Toneel

Wie heeft mijn vader vermoord? ITA / Ivo Van Hove

Na het persoonlijke, het politieke

‘Wie heeft mijn vader vermoord’ kon niet in Vlaanderen spelen wegens corona.  ITA heeft dan besloten om het stuk te streamen. Zo waren we hier toch nog getuige van een sterke voorstelling. Een bedrukkende tekst wordt uitstekend vertolkt door Hans Kesting. Het laatste woord is ‘revolutie’, een vrome wens van de linkse schrijver Edouard Louis. De verfilming doet de voorstelling alle eer aan.

Uitgelicht door Johan Thielemans
Wie heeft mijn vader vermoord?
Johan Thielemans Livestreaming van voorstelling (Bedoeld voor De Singel, Antwerpen) meer info
10 november 2020

‘Wie heeft mijn vader vermoord’ zou naar De Singel komen. Daar keek ik naar uit want Hans Kesting zou deze monoloog vertolken in een regie van Ivo Van Hove. Het heeft niet mogen zijn, want het coronavirus stak er een stokje voor. ITA kwam dan op het goede idee om de voorstelling te streamen. Voor een kleine prijs kan je een voorstelling meemaken die live, maar wel zonder publiek, vertolkt wordt. Hans Kesting speelt de voorstelling  op hetzelfde moment dat je ergens in de wereld meekijkt. Die aanwezigheid op afstand biedt dan een verhoogde kwaliteit – minder dood, zullen we maar zeggen, dan wanneer je een dvd bekijkt. Die verheviging of extra laag spanning lijkt me een illusie. Als de voorstelling maar enkele dagen op mijn computer te zien is, gaat dat ook in tegen het wezen van de mogelijke eeuwigheidsduur van een document.

Deze registratie van ‘Wie heeft mijn vader vermoord’ is wel voortreffelijk: de voorstelling wordt  heel attent gefilmd. De beeldwisseling – in close-up of als totaalbeeld - is de logica zelf. In vergelijking met de voorstelling in de zaal, win je natuurlijk het meest door de close-up beelden van Hans Kesting, omwille van zijn zo sterk sprekende blik.

Het stuk zelf  werd geschreven door de Franse auteur Edouard Louis. Naar inhoud is het een autobiografisch verhaal over hoe een gevoelige jongen opgroeit in het ruwe milieu van een arbeidersgezin. Het drama speelt zich af tussen drie personages : de vader-arbeider staat tegenover een onbegrepen zoon met een moeder die in de klappen deelt. Het huiselijk geweld barst vaak los na een overdreven gebruik van alcohol. Het is al kommer en kwel want de zoon snakt naar erkenning, tederheid en liefde van de kant van zijn vader, maar die krijgt hij onvoldoende.

Twee episodes tonen dit heel sterk : als verrassing voor zijn  vader heeft de zoon een optreden voorbereid met Aqa’s ‘I am a baby girl’. De vader weigert echter te kijken, omdat hij zijn zoon, verkleed als meisje, te erg en verontrustend vindt. De zoon voelt het aan als een totale afwijzing. Daartegenover staat dat de zoon verlekkerd is op de film ‘Titanic’. De film is zo sentimenteel dat de vader er alleen misprijzen voor heeft. Toch laat hij zich vertederen en zal hij de dvd kopen als geschenk. Is er dan toch een spoor van waardering of  liefde?

Doorheen zo’n anekdotes laat Louis een miserabele wereld zien zoals we die ook kennen uit het oeuvre van Emile Zola. Is er dan niets verandert sedert de negentiende eeuw? De vraag dringt zich op, zeker na het arbeidsongeval van de vader. Hij breekt zijn rug en is van dan af invalide. Zo heb je meteen het antwoord op de vraag in de titel: ‘Wie heeft mijn vader vermoord’. Antwoord: barre werkomstandigheden en de maatschappij.

Acteren op hoog niveau

Dat thema komt volop aan bod in het tweede deel van het stuk. Daarin beschrijft de zoon de politieke toestand van Frankrijk.  Na het persoonlijke, het politieke. Dat draait uit op een lange beschouwing zoals je die in een goede Franse krant wel meer vindt. De overgang tussen de twee stijlen komt bijzonder abrupt. De zoon praat over dit thema met zijn stervende vader. Deze concludeert dat er maar één remedie is: de revolutie. Voor het eerst zien we dat vader en zoon elkaar begrijpen. Doek. Hiermee is het tweede deel, na een kolkend eerste deel, plots politiek theater. We eindigen verrassend met agitprop.

De voorstelling is een samenspel van drie persoonlijkheden. Er is het regiewerk van Ivo van Hove. Vanaf de eerste woorden zet hij in op een dramatische, tragische toon. Om de tekst een theatraal ritme te geven, heeft hij een paar ogenblikken van pure actie toegevoegd. Het dansje wordt één van de sterke momenten. Of het aansteken van een sigaret, telkens een teken van aftakeling. Het levert een drukkende, tragische stilte op. Van zijn acteur vraagt hij een subtiel spel met dubbelrollen. De vitaliteit van de zoon staat pal naast de zwakheid van de zieke vader en dat wordt door eenvoudige maar sprekende details aanwezig gemaakt, met een vlotte wisseling tot gevolg.

Een essentieel element vormt de scenografie van Jan Versweyveld. Hij plaatst de actie in een donkere, zwarte kamer.  Een deur en twee ramen suggereren een abstracte buitenwereld. Alles wordt tot leven gebracht door een de subtiele, uitgekiende belichting die in zijn schakeringen deel uitmaakt van de vertelling.

Tenslotte is er Hans Kesting. Hij is de tragische acteur – een lijdende mens met zijn stem en zijn lichaam. Zijn tekstbehandeling is intens;  geen ogenblik  lost hij de tragische overkoepelende toon. Als verteller dwingt hij de toeschouwer om alles te zien – na afloop is het alsof hij de vader en de moeder in levende lijve ontmoet heeft. Eén van de hoogtepunten is Kesting als jeugdige danser op de tonen van Aqa. Hij transformeert dan in een speels meisje. Zijn kreet ‘Kijk, kijk’ richting zijn vader komt verschrikkelijk  hard aan. Acteren op hoog niveau.

Wat ze zich bij ITA afvragen is of de voorstelling op deze manier  wel  werkt. Het antwoord is, wat mij betreft, een volmondig ja. Het enige wat ik gemist heb, is de emotionele ontlading van een applaus. Dat is maar een klein gemis.