samen als het nieuwe hyperrealisme. Met deze code gaat Rau evenwel soepel om. Zo wordt er in de huiskamer naar muziek geluisterd, die  geselecteerd wordt op een telefoon. Maar op andere momenten vraagt een actrice ( hier Louise Peeters) rechtstreeks aan de techniek om een nummer te spelen – zo doorbreekt Milo Rau de vierde wand, en onderstreept hij dat we wel naar een toneelstuk kijken : een boeiende vermenging van de genres.

Al deze elementen spelen in deze voorstelling perfect samen. Dat acteurs met de ervaring van An Miller en Filip Peeters deze opdracht perfect vervullen, is geen verrassing. Maar in deze voorstelling staan ze op de scene met hun twee dochters ( veertien en vijftien jaar oud). Zij zijn tot volwaardige actrices gekneed onder leiding van de coach Peter Seynaeve (iemand die vroeger ook bij Milo Rau heeft gewerkt). Het levert een zeer puik resultaat op. De tussenkomst van de meisjes, in dialogen of in monologen, klinken loepzuiver. Dat alles maakt van deze Familie een  voorstelling van hoge kwaliteit.

2. Het onderwerp is eenvoudig en verontrustend: een familie heeft besloten zelfmoord te plegen. We beleven de laatste uren van hun leven. We zien hoe ze  de tijd doden – wat een tussentitel op het scherm ons vertelt. Of ze eten gezellig samen – vader kookt, en als toeschouwer besef je dat dit het laatste avondmaal is. Dan ruimen ze alles op : de volledige huisraad gaat in dozen. Daarna maken ze vier lussen klaar en hangen ze zich gezamenlijk op. In de voorstelling laat niets vermoeden waarom ze tot deze daad overgaan. Rau  weigert uitleg te verschaffen. Hij maakt er een oefening in behavioristisch kijken van. We scheren dus consequent langs  de oppervlakte. Het drama schuilt in de subtekst. We zien niet wat we zien.  Op het einde krijgen we geen verklaring, of verschaft de voorstelling ons geen dieper inzicht.

Rau weigert uitleg te verschaffen

3. Het is een element dat veel toeschouwers achteraf zwaar frustreert. Er wordt iets getoond rond een zeer gevoelig thema, en de nood van het tonen wordt niet duidelijk. De voorstelling heeft een ander effect naargelang de persoonlijke situatie van de toeschouwer. Er zijn  leden van het publiek die dergelijke situaties hebben meegemaakt. Het laatste beeld – van de vier gehangenen- is dan ondraaglijk. Het biedt geen troost. Het is een rauwe realiteit. Het is wat het is, om Martin Scorsese te citeren. Wat het allemaal heel erg maakt is het portret van de familie. Er is veel tederheid in hun omgang – een tederheid die je in veel van de voorstellingen van Rau kunt aantreffen. Maar het beeld van deze lieve familie is geen balsem. Milo Rau is uit op sterke emoties. Dit is hier het geval in de laatste scene – we bevinden ons dan in een extreem emotioneel gebied waar Lars von Trier het patent op heeft. Deze fascinatie heeft tezelfdertijd iets ongezonds, en zonder enige twijfel speelt er ook een drang tot manipulatie van het publiek mee. Vandaar dat sommige leden van het publiek totaal verslagen achterblijven  na het applaus. Of woedend de zaal verlaten.  Anderen zijn dan erg bezorgd over de mogelijke gevolgen van wat hier getoond wordt. Zelfmoord past hier in de concentratie op het banale. Omdat Rau een openlijk melodramatisch moment ontwijkt, wordt de voorstelling verontrustend. De mensen van de zelfmoordpreventie zijn zeer bezorgd, omdat ze terecht bang zijn voor copycat gedrag. Het is een voorstelling die sterk uiteenlopende gevoelens losmaakt. Rau beweegt zich op een dunne koord waar esthetiek botst op concrete morele overwegingen.

3. De voorstelling heeft ook de Milo Rau-touch.  Hij heeft een echte familie bereid gevonden om dit drama te spelen. Zijn methode is bekend : hij zal putten uit de levenservaring van zijn  spelers. Zo vernemen we tal van details over het gezin Peeters. Aan tafel haalt Filip Peeters  (nogmaals) de anekdote op rond Hugo Claus en zijn Leeuw van Vlaanderen. We vernemen dat dochter Leonce graag Engels studeert  - en haar zus ondervraagt Engelse woordenschat. Louise, die de centrale figuur van de productie is, bekent dat ze graag klederen zou ontwerpen, en in de laatste scene heeft ze inderdaad voor de kostuums gezorgd. We leren ook wat de muzikale smaak van de familie is : vader en moeder houden het bij Leonard Cohen, Louise  houdt zeer veel van barokopera, en naar het einde toe  zal ze een aria laten horen uit Castor et Pollux van Rameau waar een sopraan zingt over de dood en de angst voor het graf.  Vader en moeder vragen zich af of de combinatie acteur-zijn en ouderschap een goed contact met de dochters niet in de weg heeft gestaan  -kwamen die wel op de eerste plaats? Het is een zorg die zeker even sterk voor Milo Rau geldt – ook vader van twee dochters, en minstens evenveel afwezig als pa en ma Peeters. Maar deze stukjes realiteit worden gemengd met de situatie van de tragische familie Demeester. Zo weet je vaak niet wat precies wat waar of wat fictie is. Het levert een intrigerende tekst op, waarbij de familie Peeters moeiteloos overgaat in de familie Demeester. Als er gegeten wordt, dan is de realiteit dubbel : vader Peeters kookt, maar dat is logisch want hij heeft voor kok gestudeerd. Als hij dan fier de borden vult, zijn we dan  bij de Peeters, of zitten we  ongemakkelijk aan tafel bij de familie Demeester  tijdens  hun laatste samenzijn? Eén opmerking : alles getuigt van  een scherpe observatie van mensen, maar ik heb wel één realistisch element gemist. Vandaag zitten dochters aan tafel met de telefoon in de aanslag ( niet bij de familie Peeters, misschien?). Zo zien we een vriendelijke familie, en zo komt de ultieme vernietiging des te schokkender over. Het onbegrijpelijke blijft onbegrijpelijk. 

