Toneel

Oidipous Robert Icke / ITA

Een andere blik op Oidipous

Kan je nog iets aanvangen met een eeuwenoud verhaal als ‘Oidipous’ van Sophocles? De Britse regisseur en theaterauteur Robert Icke bewijst van wel. Hij laat de Freudiaanse interpretatie voor wat ze is om een andere laag van de tekst aan te boren: de chaos die elke (politieke) orde bedreigt, ook en vooral als ze de hoogste waarden zegt na te streven. En dat met historisch sterke vertolkingen van Hans Kesting, Marieke Heebink en Frieda Pittoors. 

Uitgelicht door Pieter T’Jonck
Oidipous
Pieter T’Jonck ITA Live meer info
23 maart 2021

Icke opent zijn bewerking van Sophocles’ tekst op een onverwachte manier. Oidipous, vertolkt door Hans Kesting, verschijnt in een uitzending van het journaal tijdens een verkiezingsstrijd. Hij blijkt een  politicus van eerder populistische signatuur. Omstuwd door een uitgelaten menigte belooft hij  schoon schip te maken met wantoestanden in zijn land. Dat land, zo beweert hij, is ziek en boze machten beletten het om zijn oude kracht te herwinnen. Waar hebben we dat nog gehoord?

Daarop volgt de gebruikelijke chaotische vragenronde voor de pers. Eerste vraag: kan Oidipous wel bewijzen dat hij de Thebaanse nationaliteit bezit? Hij bevestigt dat en belooft dat hij zijn geboortebewijs zal vinden. Tweede vraag: wat met de affaire rond de dood van de vroegere dictator Laios, die in verdachte omstandigheden om het leven kwam? Zal Oidipous de waarheid eindelijk aan het licht doen komen? Ook dat verzekert de zegezekere politicus.

Meteen daarna verschuift de camera -in de live-registratie die ik zag- naar een grote zaal -een campagnelokaal- waar het verdere drama zich zal afspelen. Kreon (Aus Greidanus) vraagt Oidipous woedend wat hem bezielde om die beloftes te doen. Oidipous repliceert dat hij uit zijn hart spreekt, de waarheid spreekt ook. Voorgekauwde antwoorden zijn niets voor hem.

Op dat moment in de voorstelling heb je alle redenen om achterdochtig te zijn. Wordt dit een actualisering à la Peter Sellars? Die Amerikaanse regisseur heeft er een handje van weg om bekende opera’s op een soms gezochte manier te koppelen aan de politieke actualiteit. De gelijkenis tussen de vraag naar Oidipous’ geboortebewijs en de perikelen van Barack Obama tijdens de verkiezingsstrijd kan je inderdaad nauwelijks ontgaan. Net zo min als het feit dat ook Obama de nadruk legde op eerlijkheid en transparantie. Goed gevonden trouwens, daar niet van.

Al gauw blijkt echter dat het regisseur Robert Icke om iets anders te doen is, al is niet meteen duidelijk wat. De link met de actuele politiek is maar een opstapje. Zijn bewerking benadert steeds dichter de kern van de oorspronkelijke tragedie van Sophocles. Ook bij Icke begaan de personages, ondanks hooggestemde idealen, fatale misstappen. Ook bij hen komt de waarheid jaren later, als een donderslag bij heldere hemel, aan het licht.

Het verhaal is bekend genoeg. Oidipous vermoordde zijn vader en huwde zijn moeder bij wie hij drie kinderen verwekte. Hij kon dat echter niet weten, omdat hij opgevoed werd door pleegouders. Zijn vader, koning Laios, gaf namelijk het bevel hem te doden bij zijn geboorte omdat de ziener Tiresias voorspeld had dat zijn zoon hem ooit zou doden. De dienstbode die daartoe opdracht kreeg legde het kind echter te vondeling in Korinthe waar hij opgroeide.

Als volwassen man vermoordt Oidipous in een handgemeen een oude man. Kort daarop bevrijdt hij de stad Thebe van de vloek van een bloeddorstige sfinx door een raadsel op te lossen. Als beloning mag hij trouwen met de weduwe van de vermoorde koning. Tien jaar later laten de Goden echter de pest uitbreken in Thebe. Het orakel van Apollo voorspelt dat die pas zal verdwijnen als de moordenaar van Laios gestraft wordt.

De kern van het drama, los van de incestueuze relatie tussen Oidipous en Iokaste en de moord die eraan vooraf ging, is dat Oidipous de signalen negeert die hij van alle kanten krijgt, in het bijzonder van de blinde ziener Tiresias, om niet in het verleden te gaan roeren. Bij Sophocles steken de Goden daarbij een stevig handje toe. Dat godengedoe maakt een moderne enscenering van dit stuk altijd een heikele kwestie, wegens nogal ongeloofwaardig.

Icke omzeilt dat probleem in zijn bewerking met de briljante intuïtieve greep om Oidipous niet op te voeren als de Koning, maar als een politicus die op het punt staat de macht te grijpen met de belofte van totale transparante in staatszaken. Hij zal komaf maken met dictatoriale achterkamerpolitiek. Een heel andere vorm van transparantie is dat dan raadsels van de Sfinx oplossen. Toch is er een gelijkenis. Het einde van de Sfinx kan je lezen als de mythologische vertolking van het einde van barbaarse gebruiken en barbaars recht. Dat bracht voorspoed en geluk. Net zo wil de Oidipous van Icke vooruitgang brengen door een einde te stellen aan oude vormen van politiek en samenleven.

