Toneel

De dingen die voorbijgaan Ivo Van Hove / ITA -Toneelhuis

Couperus: de vloek van het verleden

‘De dingen die voorbijgaan’ is het tweede luik in een trilogie van Ivo Van Hove rond het werk van Louis Couperus. In het eerste deel, ‘De stille kracht’,  toonde Van Hove hoe actueel Couperus’ beschavingspessimisme nog steeds is. In het tweede deel werd de toon van het stuk genadeloos, mede dankzij de weergaloze scenografie van Jan Versweyveld.  Dit bijzondere werk, een coproductie van ITA en Toneelhuis, ging in 2016 in première tijdens de Ruhrtriënnale (Nordrhein-Westfalen, Duitsland). Dit weekend is dit bijzondere werk terug te zien als streaming via ITA live. 

Uitgelicht door Pieter T’Jonck
De dingen die voorbijgaan
Pieter T’Jonck Ruhrtriennale 2016 meer info
21 april 2021

Couperus schreef ‘Van oude mensen, de dingen die voorbijgaan’ in 1904, maar het verhaal verscheen pas in boekvorm in 1906, toen Couperus’ ster als auteur sterk taande. Misschien verklaart dat de donkere toon van het boek. Alles is er in verval.

Het speelveld van Jan Versweyveld is als een wachtzaal: een kale, lege ruimte met aan weerszijden lange rijen stoelen en glazen muren. Op het uiteinde een spiegel waarin vijftien wachtenden, in de grauwgrijze, zakkerige kostuums van An  D’ Huys, kijken naar zichzelf en  hun miserie. En die is er volop.

Centraal zit een hoogbejaard koppel, meneer Takma (Gijs Scholten Van Asschat) en Ottilie Derckz (Frieda Pittoors). Ze hebben samen een kind, ook een Ottilie(Katelijne Damen). Maar dat mag niet geweten zijn, want zij is de vrucht van een overspelige relatie en een misdaad. Takma vermoordde zestig jaar eerder in Indië de man van Ottilie, op haar aanstoken.

Ze werden nooit betrapt, en dus nooit berecht, maar dat was net de zwaarste straf. Hun passie moest geheim blijven. Hun leven één lang, bang wachten en zwijgen. Eén lang verval. Toch ettert het geheim, het ‘ding’, voort. Want Harold (Hans Kesting), zoon van Ottilie, zag als dertienjarige alles. Ook hij bleef zwijgen, tot hij op zijn 73e een neurotisch wrak is.

De hele familie errond lijkt wel geïnfecteerd door dat grote zwijgen. De andere kinderen van Ottilie vluchten in hun geheimen en perversies. De pedofiele Anton, de godsdienstwaanzinnige Thérèse of de aandachtzieke Ottilie II. Na drie huwelijken een oude, bittere vrouw die van haar twee zoons de liefde wil die haar mannen niet opbrachten. Enkel Daan lijkt ze nog op een rijtje te hebben.

Tot in het derde geslacht is de familie ontwricht. Sommigen zijn geobsedeerd door geld, andere, zoals de derde Ottilie, vluchten in exotische romances in het buitenland. Ze lopen maar wat rond over het podium, hebben nauwelijks iets meer te doen dan wachten.

Tot in het derde geslacht is de familie ontwricht

Even lijkt het alsof Lot (Aus Greidanus), de zoon van Ottilie II, de keten zal verbreken door zijn huwelijk met Elly (Abke Haring). Zij is vastbesloten om van de weifelende auteur een succes te maken. Ze ontsnappen ook echt aan de familie door hun vertrek naar het buitenland.

Maar dat blijkt ijdele hoop. In Parijs belanden ze bij Ottilie III en haar welgevormde toyboy Aldo. Dat duo draagt als enigen in het hele stuk kleurige kledij. Maar al na de eerste exuberante vrijpartij slaat paniek en wanhoop bij Lot toe. Is dit liefde of is dit alleen maar een vlucht uit de eenzaamheid, een uitstel van het gruwelijke verval dat al zijn lelijke tronie laat zien? Van Hove zet dit koppel tegenover het eerste, stokoude koppel als om te tonen hoe genadeloos de geschiedenis zijn tol blijft eisen.

Zo draait de hele bende kringetjes rond de grootmoeder en haar minnaar. Wachtend en zwijgend. De waarheid over ‘het ding’ hebben ze ondertussen lang achterhaald. Het hele stuk is één lange reeks van zinloze rituelen van mensen die onafwendbaar onheil met hocus pocus  proberen af te weren. Hallucinant hoogtepunt: als op bevel steken allen een paraplu op als iemand bij het lijk van Takma de komende sneeuw aankondigt. Waarop zwarte sneeuw uit de lucht neerdaalt.

Van Hove vertelt dat alles in een meedogenloos strak, dwingend ritme van haast choreografische processies. Nadat de zwarte sneeuw gevallen is trekken de personages sporen op de grond, als de grafiek van een dodelijke ziekte. Met telkens die momenten waarop één of ander personage de benauwde stilte verscheurt met zijn rauwe passie of lillende angst. Die spanning tussen abstractie en rauw realisme toont hoe relevant, zelfs visionair dit werk van Couperus nog steeds is. Niet te missen.