Toneel

Flight 49 Simon Stone / Ensemble ITA

Het 'Fort/Da' van Simon Stone

Met ‘Flight 49’ schreef Simon Stone een stuk over de gevolgen van een vliegtuigramp voor mensen. We zien een groep mensen in de luchthaven wachten op een vliegtuig dat niet meer komt. Zo leren we ze kennen: een moeder met een drugsverslaafde zoon, een jongeman die zijn eenzaamheid wil ontvluchten, een Marokkaanse jongen die zijn familie zou weerzien. We volgen hoe ze omgaan met hun pijn. Stone beschrijft een lang rouwproces. Maar hij sluit zijn voorstelling af met een boodschap van troost , met de hulp van Freud. ‘Flight 49’ werd een strenge, ingehouden voorstelling, gedragen door een uitzonderlijk ensemble. Het is virtuositeit in de soberheid. Theatraal is het een feest van de transformatie – een reeks van schitterend vertolkte dubbelrollen.

Uitgelicht door Johan Thielemans
Flight 49
Johan Thielemans Rabo-zaal Stadsschouwburg Amsterdam meer info
29 september 2020

De Australische regisseur/ schrijver Simon Stone heeft ons bij Internationaal Theater Amsterdam reeds een aantal malen verrast met voorstellingen die radicaal voor een  technisch ingewikkelde scenografie kozen. Als je dan naar zijn nieuwste voorstelling in Amsterdam afzakt, verwacht je ook visueel vuurwerk.

Deze voorstelling verrast ook, maar dan omwille van zijn soberheid. Stone koos voor ‘Flight 49’ de meest eenvoudige vorm. In het eerste bedrijf volstaan één bord met vlieginformatie en een paar banken om de aankomsthal van Schiphol te suggereren. In het tweede bedrijf maakt het meubilair plaats voor een helwitte leegte. Het derde bedrijf speelt zich dan weer af in een pikzwarte doos. Deze progressie kan je in de volgende formule stoppen : concreet/concreet-abstract/abstract. Meer dan ooit heeft Stone ruimtes ontworpen waar alles rust op de schouders van de acteurs en actrices.

Stone is uitgegaan van Herman Heijermans’ Nederlandse klassieker ‘Op Hoop van Zegen’, het verhaal van een corrupte reder die gewetenloos een schip laat vergaan om de verzekeringspremie op te strijken. Heijermans schildert de woede en het verdriet van de slachtoffers. Zijn stuk is een aanklacht tegen het wilde kapitalisme.

We kennen Stones methode : terwijl hij met de spelers repeteert, herschrijft hij de tekst, vaak dag aan dag. In dit geval ging hij fel afwijken van de negentiende-eeuwse bron. In eerste instantie vertaalde hij de situatie naar vandaag : een ramp met een vissersboot werd een ongeluk met een vliegtuig. Vandaar de nieuwe titel : ‘Flight 49’. Zo’ n ongeluk heeft een erg actuele echo. Boeing stuurde recentelijk nog vliegtuigen die lucht in die vliegonwaardig waren.

Het is Stone echter niet echt te doen om het thema van de verantwoordelijkheid van de vliegmaatschappij. Hij kwam in de ban van de mensen die op het vliegveld op de passagiers zitten te wachten. Hun pijn en wanhoop bij het horen van het vreselijke nieuws wordt het echte onderwerp. Stone heeft een aantal personages bedacht die allen wachten en daarna, elk op hun manier, op het verlies van geliefden reageren.

Het is Stone echter niet echt te doen om het thema van de verantwoordelijkheid van de vliegmaatschappij.

Stone gaat niet voor pathetische scenes. Alles blijft erg ingehouden, met een zekere afstand. Dat emoties geen aanval zijn op het gemoed van de toeschouwer is en gevolg van de gekozen verteltechniek. We horen korte dialogen, zodat de aandacht gaat van groep naar groep, in een complexe mozaïek. Dat eerste deel is wegens het groot aantal participanten een lange expositie. De gevoelens breken met mondjesmaat binnen.

Deze geïsoleerde wachtenden hebben elk een eigen verhaal. Er is Christina (Chris Nietveld) die met haar schoondochter (Maria Kraakman)wacht op de terugkeer van haar zoon Daniel (Maarten Heijmans) uit Marokko. De spanning tussen moeder en schoondochter is te snijden, en met Daniel is zeker veel mis. Anneke (Janni Goslinga) en haar echtgenoot (Hans Kesting) wachten op de terugkeer van  hun dochter en kleindochter. Als ze als eersten het nieuws vernemen via hun mobieltje, stoten ze op de organisatie die doof blijft voor hun vraag naar juiste informatie. Er is ook de nerd Kevin (Maarten Heijmans in een dubbelrol, magistraal gespeeld) die alles weet over vliegverkeer. Piet (Hugo Koolschijn) wacht op zijn vriend. Een Marokkaanse jongen (Achraf Koutet) wacht op zijn familie. Als hij het nieuws verneemt, krijgt zijn godsdienst voor hem een nieuwe betekenis.

Het tweede bedrijf speelt zich later af. Het wrak dat in zee is gestort (een  verwijzing naar Heijermans) geeft zijn geheimen prijs. Alle gerecupereerde objecten worden netjes uitgestald en gefotografeerd. We zien die foto’s op een beeldscherm. De nabestaanden zijn op zoek naar sporen van hun geliefden. Het web van verhalen breidt zich hier verder uit. Ook hier is de sfeer gedempt. Dit bedrijf sluit af met een bloemenhulde, een beklijvend beeld. Het hoofdmotief van de voorstelling komt hierdoor op de voorgrond : het gaat om een rouwproces, de voorstelling is als een requiem.

