Toneel

Ten oorlog 2 Camping Sunset

De karikatuur als kritiek

Camping Sunset presenteerde op TAZ het tweede luik van Tom Lanoye’s trilogie ‘Ten oorlog’. In deze bewerking van Shakespeare’ s oorlogsdrama’s zien we na elkaar ‘Henry V’ en de eerste delen van ‘Henry VI’ -de Rozenoorlog-. ‘Hendrik de Vijfden’ is een overrompelende aanklacht tegen de oorlog, én een kritische lezing van Tom Lanoye’ s bewerking. Dat élan sijpelt wat weg in het tweede deel, maar toch: wat een concentratie aan talent biedt dit theatercollectief!

Uitgelicht door Johan Thielemans
Ten oorlog 2
Johan Thielemans Voormalig zwembad stad Oostende
TAZ 2021
meer info
30 juli 2021

De tweede aflevering het ‘Ten Oorlog’-project van theatercollectief Camping Sunset vertelt het verhaal van Hendrik de Vijfde en zijn strijd tegen de Fransen. Met Hendrik de Zesde belanden we in de Rozenoorlog, die ingewikkelde strijd tussen de huizen van York en Lancaster waarbij Hendrik VI weinig meer was dan een machteloze toeschouwer.

De locatie: het voormalige openluchtzwembad van Oostende. Water speelt dan ook een grote rol in de opvoering. Het merkwaardige is dat deze onwaarschijnlijke speelplek gewoon deel wordt van het verhaal. Ze dwingt de spelers tot een andere manier van bewegen, maar dat doen ze bij Camping Sunset met zoveel overtuiging (en plezier) dat je je daar als toeschouwer geen vragen bij stelt. Je ervaart dit ongewone speelplateau al snel als volkomen ‘normaal’, niet omwille van een extra betekenislaag, maar omdat het zoveel bijdraagt tot het spelplezier.

‘Hendrik de Vijfden’ (sic) is niet direct Shakespeares beste stuk. Het is daarvoor te eenduidig: Franse koning daagt Engelse koning uit, en bij de slag van Azincourt overwinnen enigszins onverwacht de Engelsen. Het conflict wordt bezegeld door het huwelijk tussen ‘Hendrik de Vijfden’ en de Franse prinses Cathérine. Even heerst er vrede.

Toch maakt Camping Sunset daar een heel boeiende voorstelling van. Die vangt aan met een karikaturaal portret van het Franse hof. Flor Van Severen speelt met verve en verbeelding de vorst, omringd door een entourage in fantasierijke witte kostuums. Ze hanteren een taaltje dat Nederlands en Frans verhaspelt, wat een komisch vuurwerk oplevert.

Tegenover dat hof staat Hendrik V met zijn leger. Hier greep Camping Sunset heel slim op de verhaalstof in. ‘Hendrik de Vijfden’, schitterend vertolkt door Louise Bergez, spreekt het publiek aan als haar legertroepen. Camping Sunset geeft de patriottische redevoeringen van Shakespeare, die de heldhaftigheid van de koning illustreren, een subversieve, ironische draai als Bergez toeschouwers aanspreekt als haar soldaten. Haar rede wordt dan een komisch-kritische lezing van oorlogsretoriek.

Dat is de sterkte van deze benadering van het stuk: ze zet de ravage die oorlog veroorzaakt op de voorgrond. Komedie verbergt tragiek: het gaat niet over winnen en verliezen, maar over sterven. Zo wordt het stuk volledig antimilitaristisch. Dat blijkt ten overvloede als Carine van Bruggen het lied ‘Au Suivant’ van Jacques Brel zingt: het ‘volk’ als kanonnenvoer. Het sterven van een soldaat wordt uitvergroot gespeeld door Soraya van Welsenis: een heerlijk moment van mime, waarbij de actrice als het ware bezeten wordt van binnenuit.

Komedie verbergt tragiek

Camping Sunset biedt hier een heel eigen visie op het stuk van Shakespeare én op de bewerking door Tom Lanoye. De voorstelling zit vanaf de eerste replieken vol energie, vol afwisseling, maar de onderliggende boodschap gaat bij al die gekkigheid niet verloren. Een goed voorbeeld van een evenwicht tussen boodschap en spel, met een scherpe focus op de essentie.

Er wordt rondborstig gespeeld, met een heerlijk enthousiasme. Louise Bergez is ronduit schitterend: een vat vol agressie, die de slogans met zoveel domme overtuiging uitspuwt, dat die vanzelf als zeepbellen uiteenspatten. Dat ze het publiek uiteraard niet meekrijgt als krijgers, vergroot de pret. Maar het doet datzelfde publiek vanop een afstand luisteren naar de opruiende taal.

Van de mooie retoriek van een klassieke acteur als Laurence Olivier blijft hier niets over. De woorden klinken nu ijdel en vals: een edele ziel is hier niet aan het woord en daarom is deze lezing volstrekt eigentijds. Bergez wordt door een stel getalenteerde vrouwen en mannen omringd, die makkelijk schakelen tussen lol en ernst. Zo brengt Ibtissam Boulbahaiem de korte monoloog van Falstaff (door Lanoye toegevoegd aan de tekst van Shakespeare) heel sterk, eenvoudig en ontroerend.

