Toneel

De zaak Shell Anoek Nuyens & Rebekka de Wit / Frascati Producties / De Nwe Tijd

In afwachting van de komende strijd

‘De Zaak Shell’ vat uitmuntend samen welke argumenten de ronde doen in de kwestie van de klimaatverandering. Auteurs/spelers/regisseurs Rebekka De Wit en Anoek Nuyens spitten de materie grondig uit en gaven hun bevindingen slim vorm als vijf monologen -genoeg om de Babelse spraakverwarring die vandaag rond het thema heerst indringend op te roepen. Maar Babel is niet het enige Bijbelse beeld in dit stuk. De voorstelling is doordesemd van Bijbelse gedachten. Dat wringt op de duur.

Uitgelicht door Pieter T’Jonck
De zaak Shell
Pieter T’Jonck Frascati Theater Amsterdam via live stream meer info
19 november 2020

De Wit en Nuyens zullen wel niet de enigen zijn die zich ergeren aan de lamlendig trage aanpak van het letterlijk brandende probleem van de klimaatcrisis, maar zij beten zich wel vast in de materie (samen met dramaturg Freek Vielen). Juister gezegd: ze gingen na hoe verschillende argumenten om iets wel of niet te ondernemen (of om helemaal niets te ondernemen) elkaar maatschappelijk wegstrepen. Het begint altijd met een grote doelstelling maar nadat alle belanghebbenden daar hun zegje over gedaan hebben blijft daar gewoonlijk erg weinig van over. Zo bleken de vijf ‘Klimaattafels’ in Nederland na oeverloos polderen een berg die een muis baarde.

Niet iedereen heeft daar vrede mee. De stichting ‘Milieudefensie’ spande daarom een zaak aan tegen de multinational Royal Dutch Shell. Die had, blijkens de film ’Climate of Concern’ in 1991, dus lang voor Al Gore de kat de bel aanbond, al door waar ongebreideld gebruik van olie en gas toe zouden leiden. ‘De zaak Shell’ neemt een voorschot op dat proces. De Wit en Nuyens vertellen dat ze door elk één aandeel te kopen de Algemene Vergadering aandeelhouders konden bijwonen. Ze ontdekten zo ook dat het bedrijf er een ‘scenario-afdeling’ op nahoudt. Die onderzoekt op welke problemen het bedrijf in de toekomst zou kunnen botsen en hoe ze daar dan mee om kunnen gaan. Zo hadden ze het proces dat er aan komt al lang op voorhand voorspeld.

Dat bracht De Wit en Nuyens op de idee om zelf zo’n scenario’s te schrijven: hoe kijken mensen vandaag aan tegen de klimaatcrisis en de rol van fossiele brandstoffen daarin? Je krijgt dus geen gesprek te zien, maar vijf ‘cases’ of mogelijke posities. Dat is aanvankelijk zeer verhelderend. Zo is er de doortrapte speech van de CEO van Shell, briljant vertolkt door Jaap Spijkers. Die schroomt er zich niet voor om man en paard te noemen. Welja, hij verdient 23.000 euro PER DAG, en uiteraard, hij weet ook dat het feest niet lang meer kan duren. Maar uiteindelijk doet hij toch maar wat iedereen hem vraagt. Want zeg nu zelf: wie zou zijn vliegreisje naar de Balearen willen opgeven? Wie laat zijn auto op stal? Anders gezegd: als het publiek niet om olie vroeg, dan was er geen probleem, toch?. Shell is niet de schuldige.

Het belangwekkende is dat De Wit en Nuyens de speech bouwden op uitspraken van ‘echte’ CEO’ s van Shell. Het realiteitsgehalte van de speech is hoog, en Spijkers voegt daar met een uitgekiende timing extra overtuigingskracht aan toe. Je moet al heel goed opletten en nadenken om de drogredeneringen en valse ‘onvermijdelijkheden’ in het betoog te betrappen. Want laat ons wel wezen: het gaat natuurlijk niet op dat je stommiteiten begaat omdat je aandeelhouders dat vragen en pensioenfondsen er beter van worden. Zo zou je ook een bedrijf dat moord op bestelling levert kunnen vergoelijken. Het is evenmin onschadelijk dat iemand obsceen veel geld verdient, want het ontwricht samenlevingen op een sluipende manier.

Als het publiek niet om olie vroeg, dan was er geen probleem, toch?

