Toneel / Opera

Rigoletto De Schone Compagnie / Victor Hugo / Giuseppe Verdi

Revolutionaire Rigoletto

In haar bewerking van ‘Rigoletto’ koppelt De Schone Compagnie het stuk ‘Le roi s’ amuse’ van Victor Hugo aan de opera van Giuseppe Verdi. Het libretto van Francesco Maria Piave over de nar die wraak neemt op de koning haalde de mosterd immers ook bij Hugo. Het resultaat: inventief theater dat blijk geef van een grote liefde voor opera. 

Uitgelicht door Johan Thielemans
Rigoletto
Johan Thielemans O-festival, Rotterdam meer info
05 september 2021

Bijna ging de voorstelling van ‘Rigoletto’ door de Schone Compagnie waarvoor ik een kaartje had niet door Twee dagen voor de opvoering in Rotterdam viel een actrice uit, wegens ziekte. Maar regisseur Tom Goossens vond, na wat paniek, de oplossing : Clara Cleymans, die al eerder met De Schone Compagnie samenwerkte, wilde inspringen als ze een iPad mocht gebruiken. Haar tegenspeler was regisseur Tom Goossens zelf. Die kon haar zo ter plekke regisseren. Het resultaat was verbluffend. Wat een vertolking na slechts één dag voorbereiding. Je vergat de iPad volledig. Ik voel me dus dankbaar dat Cleymans dit aandurfde, want haar optreden zorgde voor een aparte sfeer bij zowel bij publiek als spelers.

Maar nu dus het verhaal. Victor Hugo heeft het in ‘Le roi s’ amuse’ over Frankrijk in de tijd van koning François I. Hugo voerde hem niet alleen als een flierefluiter, maar ook als een reactionair op. Niet verwonderlijk dat het stuk in 1832 meteen verboden werd. Na de val van Napoléon kende Frankrijk toen namelijk een bescheiden restauratie van het Koningshuis, al was de macht ervan na omwenteling van de ‘Juli-Monarchie’ in 1830 drastisch ingeperkt. Maar dat volstond niet voor Hugo, een voorvechter van de idealen van de Revolutie.

De politiek geëngageerde, liberale Milanees Giuseppe Verdi vond hier een onderwerp naar zijn hart: het bevestigde hem in zijn verzet tegen de Oostenrijkse keizer die toen de plak zwaaide in het noorden van Italië. Maar al voor de première in Venetië greep ook daar de censuur in. Een amorele koning, dat kon niet voor de censoren. Verdi maakte van de koning dan maar de hertog van Mantua. De titel van zijn opera werd ‘Rigoletto’. De naam van de nar klonk minder agressief dan de verwijzing naar een Franse koning.

Tom Goossens zet in zijn versie het subversieve karakter van de opera weer in de kijker, door terug te keren naar de brontekst van Hugo. Hij vroeg Waas Gramser en Kris van Trier om het stuk te vertalen en te bewerken. Zo doet de koning weer zijn intrede in deze versie van het werk, een mengeling van toneel en opera. Zo opent de voorstelling met een triomferende nar (Stefaan Degand), die in een zak het lijk van de koning vermoedt: een geslaagde wraakactie. Maar als hij de zak opent, constateert hij dat zijn dochter het slachtoffer is. Een schoolvoorbeeld van dramatische ironie. De rest van de voorstelling is dan een flashback. Rigoletto heeft een mooie dochter op wie de koning zijn oog heeft laten vallen. Hij laat haar schaken, en de nar wil zijn dochter van onheil behoeden en de schurk ombrengen. Dat loopt dus verkeerd af.

Tom Goossens pakt teksten uit het geijkte repertoire altijd op een heel eigen manier aan, en wel op drie manieren. Ten eerste zorgt hij voor een drastische bewerking. In deze voorstelling houdt hij slechts een kleine selectie aan aria’s en ensembles over. Ten tweede benadrukt hij dat het toneel een taalspel is. Tussen de gezongen frases schuift hij een erg inventieve Nederlandse vertaling, met virtuoos rijmwerk. Zo zijn die tussenkomsten meer dan gesproken boventitels. Ze zijn een onderdeel van de charme van het werk van De Schone Compagnie. Als regisseur tenslotte houdt Goossens het bij eenvoudige middelen. Hier heeft hij genoeg aan een trapladder, een paneel van een deur en een draaitoneel met in het midden een piano. De spelers duwen dat draaitoneel zelf rond. Arme middelen dus, maar ze worden wel heel slim ingezet.

Een even belangrijke rol speelt Wouter Deltour. Hij begeleidt op de piano. Zijn bewerking is vaak ironisch, elegant en virtuoos.  Over de hele lijn schakelt de muziek zich in de voorstelling in. Deltour getuigt van een grote muzikaliteit en een zin voor theater. Soms neemt hij gewoon als acteur aan de actie deel.

Alle spelers treden op als acteur én zanger tegelijk. De koning wordt vertolkt door de jonge belofte Lars Corijn, die zowel in de ernstige als komische passages uitblinkt. Stefaan Degand is de gepijnigde nar. Hij vertolkt de rol in één toonaard: gedreven, bezeten, intens. Hij zingt en speelt met een energie van de power-acteur (zodat hij soms wat mag milderen), maar zorgt zo wel voor sterke ontroering als hij aan het slot wenend en prevelend steeds maar herhaalt: ‘Ik heb mijn dochter vermoord’. Een passend einde van een verhaal dat trekjes van een melodrama heeft. De frêle Esther Kouwenhove is de emotionele tegenhanger van Degand. Zij zingt haar aria’s heel fraai en gevoelig. We zijn dan even echt in de opera. Cleymans (nogmaals: dank) en Goossens nemen een hele rist andere rollen op zich. Ze zijn afwisselend guitig, emotioneel of retorisch in hun vele gestalten. De hoogtepunten van de voorstelling zijn echter vooral de ensembles. De cast brengt met verve de heerlijke teksten van Goossens, en dat ligt niet voor de hand, want Goossens schuwt de moeilijkheden niet in zijn bewerking.

Zo slagen Goossens en Deltour er alweer in om bekende opera’s op een speelse maar toch respectvolle manier toegankelijk te maken. Deze ‘Rigoletto’ toont maar weer eens dat dit duo echt van opera houdt, en net daarom tot deze geslaagde bewerkingen kan komen. Dat is geen geringe verdienste.