Toneel

The rules of attraction Mitch Van Landeghem / Stan Martens / Carine van Bruggen

Een staalkaart van groot talent

‘The rules of attraction’ werd op ‘Wonderland’ in Gent aangekondigd als een afstudeerproject. Maar het is meer dan dat. Drie jonge spelers demonstreren hier al hun kunnen: ze schrijven, ze zingen en ze acteren. Een voorstelling die een interessante toekomst belooft. 

The rules of attraction
Johan Thielemans Wonderland, Bijloke Gent meer info
30 augustus 2021

Drie jonge acteurs,  Carine van Bruggen, Mitch van Landeghem en Stan Martens, raakten in de ban van het oeuvre van de Amerikaanse auteur van Bret Easton Ellis. Hij werd berucht door ‘American Psycho’ , een schandaalroman uit 1991, vol nihilisme, verveling en een overmaat aan ongeremde wreedheid. Maar dat was niet het enige werk waarop ze voortgingen.

Ze gebruikten ook het eerdere ‘The Rules of Attraction’ (1987) waar de voorstelling zijn titel aan ontleent. Die roman speelt zich op een universiteit in New Hampshire. Drie jonge studenten van rijke komaf maar zonder enige verantwoordelijkheidszin hebben er een bizarre driehoeksverhouding. Voor hen is Los Angeles een droomstad.

Ook voor de drie spelers is dit een stad van het grote verlangen. In de tekst die ze schreven, gaan ze speels met hun droom om: is Los Angeles een obsessie of een illusie? Zijn ze er echt geweest? Daarop krijg je geen eenduidig antwoord. Het is nu eens ja, dan weer nee. Ze zijn postmoderne onbetrouwbare vertellers.

Aanvankelijk vertellen ze schetsmatig de intrige van ‘Rules of engagement’. Dat is goed voor scenes over een beetje liefdesverdriet. Maar verder trekken ze zich van het boek niet veel aan. Ze hebben het vooral over zichzelf, als jonge, ambitieuze acteurs.

Een groot deel van de voorstelling gaat inderdaad over verlangens en angsten van deze drie jonge spelers, die net hun toneelopleiding beëindigden. We krijgen stap voor stap het portret van de elke deelnemer. Het is boeiend om te zien hoe ze solidair zijn, en toch elk in een andere wereld leven.

Zo vertelt Mitch van Landeghem dat hij vreselijk jaloers is op Christian Bale die Patrick Bateman, de ‘Psycho,’ speelde in de verfilming van ‘American Psycho’. Niet alleen acht hij zichzelf de betere kandidaat voor de rol, en vindt hij dat Bale er niets van gebakken heeft, hij vindt Bale ook onuitstaanbaar als acteur. Waarom hij wel, en ik niet luidt de wat absurde klacht.

Stan Martens is minder assertief. Hij is wat onzeker over de kwaliteit van zijn acteren, zeker omdat de anderen hem de les spellen over zijn gebreken. Goed acteren, houden zij hem voor, komt voort uit een innerlijke woede. Een raad waar hij weinig mee kan aanvangen. Heel geestig, maar het zegt ook veel over de zoektocht van jonge acteurs.

Carina van Bruggen is dan weer iemand die zich stoort aan de onwetendheid van haar partners. Blijkt dat de naam Hitchcock hen niets zegt. ‘Tom’ heeft zelfs nooit een van zijn films gezien. ‘Psycho’, volgens Van Bruggen Hitchcock’s meesterwerk, blijkt hem alleen bekend dankzij de iconische scene in de douche.

Het toneel blijft hier een vrijplaats

Door deze discussie komt ook ‘American Psycho’ van Bret Easton Ellis ter sprake. De acteurs citeren die roman. Het levert een bijzonder mooi moment op als Carine van Bruggen ons op een lange erotische monoloog trakteert. In deze tijden van nieuw puritanisme is deze ongegeneerde beschrijving een daad van verzet. Het toneel blijft hier een vrijplaats.

Naar het einde van de voorstelling komt de sadistische wreedheid van ‘American Psycho’ op de voorgrond. De spelers bedachten daarvoor een slimme truc. Ze melden dat ze dan toch Los Angeles bereikten, en bovendien een afspraak hebben met de schrijver. Een droom die waarheid wordt. Maar eens ter plaatse martelen ze hem wel eindeloos lang. Hij wordt zo het slachtoffer van zijn eigen ziekelijke verbeelding.

Eerst schrik je van zoveel wreedheid -in woorden. Het lijkt even alsof de spelers zo een radicale kritiek op de schrijver formuleren. Maar de beschrijving van de martelingen gaat zo lang door dat de fysieke walging bij de toeschouwer wegebt. Het wordt een spel met woorden, een teveel aan gruwel dat je tenslotte glimlachend laat genieten van zoveel branie.

Dit is geen realistisch verslag. De drie spelers hanteren mikken ook niet op inleving of grote emoties, daarvoor is hun toon te koel. Ze spreken over bloed en ingewanden alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Het gaat niet meer over het vergrijp zelf, maar over heerlijk spelmateriaal. De gruwel wordt gereduceerd tot een sterk verhaal dat een morele of politieke dimensie uitsluit.

Wat kunnen de spelers na die intense scene nog doen? Verdwijnen? Dat doen ze ook, maar niet voordat ze een slagzin van Ellis bovenhalen: hier is geen uitgang.

Deze voorstelling, waarmee deze spelers hun opleiding aan KASK Gent afsloten, is een voltreffer. Er is een rijk palet aan stemmingen, er is branie en er is veel humor. Het is een staalkaart van het jonge talent, dat niet alleen kan spelen maar schitterend zingen en ook schrijven.

Al deze kwaliteiten zorgden ondertussen ook voor het succes van nieuwe ensembles als Camping Sunset of De Schone Compagnie. Vandaar geldt deze voorstelling als zoiets als terug naar de bron. Als ik het openluchttheater verlaat en mij in de echte wereld begeef, hoor ik verhalen uit Afghanistan van echte marteling. Het is een vreemd contrast met de speelse, perverse wereld die de drie makers zo fascineert.

Beschikbaar voor iedereen, gefinancierd door lezers en organisaties.
Steun pzazz met een abonnement.

Abonneren