Toneel

Op een bankje, op een dag Maaike Neuville & Roy Aernouts / KVS

Een jaartje uitstel meer voor Maaike en Roy?

Het idee is eenvoudig en helder: in Maaike Neuville’s voorstelling ‘Op een bankje, op een dag’ spreken twee vrienden af elkaar twintig jaar niet te zien. Wij mogen de hereniging meemaken. Het decor is al net zo eenvoudig. Een bankje met de achterkant van de KVS als backdrop. Maar simpele ideeën vragen vaak om de grootste perfectie. Die haalt de voorstelling (nog) niet. 

Uitgelicht door Elie Agniel
Op een bankje, op een dag
Elie Agniel Plein achter de KVS, Brussel meer info
10 oktober 2020

Op een bankje, op een dag is het tweede deel in een trilogie ‘op zoek naar De Liefde’ op teksten van Maaike Neuville. In deze aflevering: spraken muzikant Roy Aernouts en actrice Neuville af om elkaar twintig jaar lang niet te zien, en pas dan weer samen te komen. Maar wat een zoektocht moest zijn naar De Liefde strandt eerder als de zoektocht naar een stuk.

Het begint goed. Een straatmuzikant jamt wat blues op de hoek van de KVS. Dat dit Roy Aernouts, de tegenspeler van Neuville is, weet je dan nog niet. Pas halverwege de voorstelling maakt hij zichzelf kenbaar als de tegenspeler van Neuville. Een iets oudere vrouw naast me neemt opgelaten een selfie met haar vriendin en schrijft erbij: ‘alles om de cultuursector te steunen.’

Neuville komt wat ongemakkelijk op. Ze bedankt ons voor onze komst, ondanks het slechte weer. Als een onzekere studente voor een mondeling examen vraagt ze ons nog om ons ervoor te hoeden een mening te vormen over het stuk voor het helemaal afgelopen is. Speciaal voor de critici schreef ze een doordachte mening, die ze aan het bankje neerlegt. Dat was niet echt nodig, vond ik.

Als Neuville en Aernouts elkaar dan treffen, kom je er achter dat de twee ondanks de scheiding altijd verliefd bleven op elkaar. Maaike is ondertussen wel moeder. Toch wachtte Roy al die tijd op haar.

Het acteerwerk is best prikkelend. Ook taalgevoel ontbreekt niet. Er zijn wel wat langdradige zinnen of melige grapjes, maar daar staan veel echt geestige of fijnzinnige woordspelletjes tegenover. ‘Praten om te komen en niet om te zijn. Daar zijn we niet voor gekomen’ of ‘Gij weet wat ge niet weet en hij weet niet wat hij niet weet.’ Als Neuville verklapt dat ze haar zoon Boy noemde, is dat meteen aanleiding voor klankrijmen als ‘Boy’, ‘Roy’ en ‘a boy’, waardoor je vermoedt dat Neuville die naam voor haar kind koos met Roy in het achterhoofd. .

Sommige dialogen treffen precies de manier waarop verliefden praten. Zo zegt zij, zonder enige uitleg: ‘Ik kan nog steeds vierenhalf. Mijn zoon? Nu al drieënhalf!’ Enkel Roy skan begrijpen wat ze bedoelt. Dat is heel herkenbaar: hoe de twee geliefden een geheimtaal delen die alleen hen toebehoort. Het is daardoor alsof er niets veranderd is tussen hen. De twee personages blijken zelf au fond weinig veranderd. Hij hangt nog steeds de stoere jongen uit, maar durft eigenlijk niets. Bij haar is het net omgekeerd.

Er is echter een keerzijde aan die herkenbaarheid. Ze kan omslaan in voorspelbaarheid (hij loopt weg, ze vindt hem terug) en cliché’s (‘ze hebben er spijt van dat ze elkaar 20 jaar niet zagen. Ze waren en zijn verliefd op elkaar’.). Soms wordt het verhaal ook gewoon ongeloofwaardig. Enerzijds panikeert Neuville als ze beseft dat ze na twintig jaar niet weet hoe ze met Aernouts contact kan opnemen. Anderzijds boekte ze hem wel voor een optreden. Dat valt moeilijk te rijmen. Ook het spel mist soms geloofwaardigheid. Als Neuville en Aernouts elkaar verliefd in de ogen kijken, doet dat nogal gekunsteld aan. Je voelt zo de regie.

Maar de echte achillespees van de voorstelling is de tekst. Die lijkt niet voldragen. Sommige dialogen komen problematisch of simplistisch over omdat ze te blijven steken in gemeenplaatsen. Zo stelt Aernouts dat: ‘Als vrouwen een minderheidsgroep is, zijn ze wel met veel. Mogen daar ook al geen grappen over zijn?’ of reduceert Neuville Socrates tot ‘veel vragen stellen is makkelijk’.

Spijtig. Er waren aanleidingen genoeg om van dit stuk iets bijzonders, iets innemend te maken. Liefde en kwetsbaarheid zijn dankbare thema’s. Maar het stuk mist daarvoor te zeer samenhang. De dialogen en het verhaal zitten elkaar teveel in de weg, en het verhaal kent teveel onlogische sprongen.

Misschien nog even langer op dat bankje blijven zitten?