Toneel

Der Geizige (De Vrek) Molière / Leander Hausmann / Thalia Theater

Een half overtuigende Molière

Laat ik maar bekennen: ik ben een fan van Molière. Maar ik ben ook een theaterliefhebber die vaak ontgoocheld wordt door de interpretatie van die stukken. De keren dat ik echt opgetogen het theater verliet, kan ik op de vingers van één hand tellen. Ik denk dan zeker aan Jürgen Gosch met ‘De Misantroop’, of aan Georges Dandins regies bij de ‘Comédie Française’ of zijn ‘Ecole des Femmes’ in Avignon. Het Hamburgse Thaliatheater presenteerde nu een opvoering van ‘De Vrek’ in een regie van Leander Haussmann, die heel veel beloofde, maar toch niet helemaal kon voldoen. 

Uitgelicht door Johan Thielemans
Der Geizige (De Vrek)
Johan Thielemans Live streaming Thalia Theater meer info
23 maart 2021

Regisseur Leander Haussmann zorgde wel voor een zeer boeiende lezing, althans in het eerste deel van de avond. Hij heeft het element ‘vrek’, naar de achtergrond verwezen en ingezet op het psychologische spel tussen de vrek Harpagon en zijn kinderen. Hij introduceert ons in een verschrikkelijk universum waar de patriarch heer en meester is. Zijn kinderen – zoon en dochter- kunnen zich tegen deze tiran niet staande houden. Zo vaak staan ze uit frustratie en onmacht te wenen. Harpagon is ijdel, gevoelloos en egoïstisch. Zijn obsessie met geld is dan maar één facet van zijn dictatoriaal regime.

Haussmann heeft voor de hoofdrol een beroep gedaan op één van Duitslands boeiendste acteurs. Jens Harzer. Hij is een knappe, lenige man, maar voor deze rol onderging hij een ware metamorfose. Hij kreeg een dikke buik en een bochel aangemeten. Onder zijn borstelige haar vertoont hij een vreemde trek om zijn mond. Zo veranderde de jonge acteur in een onappetijtelijke, oude man. In de open ruimte van het toneel staat er één stoel. Ook al is het een wankele tuinstoel, toch is dit zijn troon. Hij mag dan nog zo tiranniek zijn, hij is ook zwak. Zo zakt hij regelmatig door die stoel.

In deze gewiekste karaktertekening is zijn eeuwig wantrouwen rond de verborgen schat niet meer dan zijn zwak punt. Hij is vooral cynisch, brutaal en neerbuigend. Het meest interessante is dat Jens Harzer al deze kwaliteiten geleend heeft van Groucho Marx – maar diens onbeschaamdheid wordt hier met nog meer sarcasme neergezet. Wat moeten we met die man ? Moeten we hem haten? Daar is alle reden toe. Maar Jens Harzer is ook een acteur die zich met zoveel plezier wentelt in zijn rol, dat je niet anders kan dan van deze Harpagon houden – van de acteur wel te verstaan.

Zijn kinderen zijn pionnen in zijn jacht op geld. Hij vindt voor de dochter Elise (Marina Galic) een uitstekende partij – want die brengt een aanzienlijke bruidsschat mee. Harpagon kiest als nieuwe vrouw het lief van zijn zoon Cléante (Steffen Siegmund). Een triomf voor de vader en de ultieme nederlaag van de zoon.

Haussmann en Harzer mikken op het portret van een absolute patriarch. Alle elementen uit het stuk krijgen hierdoor een komische én tragische kleur. Harpagon en zijn familie zijn interessant omdat Haussmann een maatschappij tekent of een dysfunctionele familie – één vol psychologische wreedheid, maar ook vol list en bedrog.

Tot zover is de opvoering van Haussmann ongemeend boeiend en verfrissend. Alleen is er ook een tweede deel in deze productie. Je ziet de regisseur moeite hebben met de afloop. Helemaal volgens de conventies van de tijd worden de rollen omgekeerd want het blijkt dat het gaat om familiebanden die sociaal ondergeschikte leden plots een heel andere status geven. Zo stevent Molière af op een happy end. Dat bevredigt ons vandaag niet. 

Haussmann breit dan plots een laatste deel aan zijn voorstelling, waarbij alle personages in zeventiende -eeuwse kostuums verschijnen. De psychologische ontleding wordt achterwege gelaten. Haussmann laat zelfs een décor van een paleis uit de toneeltoren naar beneden zakken. De grote kamer krijgt ook een trappenpartij. Heel dit laatste deel drijft op ‘dolle’ invallen. Iedereen die door een statige deur naar binnenkomt, rolt van de trappen naar beneden. De hele bezetting doet solidair mee. Rollen en nog eens rollen: een running gag ( of ‘falling gag’ in dit geval). Alleen is dit citaat uit de komedietraditie niet geestig . Het lijkt wel Duitse humor (en dat is niet als compliment bedoeld.)

Zo heb je een tweeledige opvoering: een eerste deel verrassend en indringend met een schitterend ensemble en natuurlijk ook met een sterprestatie van Jens Harzer. Daarna een breuk, gevolgd door een zotternij die van de acteurs een grote lijfelijkheid vereist, maar in wezen vooral de wanhoop van een regisseur illustreert. Hij had een zeer sterk concept (van de beste Molière die er te koop is) maar stevent af op een ramp op het ogenblik dat hij er zelf niet meer in schijnt te geloven. Die twijfel was echt niet nodig, want dat lange eerste deel loont meer dan de moeite. Het is genieten van de bittere humor. En daar gaat het om.