In dit eerste deel vertolkt een vrouw een sterke man. In het tweede deel draait de handeling rond een zwakke man. Die wordt in deze feministische tijd dramaturgisch consequent door een acteur gespeeld. Bjorn Floréal is een wat grijze koning – die soms wreed kan uithalen. Hij staat tegenover de formidabele Margaretha di Napoli. Lucie Plasschaert speelt die als een op en top levenslustige vrouw. Ze danst haar verlangens uit, en werpt zich op Suffolk, (Flor van Severen) die zich stomend aan haar charmes overgeeft.

Het duurt niet lang tot alle edellieden rond de Napoli cirkelen en zich aan haar charmes overgeven. Seks leidt tot macht, geloven ze. Maar het spel is gevaarlijk, want later verliezen ze één na één hun hoofd. Bij Camping Sunset levert dat een griezelig tafereel op, als alle bloedende hoofden op het toneel worden gegooid. In dit spel van winnen en vaak verliezen zegeviert di Napoli. Ze verwacht een kind (de volgende koning Edward) en weet dat ze zo de macht over haar gemaal heeft verworven (die druipt trouwens schuchter af).

Seks leidt tot macht, geloven ze.

Deze intrige speelt zich af tijden de Rozenoorlog. In die complexe periode uit de Engelse geschiedenis aasden vele edellieden op de troon . De werkelijke geschiedenis was trouwens nog ingewikkelder dan Shakespeare ze voorstelde. Camping Sunset snijdt nog meer hoeken af: ze dikten de drie stukken van  Shakespeare over Hendrik  VI in tot een goed uur. Zo sneuvelde jammer genoeg ook de episode met Jeanne d’Arc. Maar zelfs in deze vorm moet je als toeschouwer erg goed bij de les blijven.

Hier staan de actrices in de rollen van de rebellerende edelen. Ze komen er wat bleekjes uit, omdat je het gevaar, en de wilde ambitie, plus de dodelijke na-ijver te weinig voelt. Zo missen hun scenes de noodzakelijke gedrevenheid. Ik voel dat de correcte woke-keuze om mannelijke personages aan actrices toe te bedelen de spanning niet ten goede komt. Dat ze zich allen even graag op Margaretha werpen, mist de brute kracht van de seksuele verovering. De hofscènes missen zo wat spanning.

De vertolkingen zien er plots veel conventioneler uit. Je zou willen dat de fantasievolle energie van het eerste deel ook hier de boventoon zou voeren. Waarom, vraag ik me dan af, waren de Franse edellieden in Hendrik de Vijfden allen goed voor spot en misprijzen (van de makers) en worden de Engelse tegenhangers of ‘-hangsters’ met meer respect benaderd? De brandende afgunst mis ik hier. Het vuur verdwijnt hierdoor in verschillende passages en de kroonraad, waar het over dood en leven gaat, is net niet spannend genoeg omdat de karakters te weinig uitgediept zijn. Koos men ook hier niet beter voor het kritische register van de karikatuur? Een wat vreemde vaststelling: telkens als Bergez nu als bode in een piepklein rolletje verschijnt, keert de sfeer van het eerste deel even terug.

Heel bijzonder is hier de aankleding. De kostuums zijn ontworpen door Louis Verlinde en Alexis Gerlach, bijgestaan door stagiair(e)s Yentl Demunter en Tobias Vannieuwenhove. Die lieten hun fantasie de vrije loop. Vooral bij de vrouwenkleren is het één en al plastic, opgeblazen ballons en veel zichtbaar vlees.  Lucie Plasschaerts wentelt en danst met een ongeremde wellust in haar kostuum. Maar het valt op met welk een enthousiasme de acteurs in lange witte rokken en blote benen zich als vrouw aan hun personage overgeven.

Zo bestaat deze tweede aflevering uit twee ongelijke delen: Hendrik de Vijfden heeft een frisse dynamiek, vol verrassende momenten, vooral dankzij Bergez in de hoofdrol. Haar geslachtswissel brengt ze met zoveel verbeelding dat het een pluspunt is van de voorstelling. Door de taaie plot loopt het tweede deel wat stroever, en slaagt Camping Sunset er niet in om alle horden elegant te nemen.  Ondanks de wilde energie van Lucie Plasschaert en Flor van Severen sleept de voorstelling soms, of grijpt het spel terug naar een meer conventionele stijl, die je van dit collectief niet verwacht.

We weten dat Camping Sunset na een première graag wil verder werken aan het project. Ik kan dus niet voorspellen waar dit zal uitkomen. Maar de toestand is nu zo: Hendrik de Vijfden is indrukwekkend, spits en meeslepend, Hendrik VI wat bleker en stroever. Maar we kennen de methode van dit theatercollectief: ze zweren bij een korte repetitieperiode.  Dit keer hebben de twee weken repetitie al een mooi resultaat opgeleverd. Vandaar dat deze bespreking alleen maar een tussenstand kan opmaken.

Op dus naar nummer drie: Richard III is in aantocht en strijkt neer in Antwerpen.