Toneel / Muziektheater

Zoutmijnen en Zenuwlijders Marlies Tack / LOD muziektheater

Teveel nostalgie om goed te zijn

‘Zoutmijnen en zenuwlijders’ is een soort familiekroniek, geschreven door Marlies Tack. Ze baseerde zich op het oorlogsdagboek van haar grootvader. Het resultaat: een kabbelende vertelling. Die is allicht van grote betekenis voor de maakster. Het stuk is echter zo doordrenkt van haar nostalgische gevoelens dat het geen bredere betekenis krijgt voor de kijker.

Uitgelicht door Johan Thielemans
Zoutmijnen en Zenuwlijders
Johan Thielemans LOD Muziektheater Gent meer info
10 juni 2021

‘Zoutmijnen en Zenuwlijders’ gaat uit van erg persoonlijk materiaal. Marlies Tack vond een dagboek van haar grootvader zo boeiend dat ze er een voorstelling uit wilde distilleren. Maar al ligt het basismateriaal haar duidelijk nauw aan het hart, boeiend theater levert dat daarom nog niet op.

Daar zijn vele redenen voor. Het centrale verhaal gaat erover dat de grootvader tijdens WO II wordt opgeroepen om in Duitsland te werken. Hij belandt in een zoutmijn in Schönebeck, in de Elbestreek. Hoe erg, schokkend of pijnlijk dat was komen we niet te weten. Wel dat de kleindochter met grootvader op reis gaat om die plekken uit het verleden op te zoeken. Dat leidt tot een korte ontmoeting met ene Hilda bij wie hij logeerde en die moederlijk voor hem zorgde. Daarna gaan ze op zoek naar de zoutmijn. Daar blijft slechts een vredige vijver van over.

Tot zover de anekdotiek. Als toeschouwer wacht je, tevergeefs, tot er ook iets pakkends gebeurt. Bij gebrek daaraan blijf je zitten met de vraag waarom dit verhaal verteld moest worden. Of anders gezegd: wat is de noodzaak? De nostalgie van Marlies Tack is daarop een veel te zwak antwoord.

De ‘intrige’ draait deels om een grote lacune in de dagboeken. De grootvader staakte plots zijn aantekeningen. Pas veel later, in 1988, nam hij de pen weer ter hand. Die leemte vraagt om opheldering. Als kijker verwacht je dan, en daar heb je het recht toe, dat er een onopgehelderd en misschien ontstellend geheim zal bovendrijven. Niet dus. De verklaring blijkt heel banaal.

Daardoor boeit het stuk zelf, in deze vorm, evenmin. Het dagboek kreeg hier de vorm van een lange monoloog. Kristien De Proost brengt die zo energiek mogelijk, maar kan op de duur eentonigheid niet vermijden. Nuanceren is hier ook niet haar sterkste zijde. Er zijn een paar uitgelichte momenten, zoals haar litanie over het wieden van een ‘hof’. Ze poogt zelfs om het publiek tot spreekkoor te verleiden - maar bij de première werd dat een pijnlijk non-moment.

Marlies Tack zelf vertelt daarnaast met een aandoenlijke kwetsbaarheid over de fietstocht die ze met haar grootvader deed in de Elbestreek. Zij neemt ook de taak van toneelmeester op zich in de scenografie van Jelle Clarisse. Ze schikt en herschikt de documenten, verduwt een tafel, loopt al eens met een plank rond, en gaat koffiedrinken. Merkwaardig genoeg is ze in deze stille rol de meest intrigerende verschijning van de avond.

Daar LOD de voorstelling produceert, moet dit wel ‘muziektheater’ zijn. Zanger en componist Jakob Ampe tekent hier voor die muziek. Zijn duetten met Anu Junnonen klinken vaag, zonder dramatiek. De polyfonie is als een laag suiker die los staat van het gebeuren. Tijdens één tafereel staan de twee muzikanten mee op het podium, maar dan zo onhandig dat je die scene liefst zo vlug mogelijk vergeet. Je vraagt je ondertussen wel af of en waarom dit muziektheater zou zijn. Het lijkt eerder verteltheater, met een beetje muziek in de rand. De wisselwerking tekst-muziek is echter zelfs bij gezelschappen die gewoon ‘teksttheater’ maken vaak interessanter.

Wat je onthoudt is slechts dit: teveel nostalgie blijkt geen rijke bron voor theater.