In het derde bedrijf gaan we terug naar het verleden terug. We krijgen een reeks flashbacks. In een lange scene leren we Daniel kennen, een personage dat Stone misschien iets te complex maakt. Zijn  moeder is possessief en dringt een quasi incestueuze relatie aan haar zoon op. Deze wil zich losrukken maar grijpt naar drugs. Dat wordt nu door Stone met onstuimige emoties verteld. Zoon Daniel wordt gefilmd, zodat zijn psychologische problemen op het scherm worden uitvergroot. Hij is een kok die een boek over Marokkaanse keuken schrijft. Daarom week hij uit naar Marokko. Maar zijn moeder kan de band niet doorknippen en laat haar  zoon arresteren wegens handel in drugs. Daardoor wordt hij uitgeleverd aan Nederland en zal hij toch bij haar zijn. Zo belandt hij op het fatale vliegtuig. Finaal zien we zijn sterfdatum op het scherm. Het is het meest uitgewerkt verhaal van de voorstelling. Het zou een stuk op zichzelf kunnen zijn.

Ook de andere slachtoffers leren we kennen in korte scenes op het beeldscherm. We zien bijvoorbeeld hoe de familie van Sami zich in Marokko op een reünie verheugt, een warme scene. Over Kevin leren we dat hij door zijn generatiegenoten wordt uitgesloten omdat hij te obsessief intellectueel bezig is. Om bij de groep te horen moet hij zich vernederingen laten welgevallen.

Nu we een meer volledige kijk op het gebeuren kregen volgt de afronding: een officiële ceremonie – opgezet door de vliegmaatschappij- waar iedereen de gelegenheid krijgt om over zijn pijn en verdriet te getuigen. Iedereen stokt in zijn woorden.

Wat doet Stone met  een ander thema uit Heijermans stuk, de onmenselijkheid van de reder? Het gaat hier dan over het gedrag van de ceo. In een paar korte scenes zien we hoe hij (Hans Kesting in dubbelrol) waarschuwende e-mails naast zich neerlegt en na de ramp zijn beleid verdedigt. Hij verschaft immers werk aan vierduizend man. Als de technicus Simon tijdens de plechtigheid de waarheid onthult, stormt de directeur plots op het podium en jaagt hem van de microfoon weg. De ironie van deze toestand wordt duidelijk als blijkt dat deze herdenking door de directeur wordt georganiseerd. Deze verhaallijn, die het nauwst aansluit bij Heijermans, blijft een detail. Simon Stone maakt absoluut geen politiek stuk. Het gaat hem om het individuele lijden en treuren. Als je het stuk van Heijermans ziet als een aanklacht die resoneert met het opkomend socialisme in de negentiende eeuw ( niet voor niets was het stuk zeer geliefd in het communistische Oost-Europa), dan zie je dat het gegeven nu volledig is verschoven naar het hedendaags individualisme. Een teken des tijds.

De Freudiaanse theorie leidt tot de oplossing van het emotionele probleem waar alle personages in gevangenzitten.

Nu alles gezegd lijkt, verwacht je dat het doek zal vallen. Maar neen. Simon Stone heeft nog een verrassing in petto. Er volgt een epiloog. We belanden in een museum dat een tentoonstelling wijdt aan de vliegtuigramp. We zien Sami treuren en zich vastklampen  aan zijn godsdienst. Bidden verschaft hoop, zegt hij. Dan verschijnt ook Christina. Ze beginnen te praten over rouw en pijn. Christina vindt dat smart het leven niet mag overheersen. Ze wijst op de titel van de tentoonstelling,  'Fort/Da' . Die verwijzing naar de Freudiaanse theorie leidt tot de oplossing van het emotionele probleem waar alle personages in gevangenzitten.

Christina verklaart het begrippenpaar dat Freud introduceerde in ‘Voorbij het genotsprincipe’. Freud observeerde een spelletje van een kind (zijn neefje) dat een klos wegwierp (‘fort’) en het dan weer bij zich trok : ‘da’. Deze symbolische actie reikte Freud de sleutel aan om traumaverwerking te begrijpen. De klos die verdwijnt staat voor verlies, afwezigheid. Iedereen in het stuk wordt als het ware verpletterd door de emotionele gevolgen van de ramp. Maar – zo zegt Freud het ook- we moeten een methode vinden om macht over deze verwoestende gevoelens te krijgen. En macht heb je als je ‘de klos’ zowel kunt weggooien als weer tevoorschijn halen. Dat vermogen laat je toe in het heden te leven, in het hier en nu-  de da  uit de formule. Zo kan je verder. Stone stelt deze theorie tegenover het wezen van de religie. Die laat ons steeds verder roeren in onze trauma’s. Christina geeft daarom aan de gelovige Sami de raad om zijn pijn weg te gooien. Wat hij als besluit van dit gesprek ook doet.

Dat de oplossing van Freud om een trauma te overwinnen heel belangrijk is voor Stone blijkt uit de lengte van deze afsluitende scene. Het gaat zelfs zo ver dat je als toeschouwer niet begrijpt dat je nog met het personage Christina te maken hebt.  Het is de schrijver die langs de mond van de actrice zowaar een zedenles formuleert. Het requiem is overwonnen, en het nieuwe leven, dank zij Freud, kan beginnen.

Zo voelt deze voorstelling aan als iets wat de  regisseur sterk bezighoudt. Hier leren we een Simon Stone kennen die niet oude stof een nieuwe vorm geeft, maar een schrijver die zich niet neerlegt bij onblusbare pijn ( fort), maar een opbeurende en vooral troostende boodschap wil brengen ( da).