Maar voor je je dat allemaal bedacht hebt staat daar al Janneke Remmers als ‘de consument’, zoals een lichtkrant achterin aankondigt. Zo slim als de CEO was, zo achterlijk lijkt deze consument. Ze laat zich gewoon gelijk wat aansmeren in de Mediamart. Hier leggen de makers van de voorstelling ons echter een eerste keer in de luren. Want als de CEO van Shell een robotfoto is van een reële positie en reële mensen, dan zien we hier een lichte karikatuur. Pas op het einde van haar verhaal dringt de consument door tot de kern van de zaak: ze is door haar werkomstandigheden te afgepeigerd om er ook de verantwoordelijkheid voor et klimaat bij te nemen. Maar die gedachte komt laat, zo laat dat ze bittere ernst achter de karikatuur te weinig bijstelt.

Interessanter is het personage dat Remmers daarna, haast zonder overgang vertolkt: de politica/hoge ambtenaar. Een vrouw die vertrekt met stevige beleidsdoelstellingen, maar eindigt met lege handen. Iedereen heeft immers wel een geldige reden om niet bij te dragen aan een ‘Klimatwende’. Zoals: kan je het maken om de prijs van vlees zover op te drijven dat ze de werkelijke klimaatkost ervan weerspiegelt? Mensen die zo al niet rondkomen lijden dan honger. Ook niet wenselijk, toch? Dus verandert er weinig aan onze vleesconsumptie. En zo gaat het maar door.

Ook daar kan je lang over tobben. Want is de kwestie van de prijs van vlees niet dat de beleidsmaker redeneert vanuit een verkeerd denkkader, met name dat ze accepteert dat er ‘working poor’ bestaan. Ik zeg maar wat. Een zelfde onbehagen had ik met de leraar, alweer vertolkt door jaap Spijkers, die zijn leerlingen ‘hoop’ wil geven. Dat is zeker prijzenswaardig, maar als de realiteit buiten de klas iets anders vertelt kan dat op de duur een averechts effect hebben.

Wat de beleidsmaker en de leraar in deze enscenering gemeen hebben is dat ze weliswaar minder op een reëel bestaande figuur gecalqueerd zijn dan de CEO, maar toch zeker geen karikatuur zijn zoals de consument. Je zou ze pars-pro-toto’s kunnen noemen van courante maatschappelijke posities. Hoewel alle personages in dit stuk op gelijke voet verschijnen, is hun ‘framing’ dus wel elke keer anders: documentaire fictie (de CEO), karikatuur (de consument) en pars-pro-toto (beleidsmaker en leraar). Ik vind dat een vreemde keuze, want de balans van de argumenten slaat daardoor onvermijdelijk door in het voordeel van die CEO. Je kan hem een schurk vinden, maar dan wel een gentleman-schurk, van vlees en bloed bovendien. Geen abstractie.

Stilaan wordt ook duidelijk dat de makers hun belofte om een toekomstscenario te schrijven niet vervullen. We zien enkel weerspiegelingen van posities die het publiek maar al te goed kent. Een stand van zaken, geen extrapolatie van de mogelijke gevolgen, zoals ze dat bij Shell blijkbaar wel prima kunnen. Zo’n stand van zaken mist echter het verontrustende, opruiende van een voorspelling die  verantwoordelijkheden benoemt -ook die van het publiek in de zaal. Maar daar is het theater toch om te doen: reactie uitlokken in de zaal?

Alsof de makers dat ook voelden voeren ze daarna de ‘toekomstige generatie’ op als iemand van vlees en bloed, net als de CEO van Shell, maar nu in de overtreffende trap. Musia Mwankumi staat hier namelijk als zichzelf, als de theaterstudente die in Brussel mee de klimaatmarsen organiseerde. Als zwarte vrouw -de groep die ongezien en ongehoord blijft- heeft ze zelfs driedubbel recht van spreken. Haar verhaal is over het wangedrag van de Brusselse politie bij dit soort manifestaties is dan ook verschrikkelijk. Dat kan niet genoeg gezegd worden.

