Toneel

Don Caravaggio Charli Chung / Frascati Productions

Kunst of liefde? Drama met weinig tranen en veel gelach.

Bij elke editie van het Theaterfestival hoop je een ontdekking te doen. Dat is nu niet anders. Die verrassing vond ik deze keer bij de voorstelling ‘Don Caravaggio’ van Charli Chung / Frascati. Een voorstelling gemaakt door jong talent. Ik weet haast niet wat eerst te prijzen?

Uitgelicht door Johan Thielemans
Don Caravaggio
Johan Thielemans Minard Schouwburg, Gent
Theaterfestival 2019
meer info
14 september 2019

Eerst en vooral de schrijver Bart van den Donker. Hij heeft een flitsende, geestige tekst geschreven waarbij hij de  schilder Caravaggio combineert met het stuk Dom (sic) Juan van Molière. Dat geeft hem de kans om te reflecteren over de rol van de kunst en de eis van het leven.

Caravaggio is een gedreven schilder met een groot libido. Hij eist een  extreme positie op, en  ontziet niemand. Omdat hij op die manier kan creëren. Hij is blind voor de pijn  die hij hierdoor veroorzaakt. De tekst stelt deze afwezigheid van menselijke empathie tegenover de volheid van het werk.

Het liefdesleven van Caravaggio was ingewikkeld, en Van den Donker heeft hem daarom gecombineerd met het personage van Don Juan (Dom, bij Molière): ook al een individualist die zijn eigen seksuele drift stelt boven het naleven van de regels van de maatschappij.

Het probleem rond het kunstenaarschap vindt een parallel in het privéleven. Uit het stuk van Molière heeft Van den Donker gekozen voor twee personages: Donna Elvira, de bedrogen geliefde die uiteindelijk aan zijn ontrouw ten onder gaat. Daarnaast de boerin ( in Mozarts opera Don Giovanni Zerlina)  als nieuwe vlam van de verleider.

Dat is als intrige heel eenvoudig  en veel minder complex dan bij Molière of Mozart. De kwaliteit van deze tekst schuilt daarom ook niet in het verhaal, maar wel in het feest van de taal. Die is leuk, scherp, wisselend van register, nu eens ‘barok’ dan weer met een sprong naar het heden.

De Don kreeg bevlogen retoriek en een manipulatief taalgebruik. Donna Elvira heeft eerst een melodramatisch register, dat later verschuift naar een meer realistisch idioom, als de situatie echt pijn doet. Tegenover deze hoge lieden staan twee knechten die in hun reacties alle hoogdravendheid ondergraven.

Het merkwaardige van deze schitterende tekst is dat hij niet aan Molière doet denken (die is veel economischer in de opbouw van zijn replieken) maar wel aan een schrijver uit de Spaanse  barok: Lope de Vega. De contrasten tussen meester en knecht paste hij ook toe in zijn komedies, met een vergelijkbare stroom aan woorden.

Als ik de komedie ‘De Ridder van Olmeda’ opsla, stoot ik in het eerste bedrijf op een  monoloog van Don Rodrigo over liefde en dood. Het is alsof ik deze woorden bij Van den Donker heb gehoord. Zelfde emotie, zelfde tegenstellingen, zelfde retoriek.  Even flowery ,zoals de Engelsen dat zo mooi noemen. Net zoals bij Lope de Vega is dit een wezenlijk onderdeel van het tekstplezier dat je hier krijgt. Het is, voor mij, een eerste ontdekking: een toneelschrijver met veel talent.

Op de grappen en grollen volgt een verstilling, waarin woorden die pijn doen vallen.

En dan mijn tweede verrassing: regisseur Charli Chung. Zijn naam verraadt een allochtone achtergrond, maar hij is door en door Nederlander – iemand van hier met een naam van ginder, als regisseur gevormd aan de Theateracademie Maastricht. Hij heeft met zijn  vier spelers gekozen voor de theatraliteit die de tekst laat openbloeien. Het is een stijlvolle voorstelling geworden, met historische wortels.

De knecht Guzman ( Teun Donders) speelt gekunsteld, met bijna gechoreografeerde gebaren. Die lichaamstaal is wezenlijk voor het komisch effect. Tegenover hem staat Thomas van Luin als de knecht Sagnarel (sic) , meer met beide voeten op de grond.  Als Marikus Mensinck verschijnt doet hij dat op de tonen van Mozarts Don Giovanni. Met brille tuimelt hij door de tekst. Judith van den Berg stormt als Donna Elvira eerst het toneel op in een  pathetische monoloog die Guzman geen kans laat om te antwoorden op haar vragen : heerlijke persiflage van de ‘grote ‘ actrice.

Een belangrijk  aspect van de voorstelling is de aankleding : Kevin Pieterse heeft sensuele variaties getekend op historische kostuums.

Erg mooi is dat de grappen en grollen – het liefdesspel tussen man en vrouw, man en man en man en travestiet- plots tot stilstand komen in het stuk: een verstilling  waarin woorden die pijn doen vallen. De harteloze Don tegenover de gekwetste Elvira. Het draait allemaal rond de centrale vraag naar de waarde van de kunst en de waarde van de liefde. Het lijkt erop alsof de schrijver en maker geen positie kiezen.

Het dispuut wordt merkwaardig genoeg wel opgelost in de laatste scene: de kunst triomfeert. De spelers beelden dan een reeks iconische schilderijen van Caravaggio uit, waarvan de titels eerder al bij elke scène verschenen als een soort toelichting.

Ze hebben niet meer nodig dan een paar doeken, stokken en een lichtbundel om de verschillende werken met hun sterke clair-obscur op te roepen. De bijhorende muziek heeft me niet overtuigd : sterker dan de aria uit het Requiem van Mozart zou de laatste scene uit diens Don Giovanni hier op zijn plaats zijn, want ook daar klinkt de tragische geladenheid even sterk door.

En ja, wij bewonderen nu Caravaggio, maar vergeten daarbij wel zijn emotioneel wangedrag (de voorstelling zet ook de moorden die hij op zijn geweten had even tussen haakjes). Zijn seksuele drift is in deze voorstelling  een uiting van een wilde levensdrift. Door de vrijheid rond seksuele relaties te vieren en te weigeren te kiezen tegen de kunstenaar (in tijden van MeToo dan nog wel) nemen de makers een controversiële positie in.

Maar dit is wel verfrissend, kundig theater. De speelse historische verwijzingen in de taal, de kostuums en het decor maken deel uit van het kijkplezier. De ironische kijk op het menselijk bedrijf maakt er bovendien lillend eigentijds theater van. Een uitzonderlijke Belgische première voor Vlaanderen, die schreeuwt om een tournee.