Alles getuigt van een scherpe observatie van mensen

 4.Het schijnbaar niet willen duiden is het gevolg van een perverse formele keuze. Het ogenblik waarop de familie besluit om tot deze radicale daad over te gaan, wordt weggelaten – als de voorstelling begint hebben de vier mensen op het toneel reeds een beslissing genomen die wij, in de zaal, nog niet kennen. De vraag waarom Rau dit doet  kan op verschillende manieren beantwoord worden . De actie is gebaseerd op een voorval in het Franse Calais, waar de familie  Demeester zich collectief van het leven heeft beroofd.  Het heeft tot de dag van vandaag de buurt volledig verbaasd, want niemand  had ook maar een flauw vermoeden van de plannen van het gezin, een gezin ogenschijnlijk zonder problemen. Dat mysterie heeft Rau niet willen ontluisteren . De motieven van de familie  blijken alleen uit een nagelaten brief met het zinnetje: We hebben het verkloot, sorry. Met deze zin kan je aan de slag, en als je Milo Rau bent,  dan past hij in zijn visie op de wereld. Want de ‘we’ van die laatste brief, kan hij lezen als : wij allemaal. Maar ook die ‘allemaal’ moeten we scherper definiëren : voor hem, als marxist, is het de Westerse bourgeoisie die de wereld om zeep helpt. We zien inderdaad een  burgerlijke welgestelde  familie haar dagelijkse bezigheden doen. De voorstelling is het beeld van de banaliteit van elke dag. Alleen dat ene zinnetje en de radicale daad wijzen er op dat deze familie zo begaan is met de wereld dat er uitstappen een logische conclusie is. Bij de echte gebeurtenis is het vreemd dat ze dat op een spectaculaire  manier hebben gedaan. Er zijn vele methodes om uit het leven te stappen, maar zich gezamenlijk verhangen heeft iets erg theatraals. Hun fataal afscheid zal niet onopgemerkt voorbij gaan.

Een voorstelling zonder verklaring heeft een diepe emotionele werking. Als ik de marxistische lijn volg, dan leer ik in een gesprek met de regisseur, dat hij tussen alle banale teksten toch even een slogan van de Rote Armee Fraktion heeft laten binnensluipen. Weg met de bourgeoisie, weg met het kapitalisme. Hun rol is uitgespeeld, en de nieuwe wereld kan alleen ontstaan als de oude wordt opgedoekt. De familie Demeester getuigt  dus van een belangrijk historisch bewustzijn .

Als ik zo onderstreep dat er geen verklaring wordt gegeven – want alles blijft onderhuids- dan is er toch een moment van zingeving. Die komt bij de aftiteling wanneer een uitspraak van een psycholoog wordt geciteerd : het gaat hier over  schuld en verlossing. Mij kwam dat in de voorstelling over als een uitspraak van de nieuwe hogepriesters van de ziel die ik op veel wantrouwen trakteer. Ik bedoel : ik moet er even om lachen.

Maar als we de marxistische lijn van Rau  aanhouden dan is het een waardevolle uitspraak, iets wat Rau als ‘boodschap’ ziet. Deze familie heeft de schuld ingezien waar we allen deelachtig aan zijn en hebben een uitweg gevonden . Na de ‘opruiming’ zijn we klaar voor het ‘nieuwe’ – wat dan ook het betere moge zijn. Zo kan je de voorstelling zien als een linkse parabel. De opmerking in het programmaboekje luidt: Zou het niet beter zijn als we zouden verdwijnen? En de ‘we’ slaat weer op de bourgeoisie. Maar een suggestie van hoop schuilt niet in de voorstelling. Vandaar dat ze je radicaal nihilistisch kunt vinden. Als ze al op een marxistische sokkel steunt, dan is de utopische dimensie hier pijnlijk afwezig.

5. Familie van Milo Rau : een mooi gerealiseerd esthetische voorstelling, maar een gevaarlijk object.

6. Merkwaardig genoeg heeft Michael Haneke met zijn Der Siebente Kontinent in 1989 precies hetzelfde thema behandeld, maar dan aan de hand van een voorval in Oostenrijk.