Toneel / Muziektheater

Leonce und Lena Thom Luz / Rezidenztheater München

Muziektheater op de grondtoon van 'Leonce und Lena'

Het Rezidenztheater in München presenteerde recent via streaming een nieuwe enscenering van ‘Leonce und Lena’, het voorlaatste stuk van de vroeg gestorven Georg Büchner (1813-1837). Wie hoopt om door deze regie van Thom Luz het stuk te ontdekken, is aan het verkeerd adres. Je ziet in de eerste plaats een surrealistische voorstelling van de Zwitserse regisseur. Een groep spelers die evolueren in een witte ruimte, dat vat de avond nog het best samen.

Uitgelicht door Johan Thielemans
Leonce und Lena
Johan Thielemans Live streaming vanuit Münchener Rezidenstheater meer info
06 februari 2021

Luz creëerde de voorstelling al in 2019 in Theater Basel. Hij tovert ons beelden voor die zich enkel op zich, los van enige samenhang of een verhaallijn, laten navertellen. De eerste actie van de avond schetst die sfeer meteen duidelijk. Links en rechts op het toneel staan de twee helften van een doorgezaagde buffetpiano. Daniele Pintaudi, een trouwe  medewerker van Thom Luz, slaat een akkoord aan op de ene helft van de piano en snelt dan naar de andere helft om zijn uitvoering van de ‘Mondschein’ sonate van Ludwig van Beethoven- verder te zetten. Zo blijft hij heen en weer hollen. Dat is erg kunstig. Pintaudi is duidelijk een uitstekende pianist. Het tafereel is echter vooral even komisch-absurd als een schilderij van Magritte.

In de volgende scènes blijkt dat deze muzikant een knecht is. Is hij Valerio uit het stuk van Büchner? Hij is in elk geval getrouwd en zijn echtgenote , vertolkt door Annalisa Derossi , blijkt al even virtuoos op de gehalveerde piano. Toch werkt haar spel een paar keer op de zenuwen van haar man. Hij gooit dan woest een stoel naar haar, waarop ze met luid gekrijs van het toneel vlucht.

Het is duidelijk: dit is een bijzondere vorm van muziektheater. Annalisa Derossi bevestigt dat telkens als ze terugkeert op het podium om een groot deel van de avond vele en diverse fragmenten uit het pianorepertoire prachtig aan elkaar te smeden. Maar deze muzikanten zijn ook volwaardige acteurs. Pintaudi evolueert tot de heer des huizes, in rokkostuum, met de licht hysterische, opgewonden Derossi aan zijn zijde.

Een bont gezelschap dat via een raam de ruimte betreedt schaart zich rond hen. Ze brengen flarden tekst. Een verhaal over een nakend huwelijk bijvoorbeeld. Maar de blonde Liesa Stiegler brengt in een pakkende monoloog ook filosofische beschouwingen over de menselijke zijnstoestand. Ze belichaamt met haar jonge, soepele voorkomen klaarblijkelijk de onschuld. Maar gek genoeg doet ze dat wel terwijl ze ondersteboven aan een ballet ‘barre’ hangt.

De ijle leegte van de voorstelling is hier duidelijk een tegenhanger van Büchners basisovertuiging dat het bestaan zelf leeg is. Tegenover de leegte van het bestaan plaatst regisseur Luz het geluk van de robot. Dat thema verschijnt vooreerst in de behandeling van een viool. Op het podium staat een schoenpoetsmachine, zoals je ze in de betere hotels aantreft. Pintaudi zet het toestel aan, maar steekt er geen schoen, maar een viool in. Zonder tussenkomst van de mens brengt de schoenpoetsmachine nu een zoemtoon voort, als een schuchter spoor van een utopie.

Dat levert nog een laatste intrigerend beeld op. Als alle spelers het toneel verlaten hebben komt het doek neer. Toch horen we nog enkele pianoklanken. Als het doek weer opgaat zien we wie -of liever: wat- die voortbrengt: twee droogtrommels die lakens met geweld laten ronddraaien. De klappende lakens beroeren de pianotoetsen. Automatische muziek, robotmuziek. Een voltooide utopie.

Als ik het zo uitleg, lijkt de voorstelling iets te betekenen. Maar ik verwed er een mooi ding op dat veel toeschouwers gefrustreerd de zaal (of hun zetel) verlaten met de commentaar : ‘Waar gaat dit over?’ Even vaak zullen ze zeggen: ‘Ik vond het saai. En waar is Büchner gebleven?’ Daar hebben ze een punt. Had de regisseur zijn stuk geen andere naam moeten geven, in plaats van die van Büchner en zijn stuk te misbruiken?

Anderzijds: wie hiervan niet genoot, vond de sleutel niet om van deze voorstelling te houden. Dat lukt maar als je ernaar kijkt als naar een zuivere vorm van het absurde. Niet de absurde wereld van Samuel Beckett nochtans. Daarvoor drijft het stuk teveel op invallen. Daarmee is het eerder verwant aaln het lossere absurdisme van Eugène Ionesco.

Maar er is een nog duidelijker referentie. Een groep acteurs en actrices die veelal doelloos over de scene zwerven bij veel muziek en veel grappen en grollen -het rijk van de slapstick-doet me denken dat Thom Luz een artistieke zoon van Christoph Marthaler is. En , wonderlijk genoeg, ook dat is een Zwitser. 

Wie het zelf wil zien: de voorstelling wordt nogmaals live gestreamd op 14 februari. Valentijnsdag dus.