Toneel / Performance

Het verband van alles met alles Collectief Walden

It's the energy, stupid!

Wie zich afvraagt hoe het ooit mogelijk was dat we op een paar honderd jaar tijd van een toestand van permanente schaarste naar een van permanente overvloed evolueerden, en wat daar de gevolgen van kunnen zijn, moet zeker eens gaan kijken naar ‘Her verband van alles met alles’ van Collectief Walden. It’s the energy, stupid!

Uitgelicht door Pieter T’Jonck
Het verband van alles met alles
Pieter T’Jonck Voormalige slachthuizen, Lange Lobroekstraat, Antwerpen
Wintervuur 2019
meer info
05 januari 2020

Het is bitter koud in de oude slachthall, maar de performers laten het niet aan hun hart komen. Onder vrolijk klarinetgeschal nodigen ze het publiek uit om hun smartphones op te laden en daarna te gaan zitten op een primitieve tribune. Dicht bij elkaar, lekker warm.

Koen Frijns opent de voorstelling met een kleine toelichting over het verloop van de avond. Het zal gaan over het verband van alles met alles, maar dan wel vanuit één specifiek gezichtspunt: energie, en dus ook warmte. Daar zullen we in zes hoofdstukjes alles over te weten komen. Woordvoerder van dienst is Matthijs Ijgosse.

Het eerste punt van de agenda luidt: waar komt energie vandaan. Het wordt een heel verhaal over de ‘big bang’, toen vanuit het niets plots tijd én materie tegelijk ontstonden, met een extreme hitteontwikkeling als gevolg. Die hitte nam steeds verder af naarmate het heelal vanuit dat ene beginpunt begon uit te dijen. Het wordt, op interstellaire schaal, dus steeds kouder, al zuchten wij dan onder klimaatopwarming, legt hij uit.

Daarna mogen we naar een volgende tribune, gemaakt van gestapelde paletten. Terwijl twee anderen achter Ijgosse een merkwaardige constructie optakelen, legt hij uit waarom energie voor de mens zo belangrijk is geweest. Om jezelf in stand te houden heb je Tien MegaJoule per dag nodig. Die krijg je binnen door te eten. Zodra de mens overstapte van een nomadisch naar een sedentair bestaan steeg zijn energieconsumptie met sprongen, want plots was er ook energie nodig om beesten te houden, om huizen te bouwen, noem maar op. Zo ging het steeds verder tot we nu met zijn allen ongeveer 100 MegaJoule per dag verbruiken.

Het zijn bekende feiten, maar je staat er zelden bij stil: onze huidige levensstijl zuipt inderdaad energie, waarvan de productie door de industriële revolutie in een ongeziene stroomversnelling kwam. Zonder stoommachines, kolen- en kerncentrales stonden we nu nog geen stap verder dan in de Middeleeuwen.

Tegen die tijd mag het publiek nog een tribune verder opschuiven. Terwijl twee spelers in de achtergrond verder gaan met de bouw van hun constructie, heeft ijgosse het over Henry david Thoreau die halverwege de 19e eeuw besloot zich twee jaar, twee maanden en twee dagen terug te trekken in een zelfgebouwd huis in Massachussets in de Verenigde Staten. Het experiment werd wereldberoemd door zijn boek ‘Walden’. Thoreau was een van de eersten die zich afvroeg of we het niet met wat minder konden doen. Of we uiteindelijk niet genoeg hadden aan wat warmte -hetzij in de vorm van kleding, een dak boven ons hoofd, eten of een haardvuur. Was al de rest geen exces?

Of hebben we dan niet genoeg aan een beetje warmte?

Bijna terloops komt de spreker zo uit bij brandende kwesties van vandaag. Bijvoorbeeld over vleesconsumptie. Aan de hand van de geschiedenis van de nu verlaten Antwerpse slachthuizen krijg je een verhaal over de ontwikkeling van onze energieconsumptie via voeding. De werdegang van de slechthuizen blijkt symptomatisch voor de manier waarop het kapitalisme een erg winstgevende, maar tegelijk waanzinnige voedselketen opbouwde. Jente Hoogeveen neemt hier het stokje over om de waanzin van het mondiale systeem van vleesproductie en -consumptie uit te leggen. Je moet echt geen groene jongen zijn om er stil van te worden. Maar het gaat dus wel nog steeds over energie.

Of beter: over de verspilling van energie. Een simpel experiment maakt duidelijk wat daar zoal in misloopt. Blijft natuurlijk de vraag: wat kunnen wij daar dan aan doen. Wat vermag een individu tegen een mondiaal, diabolisch systeem van genadeloze extractie? Het antwoord is, in al zijn eenvoud, verrassend. Misschien hebben we een beetje meer warmte nodig. Maar wel warmte van een andere soort. Noem het aandacht, zorg, of liefde. Thoreau komt hier weer even om de hoek piepen, want die ‘menselijke warmte’ ontbrak in zijn gedachtegang, maar zou nu wel eens cruciaal kunnen zijn. Met die woorden neemt Ijgosse afscheid. Hij verdwijnt in de constructie op de achtergrond die ondertussen voltooid is. Het is een ‘trompe-l’oeil’ van een kale kantoorruimte, in een slachthuis misschien.

‘Het verband van alles met alles’ is, in zijn pedagogische helderheid, een erg verdienstelijke voorstelling. Op niet meer dan vijf kwartier krijg je een niet echt nieuw, maar wel zeer helder verwoord beeld van de problemen waar de samenleving vandaag voor staat, in een taal die voor iedereen begrijpelijk blijft, zonder onnodige simplificaties. Wat het werk nog opmerkelijker maakt is dat in de versie voor ‘Wintervuur’ de lokale geschiedenis van de slachthuizen behendig door het betoog geweven werd. Een extra aanknopingspunt voor het publiek dus.

Briljant theater is het daarom nog niet. Het blijft toch vooral een lezing, opgeluisterd met zang, muziek en een scenografie die dienen als de spreekwoordelijke ‘spoonfull of sugar to make the medecine go down’. Collectief Walden mist bijvoorbeeld een kans voor open doel als ze soep maken terwijl het publiek luistert naar de uiteenzetting, maar die pas serveren als het stuk al afgelopen is. Terwijl samen eten net een heel krachtig moment zou kunnen zijn. Toch zouden er meer voorstellingen als deze mogen zijn: ze tonen dat theater ook een rol kan spelen als de plek waar kwesties die ons allen aanbelangen opgevoerd worden en zo bespreekbaar worden.