Toneel / Dans / Performance

Ductus Midi Anne Lise Le Gac & Arthur Chambry

The Age of Aquarius

Een stuk als ‘Ductus Midi’ van Anne Lise Le Gac en Arthur Chambry is een rariteit. Onmogelijk te zeggen waar het precies over gaat of wat de kunstenaars willen betogen. Toch geef je je snel gewonnen aan deze fantasie. Ze sprankelt als een toverfonteintje. Letterlijk. 

Uitgelicht door Pieter T’Jonck
Ductus Midi
Pieter T’Jonck Théâtre de la Balsamine, Schaarbeek
Kunstenfestivaldesarts
meer info
18 mei 2019

Het podium is een ratjetoe van dingen. Links hangt een hobbelige schijf, gemaakt van PU-schuim. Dat wordt later een gong waarop getrommeld wordt met een zelfgemaakte stick van karton en tape. Rechts achter twee lage plateaus, met onder meer een grote kookpot waarin een houten lepel rechtstaat. Vlak ernaast een bizarre sculptuur in witte kunststof. Het kon een Paßstück van de Oostenrijkse kunstenaar Franz West zijn.

Van hoog opzij landt een blauw doek onder een tafel. De bovenkant is opgesierd met vreemde vormpjes, die lijken op de decoratieve motieven Ettore Sottsass. Op de rand van dat blauwe doek  scherven en brokken, alweer in kunststof, en ook een grillig gevormd fonteintje.

Arthur Chambry en Anne Lise Le Gac waren rond in deze ruimte. Zij tekent met suiker die uit een puntzak loopt grillige lijnen op de vloer. Hij zingt, woordeloos, als in meditatie verzonken. Op de curieuze sandalen van Le Gac na, met enorme noppen onder de zool, zijn ze casual gekleed. Het is een klein, maar betekenisvol detail, want je ontdekt al snel dat het hier niet om hun persoontje gaat, maar om de relaties die hier, als bij toeval, kunnen aangaan met mensen én dingen.

Dat besef je voor het eerst als Chambry ‘dialogeert’ met fluitklanken die je hoort. Zijn toon zakt. Er ontstaat iets als een gesprek tussen stem en instrument. Later 'dialogeert' hij met zichzelf via een trommel: terwijl hij driftig roffelt verschijnt op de muur een verhaal over een carrière die hem tot musiceren bracht. Alsof doen denken werd, en niet omgekeerd.

Kort daarna maakt een gastperformer, danseres Katerina Andreou, haar opwachting. Het duurt niet lang of er ontspint zich een haast tedere uitwisseling tussen haar hip hop vocabularium en de Egyptian reggae van eigen makelij die Le Gac beoefent.

Verbluffend is de scène met een tweede gast, Christophe Manivet. Le Gac dist een wild meanderend verhaal op over een zoektocht naar eten. Die begint bij pizzeria ‘La Fontana’ (volzet), gaat verder in karaoke-bar ‘Fun Sui’, wat ook ‘fontein’ betekent, maar dan in het Chinees,  en eindigt als ze botst op een pizza-besteller. Die laat drie dozen achter. Zo komt ze toch aan haar begeerde, van mozzarella druipende pizza.

Manivet, die vogelgezang perfect imiteert, dient haar voortdurend van repliek met getsjilp en gekwetter. Alsof ze bij vogels te rade ging. Ondertussen klatert het fonteintje op het podium maar door.

Ook met materie is er een dialoog. Vroeg in de voorstelling halen Le Gac en Chambry een klodder amorfe pasta uit de kookpot, die ze afkoelen in het fonteintje. Het is een thermoplastische kunststof, vertelde Le Gac achteraf, die oneindig vaak kan smelten en weer uitharden. Zij modelleert de pasta met haar voetzool tot een slipper. Die dient haar van dan af tot schoeisel.

Zo ontdek je dat de performers alle wanstaltige objecten op het podium, en ook de rare noppenschoenen, zelf fabriceerden. Dat doen ze bij elke voorstelling opnieuw trouwens: ze smelten de materie telkens weer om en herbeginnen dan van voor af aan. Niets gaat hier verloren. Zelfs de suiker op de grond niet.

Maar niets blijft dus ook. Alles gaat hier teniet, om de volgende dag terug te keren. Dat is de teneur van de slotmomenten. Le Gac heft een lange zang aan, een vrolijke tirade over haar afscheid van zekerheden en vaste relaties. ‘Amène-moi loin de la sécurité de l’ emploi. Amène-moi à Ikea’ of ‘Je ne prends jamais aucun numéro’.

Onzinrijmen en ernstige bedenkingen lopen elkaar hier vrolijk voor de voeten. Videobeelden van druipende chocolade, die uiteenvallen in pixels, begeleiden de zang. Le Gac landt met een bedenking over dingen waarvan ze houdt. Die moeten barsten vertonen. Lijmnaden, van goud. Perfectie is aan haar niet besteed. Daarop wist ze met een kunststof waaier de lijnen weer uit die ze trok op het podium.

Instinctief voelde het publiek aan dat het daar, voor die avond, afgelopen was. Maar dan gebeurde iets opmerkelijks. De performers bleven bij het uitbundige applaus gewoon staan. Ze bogen niet. Ze gingen niet af en kwamen niet terug op, maar keken het publiek licht verbaasd aan. Alsof het voor hen overbodig was om aan te geven dat de theatrale illusie voorbij was en ze dus weer hun gewone zelf werden. Ze waren dat al de hele tijd! Dit was geen illusie. 

Over wat dat allemaal betekent zou je gemakkelijk een boompje kunnen opzetten. Een heel bos zelfs. Of je doet het schouderophalend af als onzingedoe. Maar dat is het volgens mij helemaal niet, al is Cartesiaanse logica hier ver zoek. Maar de onbekommerde, onbekrompen, lichtjes fantastische manier waarop alles hier met alles verknoopt raakt heeft iets bijzonder hedendaags.

De gang van zaken lijk sprekend op een doelloze, eindeloze surfpartij op het internet. Maar eerder dan dat zie je hier een verbeelding zoals die van kinderen aan het werk. Alles is hier bezield, alles kan voor alles staan, alles kan altijd nog een andere draai krijgen als er brokken vallen. Dat resoneert met hedendaagse denkbeelden, zonder dat die met zoveel woorden benoemd worden.

In een interview in het programma citeert Le Gac inderdaad namen als Donna Haraway, antropoloog Tim Ingold of zelfs Michel Houellebecq. Maar ze haalt ook wel de geschifte UFO-profeet Raël aan. De grenzen van de verbeelding worden hier niet bewaakt. Je zou geloven dat ‘The Age of Aquarius’ hier en nu begint, ten koste van TINA (There is no alternative).