Mwankumi staat hier als zichzelf, de vermoorde onschuld. Wanhopig omdat niemand luistert naar haar gerechtigde vragen. Maar anders dan de CEO brengt ze geen analyse, en bouwt ze geen betoog op. Ze getuigt. Weer een ander ‘format’ dus. Ze doet dat heel keurig, ingetogen, met een zweem van kwetsbaarheid, maar wel piekfijn gekleed. Dat is een glibberige strategie. Niets aan haar verschijning stoort namelijk. Toch vertolkt ze dus wel de slachtoffers van morgen. Is er dan wel iets aan de hand? Bij zoveel urgentie verwacht je toch minstens een striemende tirade tegen het onrecht dat op de toekomstige generaties afgewenteld wordt? Vloeken en tieren. Onbetamelijk gedrag. Pissen op tafel. Dat soort werk. Met recht en reden trouwens. Niet dus. De actrice doet een Mahatma Ghandi, maar dan in een knus theater, onder gelijkgestemden… Alsof de wedstrijd al gelopen was door wie ze is. Dat is te gemakkelijk.

De aarde maakt op dit ogenblik afgrijselijk veel lawaai. 

De Wit en Nuyens toveren daarna nog een laatste personage uit hun hoed. De lichtkrant kondigt aan dat we nu ‘De Aarde” zullen zien. Nog maar weer eens een andere figuur, bovenop alle eerdere. Deze keer gaat het om een metafoor: de Aarde wordt niet verbeeld door een acteur, maar door een lang uitgerekte stilte en een leeg podium. De aarde als ‘De stille kracht’, de zwijgende maar alomvattende betekenaar, de seculiere God, quoi. De instantie die het laatste oordeel velt, niet door te spreken, maar door te zwijgen. Dat is een vrijbrief om te zwelgen in onze eigen gedachten en twijfels of we al dan niet in het juiste kamp van de uitverkorenen zitten (wat we stiekem natuurlijk hopen en denken).

Ik heb het bijzonder moeilijk met dit soort retoriek van de waarheid: beginnen met ‘de echte mens’ en dan doorpakken naar de ‘echte werkelijkheid’, die de trekken aanneemt van een zwijgende, ondoorgrondelijke God. Het riekt voor mij een beetje teveel naar (protestants-) christelijke mystiek om verteerbaar te blijven. Het klopt trouwens niet: de Aarde maakt op dit ogenblik afgrijselijk veel lawaai, door orkanen en bosbranden, maar ook door wat de mensen qua geluid produceren. Want wij zijn uiteindelijk ook maar dat: een voortbrengsel, en dus een deel van de Aarde.

Zo’n retorische figuur heeft bovendien het perfide effect dat dit koren op de molen is voor wie niet gelooft in die climate mumbo jumbo. Die ziet hier bevestigd dat dit een mis van gelijkgestemden is, al liet alles dat eraan vooraf ging daar nog gerede twijfel over bestaan.

Mijn klomp barstte echter pas helemaal bij de warrige epiloog van Anoek Nuyens. Haar betoog kwam erop neer dat wie zijn rol het best speelt en het beste kostuum heeft ook het gelijk aan zijn kant krijgt. Dat is uiteraard het geval. Welkom in de echte wereld! Maar daar verbond ze de eigenaardige conclusie aan dat we misschien minder een rol moeten spelen. Om wat te doen dan? Onszelf zijn? Dat lijkt geen bemoedigend perspectief., zelfs niet in het licht van deze voorstelling. Je krijgt hier weer dat vermoeiende idee van het ‘echte zelf’ dat ‘als vanzelf’ tot het goede zal komen. Wellicht in de hoop tot de uitverkorenen te behoren. Met op de achtergrond een ondoorgrondelijke God, sorry, Aarde.

Wat we nodig hebben is iets anders, en wel het besef dat elke rol die we spelen een verantwoordelijkheid met zich brengt, en een inzet heeft. Een rechter speelt een rol. Hij speelt ‘de gerechtigheid’. Maar dat heeft reële gevolgen. Zo ook de CEO van Shell, de consument, de politicus, de leraar, de betoger en… de theatermaker. Maar niet iedereen heeft daarom hetzelfde gewicht in de discussie. Aan de scenarist en de theatermaker om de contouren van die strijd af te tasten, en het publiek daar op zo’n wijze mee te confronteren dat het er ongemakkelijk van wordt. Dat zou pas theater zijn.

Dat impliceert een komende strijd, in een wereld die vooralsnog bepaald wordt door marktdenken.

Misschien nog even dat huiswerk overdoen?

PS: ik zag de voorstelling via livestream omdat ook Theater Frascati in Amsterdam door de Covid-crisis de deuren sloot. Kwalitatief was dat puik werk. Al kan het nog steeds niet tippen aan wat je live kan ervaren. Zeker bij voorstellingen als deze die schreeuwen om gesprek.