Toneel

Happiness Camping Sunset

Theater met toekomst

In de film ‘Happiness’ (1998) portretteert Ted Solondz ongelukkige mensen. Ideaal materiaal, vond het spelerscollectief Camping Sunset, voor een warrelende zwarte komedie. Op het toneel : ongelukkige mensen met onvervulde verlangens, in de zaal ( op locatie) een gelukkig publiek. Het jonge collectief barst van de goesting om te spelen. En wat een verademing om nog eens veel spelers op de planken te zien. Achttien mensen groeten het publiek achteraf. Dat is op zich al een feest. De eerste hit van het seizoen.

Uitgelicht door Johan Thielemans
Happiness
Johan Thielemans Wasserij, Gent
Campo Gent / Theaterfestival
meer info
08 september 2020

Als een film ‘Happiness’ heet dan kan je verwachten dat hij vooral over ongelukkig zijn zal gaan. Schrijver-cineast Ted Solondz bedient je op je wenken. Hij weefde een aantal verhalen door elkaar die een heel scala aan mislukte verhoudingen tonen. Geluk en de afwezigheid ervan demonstreert Solondz aan de hand van moeilijkheden rond seks. Iedereen in dit verhaal wil erg graag neuken, maar slechts een uitzonderlijke keer lukt dat in harmonie. Relaties breken af of ontsporen, een eenzame man neemt zijn toevlucht tot hijgseks, een debuterende schrijfster hoopt op succes dank zij een verzonnen autobiografie over kinderporno, een schijnbaar eerzame huisvader leidt een dubbel leven als pedofiel, een eenzame buurvrouw draait haar vermoedelijke verkrachter letterlijk de nek om en  snijdt hem daarna in stukken. Miserie in bed, zo kan je de complexe actie samenvatten. Het is een soort cataloogstuk, ernstig naar materie, maar zwart komisch naar uitwerking.

Het Gentse spelerscollectief Camping Sunset kon in dit stuk zijn wildste theaterverbeelding kwijt. Ze opereren in De Wasserij, een industrieel pand dat nu door een aantal kunstorganisaties wordt betrokken. Het gebouw biedt een groot speelvlak, met een verhoog en een verdieping, verbonden door verschillende trappartijen. Onder leiding van Jesse Vandamme gebruiken de spelers alle hoeken en kanten ervan. Hun flair voor toneel is buitengewoon. Dat zie je bijvoorbeeld doordat er zich tijdens een scène op de vloer op de achtergrond of op een trap ook wel altijd een andere kleine gebeurtenis afspeelt, die niets met het verhaal te maken heeft. Zo suggereert het stuk dat een groot stuk van het leven aan onze aandacht ontsnapt. Een vrouw jogt zo af en toe onverstoord door de actie om dan weer langs een trap te verdwijnen. Dat detail verklapt dat dit een Amerikaans verhaal is. Die manier om de ruimte te gebruiken wijst op een fijn toneelinzicht.

De verhalen zelf worden aan een hoog tempo gespeeld. Het collectief zet in op energie, waarbij de spelers meerdere rollen spelen. De voorstelling is een feest van de transformatie: achttien rollen voor acht spelers.  Verkleden is dus de regel. Soms gebeurt het achter de schermen, maar even vaak in het gezicht van het publiek, op het toneel. Een speler schakelt dan in een ommezien om van vrouw naar man en omgekeerd. Elk personage is bijzonder goed getekend, mede dankzij de puike kostuums die Louis Verlinde en Lucie Plasschaert hebben ontworpen. Dit wordt zo goed gedaan dat je in de loop van de voorstelling soms niet weet welke acteur of actrice voor je staat. Dat alles verhoogt het plezier, en toch gaat de essentie niet verloren in dit carnaval van pruiken, jurken en truien. Elke vertolker treft steeds weer de juiste toon. In de grappen en grollen blijft het overkoepelende thema- de mens snakt naar geluk, maar kan dat moeilijk vinden- gaaf en intact.

