Toneel

De kinderen van Nora Robert Icke / Ensemble ITA

De puinhoop na Nora's vertrek

Wat gebeurde er nadat Nora in Henrik Ibsens beroemde feministische pamflet ‘Nora of het poppenhuis’ definitief de deur achter zich dicht sloeg om haar eigen weg te zoeken? Wat waren de gevolgen voor haar man en kinderen. Robert Icke onderzoekt het in zijn vervolgstuk ‘De Kinderen van Nora’. Hij komt tot een voorzichtig conservatieve conclusie in een verzorgde en uitstekend geacteerde voorstelling. 

Uitgelicht door Johan Thielemans
De kinderen van Nora
Johan Thielemans Stadsschouwburg Amsterdam
ITA
meer info
14 september 2020

De laatste scene van Henrik Ibsens ‘Het poppenhuis’ is schokkend. Nora beseft dat haar man Thorvald haar reduceert tot een kindvrouwtje (‘mijn leeuwerikje, mijn eekhoorntje’). Na een heftig gesprek verlaat ze het huis. De voordeur valt dramatisch dicht en Thorvald blijft alleen achter. Nora kiest voor persoonlijke ontplooiing. Die scene leverde veel commentaar op. Gejuich bij feministen, afgrijzen bij een traditioneler publiek. Dat vond Nora een schandalige vrouw. Ze laat drie kinderen achter, alsof die van geen belang zijn.

Precies die  laatste overweging  nam de Engelse schrijver en regisseur Robert Icke als uitgangspunt voor zijn stuk, ‘De Kinderen van Nora’. Dat begint ermee dat hij de laatste scene van Ibsen citeert. De verdere voorstelling vraagt zich dan af hoe het de familie na die fatale breuk verging. Hoe reageerden de kinderen op de revolutionaire daad van hun  moeder? Icke moest daartoe drie biografieën bedenken.

Dochter Emmy werd bij hem een lerares die haar leerlingen verleidt. Zo verwekt ook zij een schandaal dat tot haar ontslag leidt. Ze onderhoudt wel nog steeds een passionele verhouding met oud-leerling Paul. Maar ze kan zich niet aan haar liefdegevoelens overgeven. Tussen Emmy en Paul is het een spel van aantrekken en afstoten waaruit blijkt dat zij zich niet emotioneel kan hechten. Haar homoseksuele broer lijdt onder hetzelfde syndroom. ook hij is bang voor een stabiele relatie met de jongere Alexi. Over deze twee jongens vernemen we echter weinig. De ene loopt school, de andere is een verzorger.

Of Icke’s keuze voor de specifieke sociale posities van Emmy en haar broer een verrijking van het thema is, blijft te bezien. Hun moeilijke verhoudingen kennen geen ontwikkeling. Noodzakelijk zijn ze zeker niet. Het blijft onduidelijk of het anekdotes zijn, of een bredere algemene of symbolische betekenis hebben. Om het cru te stellen: konden ze ook andere biografieën hebben? Het is zowat de Achillespees van de tekst.Er is nog een derde kind : Bobby, maar dat kwam op zevenjarige leeftijd omgekomen bij een brand. Ze vormt voor elk lid van de familie op een andere manier een emotioneel gat in het familieweefsel.

Ondertussen is er ook de vraag wat er na Nora’s vertrek gebeurde met de echtelieden? Nora blijft rond haar man Thorvald fladderen en is zelfs jaloers op  zijn nieuwe vriendin. Ze kent wel succes als schrijfster met een boek over haar familie – iets wat de kinderen niet op prijs stellen. Thorvald blijft ondertussen de spil van de familie. Hij tracht zonder succes zijn vrouw terug te winnen. Maar Nora blijft erbij dat ze elkaar niet kennen, zodat er geen basis is om terug bij elkaar te komen. Hij is een gekwelde figuur die zich waarschijnlijk ook schuldig voelt over de dood van zijn jongste kind. De weinige tedere ogenblikken in de voorstelling gaan over Thorvald wanneer hij als oude hulpbehoevende man door zijn kinderen verzorgd wordt.

In de eerste helft van het stuk heeft Icke de verschillende verhalen door elkaar geweven en speelt hij met in de tijd ver van elkaar verwijderde momenten. Dat is aanvankelijk wat  verwarrend, maar later, als de toeschouwer de verschillende personages ontcijferd heeft,  levert dit een interessant vormelijk spel op.  Zo is elke scene aanvankelijk een raadsel: waar zijn we, en op welk tijdstip? Icke ging in zijn vlechtwerk immers niet chronologisch te werk. Zo zijn de volwassen acteurs zowel tragische figuren als spelende kinderen – de tijdstippen tuimelen over elkaar heen. Heel complex wordt het als er zich twee scenes  tegelijkertijd afspelen.

Het tweede deel krijgt een heel ander karakter. Icke concentreert zich op de kern van zijn versie van het verhaal. Nu staan de kinderen tegenover elkaar, elk met hun pijn en  verwijten, en hun verlangen naar geborgenheid. De weg naar het geluk ligt open als ze niet langer een vreemde zouden zijn voor elkaar. Dat beseffen ze wel, maar die weg is voor beiden versperd door de daad van de moeder.

