Toneel

Dämonen Thomas Ostermeier / Schaubühne am Lehniner Platz

Schaubühne eert Lars Norén met herneming van 'Dämonen'

De Schaubühne eert deze week de pas overleden L/ars Norèn. Ostermeier zorgde in 2010 voor een voorstelling waarin vier fascinerende Duitse spelers uitblinken. Norèn: speelplezier zeker. Perfecte vorm. Maar ook: pessimisme bij de vleet.

Uitgelicht door Johan Thielemans
Dämonen
Johan Thielemans Schaubühne am Lehniner Platz Berlin / Streaming meer info
06 februari 2021

Op 26 januari is Lars Norén gestorven, een corona slachtoffer. De Zweedse auteur had een sterke band met de Duitse regisseur Thomas Ostermeier. Als eerbetoon heeft de Schaubühne, Berlijn een voorstelling op het streamprogramma gezet, een voorstelling de nog een paar dagen te zien. De voorstelling laat toe om over Norén nog eens na te denken.

‘Dämonen’ behoort tot wat ik graag zijn eerste periode noem. Daarin ging het vooral over dysfunctionele families, een problematiek die bij zijn persoonlijke leven aansloot. Hij schreef toen onder de invloed van Amerikaanse voorbeelden. Een belangrijke impuls waren zeker de autobiografische stukken van Eugene O’Neill.

Deze ‘Dämonen’ moet je echter beschouwen als Norén’s versie van ‘Who is Afraid of Viriginia Woolf’, het stuk van Edward Albee dat afgelopen jaar niet van onze podia te branden was. Beide stukken hebben dezelfde ingrediënten: een nacht waarin er steeds meer alcohol vloeit en twee koppels in crisis. Het ene paar lijkt zwaar bedrukt door kinderloosheid (zie Albee). Maar het andere lijdt onder zijn kroost.(een ironische commentaar op Albee). Al van de eerste replieken weet je dat dit  niet goed afloopt.

Norén heeft aan deze bittere cocktail een eigen luguber element toegevoegd. Frank (Lars Eidinger) komt net terug van de begrafenis van zijn moeder. Hij bracht de urne mee. Daar moet iets onwelvoeglijks mee gebeuren, denk je onmiddellijk, Inderdaad, bij de emotionele climax giet hij de as uit over zijn  ongelukkige vrouw.

De zaal volgt dit steekspel tussen echtelieden en vrienden met veel gelach: in Berlijn begreep men deze ‘Dämonen’ als een zwarte komedie. Toch sleept de voorstelling. De tekst is  niet zo scherp als bij Albee. Niet de kopie maar het origineel is echt vilein.

Ostermeier koos voor een compleet appartement met verschillende kamers als scenografie. De hele constructie staat op een draaitoneel – een technisch middel dat Ostermeier op een virtuoze , vertellende manier weet te gebruiken.

Hij regisseert hier het kruim van zijn gezelschap. Hij opteert voor een psychologische aanpak, een filmisch realisme. Zijn vier spelers zijn aanvankelijk sober. Ze zijn wel wat lastig, maar alles blijft binnen de perken van een beleefd bezoek. Stap voor stap verdwijnt de burgerlijke etiquette. Alles voert naar een climax, met vechtende vrienden, een onverwachte  hysterische uitval  van Thomas (Tilman Strauss). De twee vrouwen zijn  even gefrustreerd  als de mannen. Ze voelen zich gevangen en willen ontsnappen, maar al zegt Katarina (Cathlen Gawlich) dat ze opstapt, toch kan ze niet echt breken.  Jenna (Eva Meckbach ) staat op de rand van de inzinking omdat haar kroost haar verstikt.

Het is een stuk van onvervuld verlangen, maar de toenaderingen tussen de personages leveren niets dan lusteloze seks op. Het stuk van Norén laat hier zijn sterktes en zwaktes zien. Het is een feest voor acteurs. Maar de inhoud komt geforceerd negatief over. Bij Ostermeier ligt in de laatste ogenblikken Cathlen Gawlich op het voorplan, in een verleidelijke houding. Maar niemand gaat daar op in. Misschien verleidt ze nog het meest het publiek. Maar ook dat is een onmogelijke verhouding.