Toneel

True Copy Berlin / Geert Jan Jansen

Echt valse kunst

Zijn  kunstenaars en vervalsers beide niet geniaal? Dat is de vraag rond de beruchte ( en veroordeelde) vervalser Geert Jan Jansen. Hij weidt ons tijdens ‘True Copy’, een voorstelling van Berlin, in zijn geheimen in. Hij neemt de kunstwereld beet én ook het publiek in de zaal. Intelligent, verontrustend en zeer geestig spektakel. En wie een Picasso wil kopen, mag deze voorstelling niet missen.

Uitgelicht door Johan Thielemans
True Copy
Johan Thielemans
niet bekend meer info
05 september 2019

De titel van deze voorstelling is dubbelzinnig. Wat kan ‘true’ betekenen? ‘Echt’ is wellicht het eerste waaraan je denkt. Maar de begrippen kopie en echt gaan niet goed samen. ‘True’ kan ook ‘waar’ betekenen en waarheid is niet hetzelfde als echtheid. Misschien wilde de kopie zich laten doorgaan als een ‘echt’ origineel, en hebben kunstexperts dit bedrog ontmaskerd: dat is dan ook echt en waar. Ik beschrijf een beetje het mogelijk verwarrende van de titel, want verwarring is wel een basiskwaliteit van de voorstelling.

Als je uit True Copy  buitenkomt, denk je: zelden zulk een slimme voorstelling gezien. Ze stelt intrigerende vragen over echt en onecht, en zet zo spelenderwijs fundamentele vraagtekens bij de kunstscene. Centraal staat de briljante vervalser Geert Jan Jansen. Hij vertelt zijn leven. Hij beschouwt zichzelf niet als kunstenaar, want hij maakt schilderijen ‘in de stijl van’. Dat doet hij zo virtuoos, dat zijn werken op de kunstmarkt verkocht worden tegen de prijs van ‘echte’ schilderijen. De musea hangen vol van zulke nepwerken, beweert hij, want de vervalsers zijn zulke geniale stielmannen dat ook experts niet doorhebben dat ze belazerd worden. 

De sleutel tot al deze valse schilderijen is dat de vervalser zelf niet signeert. Omdat zijn handtekening ontbreekt, is hij zelf geen ‘kunstenaar’. Maar als er een valse handtekening op één van zijn werken staat, dan gaat de markt ( verzamelaars of musea) er veel geld tegen aangooien. Van dit soort bedrog geniet Geert Jan Jansen dan enorm. Hij legt natuurlijk ook de vinger op de wonde.

Hij wijst op een zwakke plek in het kunstsysteem. De hang naar het ‘echte’ schilderij staat los van enige esthetische ervaring.  De markt drijft op het fetisjisme van de kunstenaar. Als een expert oordeelt dat een vermeende Rembrandt niet van de hand van de meester is, wordt het schilderij er niet minder mooi om, maar duikelt zijn marktwaarde wel steil naar beneden. Wat een vreemde wereld presenteert Berlin ons hier. De centrale gedachte van de voorstelling is dat een kunstwerk een object wordt  van het kapitalisme: de markt zoekt obsessief naar extreem individualisme. De ruilwaarde heeft dan nog weinig te maken met essentiële waardes als schoonheid en ontroering.

De voorstelling bestaat uit een gesprek met Geert Jan Jansen. Hij zit voor een videowand die slim ingezet wordt. Achter de wand ligt zijn atelier. Dankzij een volgcamera krijgen we een kijk op wat daar gebeurt. Jansen demonstreert ons enkele van zijn werkmethodes. Dat leidt tot het  sterkste  moment van de voorstelling: Geert Jan Jansen maakt een valse Picasso. Picasso, zo leren we , is de meest ‘vervalste’ schilder van de twintigste eeuw.

Maar dan komt  Geert Jan Jansen uit zijn atelier en stapt  het toneel op met het schilderij onder zijn arm. Vervolgens heeft er een heuse veiling plaats.  Heel straf is dat  er in het publiek voldoende handen de lucht ingaan zodat  het bieden allemaal oploopt tot  een leuke som.  Een toeschouwer (een echte?) mag het werk mee naar huis nemen. De voorstelling sluit af met nog een paar sterke verrassingen ( die mag ik echt niet verklappen), Resultaat : het publiek verlaat de zaal in lichte verwarring : de begrippen echt en onecht slaan dan plots op de hele voorstelling. Wat hebben we nu eigenlijk gezien, wat hebben we geloofd ? Waar werden wij bedrogen? Sterker nog : hoeveel keer werden we bedrogen? Achteraf gezien is dat het speels, theatrale element van deze geestige  voorstelling , want de beschouwingen over kunst, vervalsen en de kunstwereld  zetten wel aan tot een heuse reflectie. Al lachend leren we wat bij en met veel wantrouwen zullen we later een museum binnenstappen.