Bij Icke speelt het stuk zich af tijdens de paar uur tussen de verkiezingsstrijd en het moment waarop de definitieve uitslag bekend zal zijn, al twijfelt niemand aan Oidipous overwinning. Een digitale klok tegen de achterwand van het indrukwekkende decor van Hildegard Bechtler telt af naar dat moment. In die tussentijd convoceert Oidipous Tiresias (een bijzonder overtuigende Hugo Koolschijn) om hem te zeggen wie de moordenaar van Laios was. Tiresias probeert vruchteloos de vraag te ontwijken maar wijst dan toch Oidipous zelf aan. Die gelooft hem natuurlijk niet, ook al levert Tiresias drie bewijzen. Woedend stuurt Oidipous hem weg.

In de volgende scène wil Oidipous profiteren van de laatste uren voor de overwinning voor een intiem samenzijn met zijn familie. Iokaste (Marieke Heebink) leren we nu pas echt kennen. Ook bij deze dis geeft Oidipous blijk van zijn waarheidsdrang als hij zijn zoon Polyneikes (Harm Duco Schut) bezweert zijn verhouding met een jongen op te biechten. Icke voert hier ook Antigone (Hélène Devos) op als de vroegwijze, koppige dochter die een aardje naar haar vaartje heeft. Waarmee een volgend drama al in de steigers staat, net als bij Sophocles.

Icke schildert Laios af als een monster

De komst van Oidipous’ pleegmoeder Merope (Frieda Pittoors) zet de tijdbom van de onthullingen over de moord op Laios definitief op scherp. Ze wordt bezwaard door het geheim dat Oidipous een vondeling was en zij niet zijn echte moeder. Daarna is het aan Iokaste om een ander geheim op te biechten. Haar huwelijk met Laios was een verschrikking. Icke schildert hem af als een monster die de dertienjarige Iokaste verkrachtte. Hij huwde haar dan wel, maar dat kind moest dus weg. Heebink vertelt het met bloedstollende overtuigingskracht. Je ziet het voor je ogen gebeuren.

De uitweiding over het wrede karakter van Laios is overigens een toevoeging van Icke. Sophocles zegt daar nagenoeg niets over. Die toevoeging krijgt op het einde van het stuk haar volle betekenis. Als de waarheid aan het licht gekomen is, schreeuwt Iokaste het uit: ‘Ik laat me mijn kind geen tweede keer afnemen’. Daarop pleegt ze zelfmoord. Uit die laatste wanhoopskreet blijkt dat Iokaste zich niet het leven beneemt omwille van de schande, zoals bij Sophocles, maar omdat ze niet de speelbal wil zijn van mannen die de wetten bepalen. Op dat moment weet je zeker dat ze er al de hele tijd van op de hoogte was dat Oidipous haar man doodde maar dat mee in doofpot stak, uit haat voor Laios.

Meteen daarna herinnert Oidipous zich dat hij, ten tijde van Laios’ dood, iemand doodde bij een auto-ongeluk. De onthullingen volgen elkaar nu in rap tempo op. Het is allemaal te onwaarschijnlijk om geloofwaardig te zijn, was het niet van de manier waarop Kesting Oidipous belichaamt. Bij elk nieuw feit zie je hem verder krimpen tot hij zich in wanhoop vastklampt aan de vrouw waarvan steeds zekerder is dat het zijn moeder moet zijn maar die hij daarom niet minder begeert. Hij doet je gewoon vergeten dat dit maar toneel is, en dat je de afloop van het verhaal maar al te goed kent. Het is een van de meest ontroerende vertolkingen die ik ooit zag.

Deze pakkende vertolkingen doen je helemaal opgaan in de tragiek van de personages. Maar er gebeurt meer dan dat. De vernuftige bewerking van Icke maakt dit oeroude verhaal weer brandend actueel. Icke legt immers een heel eigen accent in het verhaal. ‘Oidipous’ rijmt hier niet meer automatisch op ‘complex’ en ‘incest’. Een ander thema dringt zich op de voorgrond. Oidipous is hier de mens die in de waan verkeert dat totale transparantie mogelijk is. Die gelooft dat authentiek en onbevangen zichzelf zijn mogelijk en wenselijk is. Tegen het advies van zijn zwager Kreoon brengt hij dat ook politiek in de praktijk. Het persoonlijke wordt politiek. Niet als een vorm van anti-conformisme, zoals in de sixties, maar als een dwingend gebod. Dat fantasma ontploft in zijn gezicht.

Dat fantasma is bijzonder hedendaags: de roep naar transparantie en het geloof in de weldadige effecten daarvan klonk nooit harder dan nu, net op het moment dat technologie zoiets ook mogelijk lijkt te maken. Dat er zoiets is als een privé-zone die afgeschermd hoort te blijven, of je nu iets ‘fout’ gedaan hebt of niet, wordt daarbij snel vergeten. Maar er is altijd een schemerzone, een deel van onszelf dat we begrijpen noch bemeesteren. De sfinx is nooit overwonnen. Dat zien we hier.