Toneel

(...) Ein Stück Dem es scheissegal ist, dass sein Titel vage ist. Jetse Batelaan / Theater Artemis

Is het nu echt of niet? Fuck!

Wat kan je verwachten van een stuk met de titel (…)? Dat het een stuk is ‘dem es scheissegal ist, das sein Titel vage ist’ (‘dat er schijt aan heeft dat zijn titel vaag is’)? Of wil Jetse Batelaan zijn publiek -in de eerste plaats jongeren- met dit stuk op de Ruhrtriënnale vooral laten zien dat ze niet de enigen zijn die verloren lopen in een wereld die zo verwarrend is dat werkelijkheid en verbeelding niet meer te onderscheiden zijn? 

Uitgelicht door Pieter T’Jonck
(...) Ein Stück Dem es scheissegal ist, dass sein Titel vage ist.
Pieter T’Jonck Mashinenhaus Zeche Carl, Essen
Ruhr Triënnale, Duitsland
meer info
22 september 2019

De zaal wordt pikdonker. Loeiharde synthesizerklanken klinken op. Het licht gaat op, afwisselend in de zaal en op het podium. Je merkt dat het enige decor een goedkope vinyl met een print van houten planken is. Daarna dooft het licht weer. En gaat weer op.

Plots staan er twee mensen op het podium. Een heel grote vrouw, Willemijn Zevenhuizen en een heel kleine, Carola Bärtschiger. De ene helemaal in het zwart, met een muts met muizenoortjes, schoenen met extreem dikke zolen en een bril. Een ‘emo’, dat zie je zo. De andere heel gewoontjes en onopvallend gekleed. Het muurbloempje.

Achter de doeken rond het podium zie je ook hoe iemand met moeite een bromfiets voort duwt. Al brengt hij nog zoveel rook en lawaai voort, echt rijden doet die bromfiets blijkbaar niet. Het gereutel ervan blijft nagalmen als hij achter het zijgordijn tot stilstand kwam, maar dan vervormd tot een ritmische dreunklank, die langzaam verglijdt naar iets wat van ver lijkt op het gekwaak van een brulkikker.

Elias de Bruyne, de bestuurder vervoegt de twee vrouwen. Door zijn grasgroen Adidas trainingspak en helm ziet hij eruit als een wat onbeholpen imitatie van een hiphopper. Een onwaarschijnlijk trio is dit. Zo’n diverse combinatie zie je eigenlijk alleen op een schoolplein, waar je je vrienden niet te kiezen hebt. Ze staan een beetje bedremmeld naar elkaar en de grond te staren.

Blijkt dat ze inderdaad scholieren zijn die een stuk gezien hebben waar ze niets aan vonden. Het licht ging voortdurend aan en uit, en voor de rest deden de acteurs niets anders dan ‘praten, praten, praten’. Na een tijd gaat het erover dat de drie acteurs jongeren moesten voorstellen, maar er gewoon te oud uit zagen om dat geloofwaardig te doen.

Vanaf dan weet je zeker dat dit trio hier drie jongeren speelt die napraten over een stuk dat ze met de school bezochten. Dat stuk ging over drie jongeren die napraten over een stuk dat ze met de school bezochten, enzovoort. Een theatraal Droste-effect. Met een grappig neveneffect: twee van de drie acteurs zijn het Duits duidelijk nauwelijks machtig. Duits à la Jean-marie Pfaff.

Een theatraal Droste-effect. En Duits à la Jean-Marie Pfaff.

Daarmee heeft de regisseur de grens tussen schijn en waarheid voldoende op losse schroeven gezet om voluit te kunnen gaan. Een klein uur lang bespeelt hij het verschil tussen wat we ons inbeelden en wat werkelijk aanwezig is op een podium. Dat leidt tot enkele hilarische scènes. Zo merkt Elias op een bepaald ogenblik dat de anderen hun teksten lipsynchen, in plaats van zelf te spreken. Af en toe wisselen ze zelfs gewoon van stem. Tot zijn ontzetting raakt ook hij daarna zijn eigen stem kwijt.

Zijn ontzetting suggereert dat hij de illusie voor waar houdt. Net zo gelooft hij rotsvast dat er rondom hem voorwerpen als een stoel of een verkeersbord staan, wat de anderen hardnekkig betwijfelen. In die mate dat hij uiteindelijk, als er echt een stoel op het podium staat, die nauwelijks durft aan te raken, laat staan erop zitten. Carola moet het hem bewijzen dat het om een echte stoel gaat, al mankeert die dan een poot en kan je er dus niet werkelijk op zitten.

De voorstelling is één lang spervuur van dat soort vondsten, te mooi om hier te verklappen, met geen ander doel dan te tonen hoe vreemd het theater zich verhoudt tot de werkelijkheid, zowel de werkelijkheid ‘in het algemeen’ als die van de zaal en het podium waar publiek en spelers zich samen bevinden, maar elkaar toch niet lijken te zien. Alsof ze elk ergens anders waren.

Elias wordt er tureluurs van. In het begin leest hij nog enthousiast zijn ‘tracks’ -songteksten voor rapnummers- voor aan zijn vriendinnen, maar de derde keer lukt het hem niet meer. ‘Ik krijg niet gezegd wat ik wil zeggen’. De anderen verzekeren hem echter dat hij toch op de goede weg is, en voegen daar meta-bedenkingen aan toe zoals: ‘de betekenis zit toch vooral tussen de woorden’. Waarop je Elias ongelukkig ziet denken: waar dienen mijn woorden zelf dan nog voor?

Je ziet: (…) is helemaal Jetse Batelaan: een voorstelling voor jongeren die vragen aan de orde stelt waar ook volwassenen zelden raad mee weten. Maar al is dit een puur ‘meta-verhaal’, toch slaagde Batelaan er op de Ruhrtriënnale in een bende luidruchtige en opgewonden jongeren daarmee op korte tijd tot rust te brengen en tot het einde toe bij de les te houden.

Wellicht omdat hij dit ingewikkelde verhaal over wat theater (niet) doet veel helderder vertelt dan leraars van Willemijn, Carola en Elias als ‘Mr. Müller’ of ‘Frau Frocke’. Volgens hen antwoorden die nooit écht op vragen die er voor de jongeren toe doen. Batelaan dus blijkbaar wel.

Dat is ook zo: de jongeren die hij hier opvoert lijken als twee druppels water op echte jongeren. Ze hebben aan alles lak, of vinden er niets aan, maar dan vooral omdat ze verschrikkelijk onzeker zijn over wat ze voorstellen. Letterlijk, maar vooral figuurlijk. Dat pikten de jonge bezoekers in Essen duidelijk op.