Toneel / Jeugdtheater / Performance

Zero for Conduct fABULEUS / Kloppend Hert / Haider Al Timimi

Het leed van de schoolgaande jeugd

Scholen reproduceren verouderde vormen en gedachten en houden jongeren klein. Kinderen met liefde omringen en ontplooiingskansen bieden, het is de laatste van hun zorgen. Als je dacht dat dit slogans waren uit de jaren 1960, dan moet je toch eens gaan kijken naar ‘Zero for conduct’ van fABULEUS en Kloppend Hert. Onder leiding van regisseur Haider Al Timimi spuwen jongeren daarin hun gal over de angst die het schoolsysteem hen inprent. Met humor, maar wel ongewoon fel.

Uitgelicht door Pieter T’Jonck
Zero for Conduct
Pieter T’Jonck OPEK, Leuven meer info
07 november 2019

Terwijl het publiek de zaal binnenkomt schrijft een meisje -Marilou Dejans- steeds weer ‘I will not instigate revolution’ op de vloer. Straf schrijven? Bestaat dat nog? Blijkbaar wel. Een acteur met een masker van een ouwelijke man over zijn hoofd surveilleert. Als hij verdwijnt maakt het meisje droedels rond de strafregels. Ze blijkt een echt tekentalent. Wat zit ze hier dan haar tijd te verprutsen aan idiote straffen uit de 19e eeuw?

Die ene scène vat kort en goed samen wat tien jonge performers in het komende uur zullen duidelijk maken: scholen zijn blijven hangen in methodes, denkbeelden en angsten uit het verleden, en hebben weinig oog voor de noden of talenten van jongeren vandaag. Erger zelfs: ze blinken vooral uit in het onderdrukken van hun creativiteit. Ze moeten goedschiks of kwaadschiks passen in een vooraf uitgetekende mal.

De performers maken hun punt in een reeks scènes die elkaar snel opvolgen. Die scènes vertellen geen verhaal, maar leggen elk op hun manier de vinger op de vele zere wonden van het onderwijs. Tussen elke scène verschijnt, met een keiharde dreun erbij, ‘Time out’ op het scherm achter het podium. Even stoom aflaten.

Het begint met een toespraak van Maria De Cort in voice over. Ze kan er niet bij zijn, want ze moet studeren. Het is een rode draad in de voorstelling: we moeten studeren om later een job te vinden, te trouwen, kinderen te krijgen en gelukkig te worden.

Alleen: dat lijkt de kinderen niet zo te interesseren. De tien performers komen één na één naar voor om schampere opmerkingen op hun schoolrapport, genre: ‘ik zal het nooit ver brengen’, als een geuzenleus uit te schreeuwen. Het grappige is: al die opmerkingen zijn ontleend aan ‘The Simpsons’. Leraars hebben blijkbaar ook daar dezelfde hebbelijkheden als hier.

Meteen daarna barst een enorm tumult uit. De spelers rukken elkaar de kleren van het lijf, en trekken een ander plunje aan: keurige pakken en jurken, die transformeren tot de keurige mensen die de school ervan zou willen maken. Prachtige maskers in papier mâché van Lotte Stek, die de jongeren er ouwelijk en uitgedoofd laten uitzien, maken dat beeld compleet.

Een van hen, Renée Vaerewijck maakt echter een parodie van die transformatie met een pak van wel vijf herenjassen over elkaar heen. Zo uitgedost zet ze uiteen dat het schoolsysteem pas in de 19e eeuw ontwikkeld werd om aan de noden van de opkomende industrie te voldoen. Onderwijs als disciplineringsmachine dus.

Onderwijs als disciplineringsmachine dus.

Ouders gaan daarin mee, omdat ze angst hebben voor de toekomst van hun kinderen. Helaas projecteren ouders en kinderen zo wensen en verlangens uit het verleden op de jeugd. Niet echt wat je ‘voorbereiden op de toekomst’ noemt.

Marilou Dejans persifleert daarna op haar manier het beeld van de ‘geslaagde toekomst’: met slogantaal als ‘Happiness is a choice’ doet ze alsof het leven van een leien dakje loopt als je maar de spelregels volgt. Alleen: in plaats van rechtop te staan valt ze als een stijve plank neer op een stoel.

Er volgen nog een paar van die sterke beelden. Op een bepaald moment wurmen alle jongeren zich door een gat in een groot houten blok, dat tot op hun middel zakt. Het ding ziet eruit als een rare kruising tussen een schaambord en een tutu van hout. Alleen Joanita Acheampong draagt een echte witte ballet tutu, met zichtbaar meer plezier en gratie. Een beeld dat geen verder betoog behoeft.

Maaike De Baerdemaeker schreeuwt het dan weer uit van woede als ze zich afvraagt hoe het komt dat nagenoeg 98% van de kleuters de kunst van ‘divergent thinking’ -lees: ‘out of the box’ denken- beheersen, terwijl dat onder jongvolwssenen nog slechts 2% is. Werd die belangrijke vaardigheid weg gedrild op school?

De meest ontroerende scène is ongetwijfeld die waarin Mohammed Basim vader en kind tegelijk speelt. De vader heeft het maar over diploma’s en werk en geld verdienen, maar het kind vraagt elke keer met een benauwd piepstemmetje: ‘waarom?’ Maar veel verder dan ‘Daarom’ komt de vader niet. Zo doet iedereen het, dus zo zal het wel horen. Tot Acheampong hem onderbreekt: als we iets nodig hebben, dan is het geen angst voor diploma en werk en geld, maar liefde.

Je merkt het misschien: nuance is niet de grootste kwaliteit van deze voorstelling. Het is een regelrechte filippica tegen een verouderd en gescleroseerd systeem. Mij deerde het niet. Er zijn al genoeg mensen die er een sport van maken om te kankeren over ‘pretpedagogie’ en ‘gebrek aan discipline en excellentie’. Dan mag dit ook wel eens luid en duidelijk gezegd worden. Leuk is ook dat je hier niet één soort jongeren ziet, maar een heel diverse groep, die toch allemaal aan hetzelfde zeel trekken.

Een minpunt wel: in de voorstelling worden (Amerikaans) Engels en Nederlands door elkaar gehaspeld, met meer Engels dan Nederlands. De meerwaarde werd me zelden duidelijk, behalve in de scène van Dejans over ‘Happiness as a choice’, die overduidelijk zinspeelt op Amerikaanse denkbeelden over geluk en ontplooiing.

Soms gaat dat ten koste van de verstaanbaarheid. Maar het lijkt me ook te wijzen op de groeiende impact van Amerikaans kwesties op ons denken, terwijl de verschillen in opvattingen en overtuigingen tussen de Verenigde Staten en Europa toch enorm zijn, niet in het minst waar het pedagogie betreft. Je kan beter voor je eigen deur vegen misschien?