Het ontbreekt dit gezelschap zeker niet aan lef, passie en zin voor risico. 

Nochtans opteert dit collectief voor een brede waaier aan stijlen. Een verscheurd gezin wordt op een sobere, psychologische manier gespeeld. Maar daarnaast gaat  Camping Sunset voluit en  uitbundig voor de karikatuur, bijvoorbeeld wanneer een makelaarster eindeloos blijft rondhangen met een klant bij een woningbezoek.  Of wanneer een psychiater opduikt die zelf een probleemgeval is (tweemaal Freek De Craecker ). Vele rolwissels zijn virtuoos, met als uitschieter Flor van Severen. Nu eens is hij een griezelige buurvrouw. Je ziet dan duidelijk dat een man hier de vrouwenrol speelt. Daarna speelt hij een Amerikaans schoelje, dreigend, en toch komisch door een geestig spel met accenten  en talen.

Het ensemble schuwt overdrijving niet als dat past in het verhaal. Wanneer er zich een actie afspeelt in een restaurant, gaan de kelners met wild overdreven ijver de glazen vullen – de wijn vloeit over de glazen of spat in het rond, en de flessen zijn op een wip leeg.  Al even energiek is het moment waarop alle betrokkenen baseball spelen – dan wordt het spel erg fysiek. Hoe knap het collectief alles uit de locatie haalt, blijkt wanneer de winnaar de (onzichtbare) bal  ver weg heeft geslagen en hij een run van het terrein mag doen. De acteur (Menzo Kircz)  verdwijnt en loopt buiten het zicht van het publiek het hele gebouw rond om tenslotte op het voorplan te komen triomferen. Als het verhaal daarentegen ernst verlangt, grijpen de spelers de juiste sfeer met momenten vol kalmte en stiltes die heel spannend zijn.

Daarnaast levert ‘Ventilateur’, een trio muzikanten, een doorslaggevende bijdrage aan de voorstelling. De openingsscène is bijvoorbeeld een interactie tussen twee actrices ( Carine van Bruggen en Eleonore  Van Godtsenhoven) en een contrabas. De slagwerker kleurt vaak, soms uitbundig, soms subtiel, de sfeer van een scene mee in. ‘Happiness’ is zo zelfs een heerlijk voorbeeld van muziektheater, met een meeslepende energie en een vuurwerk aan invallen, dat drijft op een overrompelend spelplezier.

Is dit wat de nieuwe generatie belooft : spelers die spelen, makers die over een brede theaterwoordenschat beschikken en daar genereus mee omspringen? Het ontbreekt hen daarbij zeker niet aan lef, passie en zin voor risico. (Over de financiële situatie durven we het hier niet hebben. Het collectief heeft er twee weken aan gewerkt. Maar twee weken! Toch bewijzen ze dat je, mits totale inzet, ook op zulke korte tijd een fantastisch resultaat kan boeken. Als de voorstelling in première gaat is ze niet af, want het collectief blijft kritisch over zijn prestatie. Ze blijven er gestaag aan werken tijdens de speelperiode. Zo groeit alles nog avond na avond en wordt het publiek uitgenodigd om later nog eens te komen kijken.

Aan ambitie ontbreekt het hier niet, want het volgende project wordt Ten Oorlog van Tom Lanoye. Na deze ‘Happiness’ kijk je al met ongeduld uit naar hun versie van dit stuk, dertig jaar na de  triomf van Luk Perceval. Hoog gegrepen, kan je zeggen, maar juist daarom erg spannend. Deze troep bewijst daarmee dat theater nog een mooie toekomst heeft. Een nieuwe generatie treedt aan met trommels en trompetten.  Ze houdt van grote verhalen en wil in een grotere groep samenwerken. Zelfs het woord  gezelschap of ensemble heeft hier zijn negatieve klank verloren. Bij Camping Sunset bestaat  de kwaliteit  uit de evenwaardigheid van alle deelnemers. Dat alles verhoogt mijn plezier aan een uitstekende voorstelling.