De laatste scene is verrassend: het ouderlijk huis behoorde aan de broer, maar als hij het wil van de hand doen, is zijn zus kandidaat-koper. Arm als ze is, zal ze ervoor moeten lenen, maar ze vervalst de papieren – een echo uit het stuk van Ibsen. Terwijl de broer het verleden van zich wil afschudden kan de zus er zich niet aan onttrekken. Zij kan dus blijven wonen in het ouderlijk huis, maar kan zich dan ook niet losrukken uit de familieproblemen. Zij vindt de macht niet om zelfstandig te worden.

En dan is er bezoek: van Nora. Ze is een oude vrouw ( Frieda Pittoors) en ontmoet na jaren haar dochter weer. Die maakt eerst verwijten, en wil dan van haar moeder horen waarom alles gegaan is zoals het gegaan is. ‘Een huwelijk moet rusten op harmonie’ vertrouwt ze haar dochter toe, en die harmonie was in haar koppel  niet aanwezig. Het is een moment van verzoening.

Dochter Emmy heeft speciaal macarons gekocht. Nora, een zoetekauw, is er verzot op. Als de dochter naar een andere kamer verdwijnt, eet Nora in alle rust zo’n macaron. De strijd van het leven is gestreden, de pijnlijke conflicten behoren tot het verleden en nu kan Nora zelfs warmte vinden bij haar dochter. Icke ontwijkt hier op het nippertje een overmaat aan sentiment.

Het stuk suggereert dat het vertrek van de moeder de bron is van alle emotioneel onheil

In deze complexe constructie circuleren een reeks motieven: het huwelijk is en blijft een ideaal maar anderzijds blijven we ook binnen dat huwelijk vreemden die elkaar niet begrijpen. De kinderen lijden voor de rest van hun leven onder de schok van het vertrek van de moeder. Door hun ontreddering kunnen ze zelf het geluk niet vinden. Al doet de vader nog zo zijn best, hij kan de afwezigheid van de moeder niet goed maken. Dat  is een belangrijk punt: het stuk suggereert dat het vertrek van de moeder de bron is van alle emotioneel onheil. Met die radicale keuze schuurt ‘De Kinderen van Nora’  tegen een Griekse tragedie aan. Robert Icke maakte trouwens naam met een radicale bewerking van de ‘Oresteia’.

Ideologisch blijft er zo niets over van Ibsens feministisch  pamflet. Zijn basisfilosofie is dat de persoonlijke ontplooiing , hoe roekeloos ook, positief is. Hier verwordt die in de emotionele discussies tot een vorm van egoïsme. Icke’s stuk zou je zo conservatief kunnen noemen: een aanval op koppels die (te makkelijk) scheiden. Dat is een regelechte kritiek op de optimistische kijk van Ibsens stuk.

Maar Icke schrijft niet tegen Ibsen, want het gaat niet om een parodie of ironie. Icke ontwikkelt een thesis over intermenselijk gedrag en doet dit door elementen van Ibsen verder uit te werken. Ibsen heeft het eerste gedeelte van een  groter verhaal verteld, maar een analyse van de gevolgen  voor mens en maatschappij is wellicht van groter belang en is zeker een eigen toneelstuk waard. Het stuk van Ibsen wees naar de toekomst, Icke pleit voor herstel en maat.

Naar de vorm is Ickes tekst minder sterk dan die van Ibsen.  De Noorse schrijver is een meester van de efficiënte vorm. Icke kan het echter niet meer maken om met zo’n well-made play aan te komen. Dat is uit de mode…. In het eerste deel  beoefent hij een modernistisch idioom waarbij door het spelen met tijd en verschillende verhalen op de verbeelding (en de concentratie) van de toeschouwer een beroep wordt gedaan. Maar  Icke kan een valkuil van een schrijver / regisseur niet ontwijken: er komen teveel herhalingen van situaties voor, zonder dat ze voor meer diepgang of spanning zorgen. Soms draait de tekst in kringetjes. Even dreigt het stuk zelfs oeverloos te worden. Er moet nog flink gewied worden om een sterke tekst te krijgen.

Icke zorgde echter toneelmatig , in samenwerking met de Duitse scenografe Hildegarde Bechler ,wel voor een zeer mooi object. Bechler bedacht een streng geometrische ruimte. In dat abstracte beeld staan enkele betekenisvolle objecten: de piano waarop Bobby speelt – een herinnering want het meisje is gestorven. Bij het laatste bezoek van de oude Nora wordt een burgerlijk salon op het toneel getoverd. Centraal staat een gang die uitloopt op de fatale deur uit Ibsens stuk. Hier slaat die, als noodlotsteken, met overdonderend lawaai dicht. Dit toneelbeeld baadt in een genuanceerd  lichtspel ( Tom Visser) – koud of warm bepaalt  de sfeer van de scenes.

Icke bekwam van zijn acteurs bovendien fraaie resultaten. De vertolkingen van Steven van Watermeulen, Aus Greidanus en Claire Bender springen hier in het oog, maar dat is omdat ze van de schrijver de meeste kansen kregen. Toch wil ik ook op de kwaliteit van Frieda Pittoors wijzen: ze verschijnt (als een verrassing) in de laatste scéne als de oude Nora. Je kan dat een bijrol noemen, maar zij zorgt ervoor dat  het stuk sterk afsluit. Het is wel zeker zo dat Robert Icke, in Engeland een sterregisseur, een nieuw geluid binnen brengt in ITA, nu hij een vaste band heeft met dit voortreffelijk gezelschap.